Koninklijk Besluit van 22 mei 2014: herziening van de verificatie- en betalingstermijnen inzake overheidsopdrachten

Koninklijk Besluit van 22 mei 2014: herziening van de verificatie- en betalingstermijnen inzake overheidsopdrachten

Op 22 mei 2014 werden in extremis een aantal wijzigingen doorgevoerd aan het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 betreffende de reglementering van de uitvoering van overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken (B.S. 30 mei 2014).
Dat Koninklijk Besluit wijzigt ('repareert') de betalingsregels van het voornoemde Koninklijk Besluit van 14 januari 2013, in het bijzonder de artikelen 9, 69, 95, 120, 127, 150, 156 en 160. De aanpassingen gelden voor opdrachten van zowel werken, leveringen als diensten.

Voornaamste wijzigingen

De regelgever beoogde een betere afstemming van de betalingsregels op de Europese richtlijn 2011/7/EU betreffende de bestrijding van betalingsachterstand alsook op de praktijk van de overheidsopdrachten.

De voornaamste inhoudelijke wijzigingen zijn:

1. Respecteren van de globale betalingstermijn;
2. Nieuwe aanvangsdatum voor de betalingstermijn;
3. Zowel mogelijke inkorting als verlenging van de betalingstermijn bij werken;
4. Principiële toepassing van de verificatie- en betalingsregels op promotieopdrachten van werken en op concessies voor openbare werken;
5. Geen verlenging van de betalings- en verificatietermijn, tenzij uitzonderlijk gemotiveerd in het bestek of objectief te verantwoorden door de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht;
6. De vergoeding die de aanbestedende overheid verschuldigd was bij een laattijdige oplevering is geschrapt;
7. Geen bijkomende betalingstermijn in geval van verzet tegen betaling of derdenbeslag;
8. Afstemming bepalingen inzake drempelbedragen;
9. Berekening van de interest;
10. Verplichte verificatie;
11. Richting elektronische zendingen;
12. Inwerkingtreding.

1. Respecteren van de globale betalingstermijn

Gelet op de bepalingen van de Richtlijn 2011/7/EU wordt niets gewijzigd aan de duurtijd van de termijnen.

Echter wordt, gelet op de uit de Richtlijn voortvloeiende opsplitsing tussen een verificatie- en betalingstermijn, het uitgangspunt bevestigd dat beide termijnen als een globale termijn dienen beschouwd te worden die hoe dan ook steeds moet worden gerespecteerd.

2. Nieuwe aanvangsdatum voor de betalingstermijn

Het vertrekpunt van de betalingstermijn wordt aangepast.

Bij de vorige regeling stond het vertrekpunt van de betalingstermijn van dertig dagen vast op dertig dagen vanaf het verstrijken van de verificatietermijn. Dat bleek in de praktijk evenwel geen duidelijk vertrekpunt te zijn en zorgde aldus voor de nodige moeilijkheden.

Daarom werd er thans voorzien dat de betalingstermijn aanvangt op de datum van de beëindiging van de verificatie, met de precisering dat de aanbestedende overheid op dat ogenblik tegelijk over de regelmatig opgemaakte facturen alsook over de andere nodige documenten moet beschikken.

3. Zowel mogelijke inkorting als verlenging van de betalingstermijn bij werken

Een aanbestedende overheid beschikt voordien over een verificatietermijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de schuldvordering. De opdracht dient te worden betaald binnen de dertig dagen na het verstrijken van de verificatietermijn.
Het overschrijden van een betalingstermijn werd gesanctioneerd met een interest van rechtswege én met de betaling van een verplichte vergoeding voor invorderingskosten. Het overschrijden van de verificatietermijn werd niet gesanctioneerd.

Om te verhinderen dat een aanbestedende overheid de verificatie zou rekken en hierdoor de betaling zou uitstellen, geldt echter thans de regeling dat bij een overschrijding van de verificatietermijn, de betalingstermijn wordt verminderd met het aantal dagen overschrijding van de verificatietermijn.

Concreet houdt dit dus in dat er maximum zestig dagen kunnen verlopen tussen het tijdstip van het overhandigen van de schuldvordering en het uiterste tijdstip van betaling (behoudens een mogelijke verlenging).

