Deadline 10/08: is de sociale last reeds uit uw vergunning verdwenen?

Deadline 10/08: is de sociale last reeds uit uw vergunning verdwenen?

Eerder dit jaar, op 10 februari 2014, is het arrest van 7 november 2013 van het Grondwettelijk Hof (145/2013) bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dit arrest vernietigt de fel bekritiseerde bepalingen uit het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het Grond- en Pandenbeleid (DGPB), die voorzien in een sociale last bij grote projecten.

Concreet heeft het arrest van het Grondwettelijk Hof tot gevolg dat in nieuwe stedenbouwkundige- en verkavelingsvergunningen geen sociale last meer kan worden opgelegd.
Ook de sociale last, die in eerder afgeleverde vergunningen werd opgelegd, wordt hiermee onwettig.

Teneinde evenwel rechtszekerheid te verkrijgen, kan worden gebruik gemaakt van een termijn van 6 maanden vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad om de sociale last te laten intrekken door de vergunningverlenende overheid of om de sociale last aan te vechten bij de deputatie of bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De onwettigheid die ontstaat naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof, heeft niet tot gevolg dat de bestaande sociale lasten de facto uit het rechtsverkeer verdwijnen. De vergunninghouder kan stappen ondernemen om de sociale last uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen, zoals de intrekking verzoeken of beroep aan tekenen, maar kan er evengoed voor opteren de sociale last vrijwillig uit te voeren.

De uitvoering van de sociale last opgelegd in vergunningen op basis van de vernietigde bepalingen uit het decreet Grond en Pandenbeleid kan echter niet worden afdwongen.


De intrekking van de sociale last in stedenbouwkundige en verkavelingsvergunningen

De sociale last die in een vergunning is opgelegd op grond van artikel 4.1.16 t.e.m. artikel 4.1.26 DGPB kan worden ingetrokken. De rechtsgeldigheid van de vergunning zelf is echter niet aangetast, enkel de bijhorende sociale last kan het voorwerp zijn van een intrekkingsbeslissing.

Indien de sociale last is opgelegd door de gemeente, beslist het college van burgemeester en schepenen over de intrekking. Indien de sociale last echter is opgelegd door de provincie, is het de deputatie die beslist.
De intrekking kan gebeuren op vraag van de vergunninghouder of op eigen initiatief van de vergunningverlenende overheid zelf.  De vergunninghouder richt een eenvoudig schrijven aan respectievelijk het college van burgemeester en schepenen of de deputatie met de vraag om de sociale last in te trekken.
Het college van burgemeester en schepenen of de deputatie neemt hierover een gemotiveerde beslissing, waarin duidelijk wordt gesteld dat enkel de sociale last wordt ingetrokken.
Dit kan echter enkel voor zover er geen aanpassing aan de plannen nodig is zoals het wijzigen van de perceelafmetingen, de volumes of de afmetingen van de gebouwen.


Beroep bij de deputatie of de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Om de sociale last uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen kan er eveneens gebruik worden gemaakt van de heropening van de beroepstermijnen zoals voorzien in artikel 18 van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof.
Er kan door iedere belanghebbende een (nieuw) administratief beroep worden ingesteld.


De intrekking of het beroep binnen welke termijn? 

Zowel de intrekking als de heropening van de beroepstermijn kan maar plaatsvinden binnen de 6 maanden na de publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof in het Belgisch Staatsblad.
In concreto houdt dit in dat een verzoek tot intrekking of het instellen van een beroepsprocedure na 10 augustus 2014 onherroepelijk te laat is.
Hoewel de sociale last  niet meer kan worden afgedwongen, is het  vanuit het oogpunt van rechtszekerheid  aangeraden om alsnog te streven naar het verwijderen van deze last uit de vergunning.

Meer info?

Contacteer Tom Swerts
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be