Dat betekent dat de intresten van rechtswege evenals de verplichte vergoeding van invorderingskosten verschuldigd zijn bij:
- Overschrijding van de betalingstermijn, én
- Overschrijding van de globale termijn, ook al werd de betalingstermijn gerespecteerd doch de verificatietermijn niet.

Indien de aannemer nalaat om binnen de vijf dagen na het ontvangen van het proces-verbaal zijn factuur over te maken, wordt de betalingstermijn verlengd met het aantal dagen dat de termijn van vijf dagen heeft overschreden.

4. Principiële toepassing van de verificatie- en betalingsregels op promotieopdrachten van werken en concessies voor openbare werken

De nieuwe algemene uitvoeringsregels bepalen dat de aanbestedende overheid het proces-verbaal van voorlopige oplevering van de terbeschikkingstelling van een bouwwerk in het kader van een promotieopdracht van werken dezelfde dag aangetekend naar de promotor moet versturen.
Die aanvulling moet zorgen voor een duidelijk aanknopingspunt wat betreft de start van de betalingsprocedure.

Binnen de vijftien dagen na de ontvangst van het proces-verbaal dient de promotor een schuldvordering in te dienen met oog op de eerste betaling van de annuïteiten, huurgelden en vergoeding voor opstal of erfpacht.

In het geval van een promotieopdracht van werken mét aankoopoptie, dient de promotor ook een schuldvordering in te dienen voor de laatste betaling van annuïteiten, huurgelden en vergoeding voor opstal of erfpacht én de restkoopwaarde.

De verificatie- en betalingstermijnen die van toepassing zijn op de gewone opdrachten voor werken, gelden ook voor de promotieopdrachten voor werken en nemen een aanvang vanaf de datum van ontvangst van de schuldvordering (en dus niet meer vanaf de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering).

Deze regels op de verificatie- en betalingstermijn zijn op zelfde wijze van toepassing op de concessies op openbare werken.


5. Geen verlenging van de betalings- en verificatietermijn, tenzij uitzonderlijk gemotiveerd in het bestek of objectief te verantwoorden door de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht

De regelgever bevestigt het principieel verbod tot verlenging van de betalings- en verificatietermijn. De opdrachtdocumenten mogen aldus niet afwijken van de wettelijk voorziene betalings- en verificatietermijnen. De regelgever laat echter enkele uitzonderingen toe.

De uitzonderlijke mogelijkheid tot verlenging van de verificatietermijn wordt thans aan dezelfde voorwaarden gekoppeld als de uitzonderlijke mogelijkheid van de verlenging van de betalingstermijn. Dit houdt in dat bij een verlenging van de verificatietermijn, de verlenging objectief dient gerechtvaardigd te worden op grond van de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht, hetgeen - op straffe van nietigheid- uitdrukkelijk moet gemotiveerd worden in het bijzonder bestek.

De regelgever onderstreept het uitzonderlijk karakter van de verlenging en preciseert in zijn Verslag aan de Koning wat hieronder verstaan moet worden. Een verlenging kan enkel gerechtvaardigd worden in het kader van bijzonder ingewikkelde opdrachten, zoals de bouw van een waterzuiveringsstation of de ontwikkeling van een I.C.T.-systeem. De verlenging kan aldus geenszins toegekend worden voor courante opdrachten, zoals de aankoop van kantoorbenodigdheden.

De lijst van bepalingen waarvan wel kan worden afgeweken, en dit mits uitdrukkelijke motivering in het bestek, wordt uitgebreid met opdrachtwijzigingen bij opdrachten voor leveringen en met opdrachtwijzigingen bij diensten.

6. De vergoeding die de aanbestedende overheid verschuldigd was bij een laattijdige oplevering is geschrapt

Aanvankelijk stond er in de algemene uitvoeringsregels dat de aanbestedende overheid een vergoeding verschuldigd was indien de voorlopige oplevering niet tijdig kon doorgaan. Die vergoeding werd bepaald op 0.07% van de bedragen waarvan de betaling afhankelijk was van de voorlopige oplevering en in het totaal maximum 7% van die bedragen.

Deze regeling werd door de regelgever niet meer geacht aangewezen te zijn. De Richtlijn 2011/7/EU voorziet immers in een nieuwe regeling inzake verificatie- en betalingstermijnen, die eveneens een nieuwe benadering op het vlak van sanctioneren van termijnoverschrijdingen impliceert.

7. Geen bijkomende betalingstermijn in geval van verzet tegen betaling of derdenbeslag

In geval van verzet tegen betaling of van derdenbeslag beschikte de aanbestedende overheid in beginsel over een bijkomende betalingstermijn van vijftien dagen.
De regelgever schrapt thans deze bepaling daar deze botste met het principe van de schorsing van betalingstermijn. Bovendien is deze bepaling strijdig met de bepalingen omtrent de betalingstermijn van de Richtlijn 2011/7/EU.

8. Afstemming bepalingen inzake drempelbedragen

Verder zijn de bepalingen inzake de drempelbedragen ter bepaling van het toepassingsgebied van de algemene uitvoeringsregels voor overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken op elkaar afgestemd. Dit betreft een zuivere technische correctie.

De algemene uitvoeringsregels zijn maar gedeeltelijk van toepassing op kleine opdrachten die omschreven worden als “tussen 8.500 en 30.000 EUR” of “tussen 17.000 en 30.000 EUR” (sector water, energie, vervoer en postdiensten).

Er bestond een grote onduidelijkheid omtrent de term “tussen”: was dit inclusief de 8.500,00 EUR (desgevallend 17.000,00 EUR) of betrof het een bedrag dat hoger lag dan 8.500,00 EUR (desgevallend 17.000,00 EUR). En was de 30.000,00 EUR in de marge begrepen of betrof het enkel hetgeen onder de 30.000,00 EUR viel?

De regelgever preciseerde dit begrip met een nieuwe duidelijke omschrijving. De uitvoeringsregels zijn maar gedeeltelijk van toepassing op opdrachten waarvan het geraamde bedrag:

 “hoger is dan 8.500,00/17.000,00 EUR
 Maar
 “lager is of gelijk aan 30.000,00 EUR

De aangepaste drempels werden eveneens afgestemd in de diverse Koninklijke Besluiten op de plaatsing van de overheidsopdrachten. Het betreft meer bepaald de Koninklijke Besluiten van 15 juli 2011, 23 januari 2012 en 16 juli 2012.

9. Richting elektronische zendingen

Opvallend is dat er geen sprake meer is van een 'aangetekend schrijven' of een 'aangetekende brief', doch van 'aangetekende zending'. Op deze wijze bereidde de regelgever een opening voor omtrent de elektronische aangetekende zendingen in afwachting van een aangepast wettelijk kader.

Dit wettelijk kader werd ondertussen vastgelegd in het artikel 9 van de Wet van 5 mei 2014 houdende de verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren (B.S. 4 juni 2014). Artikel 9 somt de voorwaarden op waaraan elektronische zendingen en hun bijlagen dienen voldaan te worden opdat ze geacht worden dezelfde waarde te hebben als papieren formulieren.

10. Verplichte verificatie

Bij de vorige regeling was de verificatie bij werken niet verplicht tenzij ze opgenomen werd in de opdrachtdocumenten. De nieuwe voorschriften keren dit om: de verificatie is verplicht, behalve indien de opdrachtdocumenten bepalen dat er geen verplichting tot verificatie bestaat.


11. Berekening van de interest

De opdrachtnemer heeft vanaf het overschrijden van de betalingstermijn(en) van rechtswege (dus zonder dat een ingebrekestelling vereist is) recht op de betaling van een interest naargelang het aantal dagen overschrijding. De regelgever benadrukt in zijn Verslag aan de Koning dat de interest wordt berekend op de bedragen zonder B.T.W.

12. Inwerkingtreding

De nieuwe wijzigingen aan de algemene uitvoeringsregels hebben sinds 9 juni 2014 uitwerking op de overheidsopdrachten en concessies van openbare werken die vanaf dan werden gelanceerd.
Er dient nog opgemerkt te worden dat hiervoor de datum van de verzending van de bekendmaking geldt, en aldus niet de datum van de bekendmaking zelf. De verzending valt immers concreet te controleren.

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be