VIPA-subsidies ouderenvoorzieningen ten grave gedragen?

VIPA-subsidies ouderenvoorzieningen ten grave gedragen?

De vergrijzing komt sluipend maar vastberaden op ons af. De nood aan infrastructuur voor ouderen zal dan ook niet afnemen. Dienaangaande subsidieert/subsidieerde het VIPA een vast bedrag per m2 dat overeen komt met ongeveer 60% van de geraamde bouwkost. Het betreft de kosten voor bouwen en uitrusting bij het oprichten, uitbreiden, verbouwen of leasen van gebouwen.

Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA)

Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden is een agentschap van de Vlaamse overheid. In die hoedanigheid verleent het financiële steun aan welzijns- en gezondheidsvoorzieningen die infrastructuurwerken willen uitvoeren. Op die manier tracht het agentschap mogelijk te maken om voorzieningen aan te bieden die betaalbaar zijn en tezelfdertijd beantwoorden aan de hedendaagse eisen met betrekking tot woon- en zorgcomfort.

Concreet komen volgende sectoren in aanmerking voor financiële steun van het VIPA:

- algemeen welzijnswerk
- bijzondere jeugdbijstand
- gezinnen met kinderen
- ouderen- en thuiszorgondersteunende voorzieningen
- personen met een handicap
- pleegzorg
- preventieve en ambulante gezondheidszorg
- verzorgingsvoorzieningen

Deze nieuwsbrief heeft enkel betrekking op de ouderenvoorzieningen. Deze behelzen woonzorgcentra, lokale dienstencentra, regionale dienstencentra, dagverzorgingscentra en centra voor kortverblijf.

De VIPA-resolutie

Op 19 juni 2013 heeft het Vlaams Parlement een resolutie (nr. 2078) aangenomen met betrekking tot de infrastructuursubsidiëring van woonzorgvoorzieningen. Deze resolutie kwam er in navolging van een vergelijkende studie naar bouwkost en dagprijs in door VIPA gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde woonzorgcentra. Professoren Jozef Pacolet en Frank De Troyer hebben deze studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid.

Met de resolutie vragen de Vlaamse Parlementsleden aan de Vlaamse Regering:

1. de garantie van rechtszekerheid voor aanvragers met een goedgekeurd zorgstrategisch plan en een uiterlijk eind 2014 ingediend technisch-financieel plan;
2. een fundamenteel debat over infrastructuursubsidiëring in de ouderenzorg in kader van de bevoegdheidsoverdrachten n.a.v. de 6e staatshervorming;
3. voor de ouderenzorg de invoering onderzoeken van een generiek financieringsmodel voor woonzorgvoorzieningen, zonder onderscheid van rechtsvorm;
4. te onderzoeken welke instantie best als kenniscentrum kan fungeren in het begeleiden en ondersteunen van initiatiefnemers in het bouwproces.

Besluiten Vlaamse Regering

De Vlaamse Regering heeft op 6 december 2013 twee besluiten goedgekeurd.

Het eerste voorziet in een verlenging van de schorsing van bijkomende voorafgaande vergunningen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 (dus niet van toepassing op dagverzorgingscentra, lokale en regionale dienstencentra).
Het tweede besluit bepaalt de indieningstermijnen voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf én dagverzorgingscentra om nog in aanmerking te komen voor VIPA-investeringssubsidies volgens de bestaande regeling (dus niet van toepassing op lokale en regionale dienstencentra).

In het tweede besluit lezen we dat aanvraagdossiers voor woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra nog in aanmerking komen voor VIPA-investeringssubsidies als hiervoor ten laatste op 31 december 2014 een ontvankelijk technisch-financieel plan wordt ingediend. Het zorgstrategisch plan moest reeds vóór 31 december 2013 worden ingediend. Voor lokale en regionale dienstencentra geldt deze regeling echter niet. In principe zouden er voor deze dienstencentra na 31 december 2014 nog aanvraagdossiers kunnen worden ingediend op basis van de bestaande regeling.

Wat brengt de toekomst?

Het Vlaams regeerakkoord stelt hierover het volgende :

Op vraag van het Vlaams Parlement komt een einde aan de huidige infrastructuursubsidiëring voor de ouderensector. Enkel de dossiers die voor 31/12/2014 een technisch financieel plan indienen komen nog in aanmerking voor een subsidie via VIPA. Voor de volgorde van de dossiers zullen criteria gehanteerd worden die aansluiten bij het gevoerde beleid. Voor de toekomst zal de financiering van infrastructurele noden in de residentiele ouderenzorg onderdeel uitmaken van de te ontwerpen financiering van deze ouderenzorg.

Door de verplichte consolidatie, is het niet langer zinvol om het huidige systeem van alternatieve financiering via VIPA te behouden. Hiertoe zullen in het najaar 2014 de nodige initiatieven worden genomen.”

Na de uitvoering van de zesde staatshervorming zal Vlaanderen over alle bevoegdheden beschikken inzake ouderenzorg. De financiering van die ouderenzorg zou dan definitief hervormd kunnen worden tegen 2016, waarbij het VIPA-verhaal ingepast wordt in een coherente zorgaanpak.  

Een aantal principes worden alvast meegenomen in de voorgestelde hervorming:

- Een verschillende rechtsvorm van een voorziening mag niet leiden tot een verschillende behandeling van de opgenomen oudere;

- Er dient een opsplitsing te komen tussen de woonkost (welke wordt gedragen door de voorziening en de zorgbehoevende) en de zorgkost  (welke de overheid op zich neemt), waarbij wordt voorzien in sociale correcties;

- Overheidsfinanciering wordt afhankelijk gemaakt van een aantal voorwaarden, waaronder:

uniforme en transparante boekhouding

duidelijke begrenzing van een eventueel aan derden verschuldigde vergoeding voor infrastructuur, opdat deze maktconform zou zijn

naleving van een aantal kwaliteitsstandaarden inzake zorgverlening en infrastructuur, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met het welzijn van de gebruikers, en dit via een geobjectiveerde bevraging van de gebruikers en/of hun familieleden

controle op de dagprijs en supplementen die ten laste van de gebruiker zijn, gericht op het onmogelijk maken van woekerwinsten ten koste van de zorgbehoevende en/of zijn familie

beschikbaarheid van publieke middelen

 

Een kenniscentrum, en dit zou het huidige VIPA kunnen zijn, zal als taak krijgen om initiatiefnemers te begeleiden en te ondersteunen tijdens het bouwproces. Ook het Vlaams regeerakkoord alludeert hierop:

“VIPA ontwikkelt zich tevens verder als kenniscentrum op het vlak van bouwtechnische, financiële en conceptuele aspecten van kwaliteitsvolle (zorg)infrastructuur. Daarbij neemt zij een coördinerende en stimulerende rol op.”

Een nieuwe aanpak zou dan voor meer impact zorgen van de overheid op de zorg en de kwaliteit van de infrastructuur. Het bouwen van voorzieningen zou volgens het nieuwe regeerakkoord met minder administratieve lasten gepaard gaan en vlotter verlopen. Tot slot zal elke senior die beantwoordt aan een vergelijkbaar zorgprofiel eenzelfde financiële ondersteuning genieten.

Conclusie

Werd er tijdig een zorgstrategisch plan ingediend voor een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf of een dagverzorgingscentrum, dan dringt de tijd. Ten laatste op 31 december 2014 dient er immers een ontvankelijk technisch- en financieel plan te worden ingediend.

Wat de toekomst voor deze centra zal brengen is voorlopig nog onzeker. De financiering van infrastructurele noden in de residentiele ouderenzorg zal onderdeel moeten uitmaken van de te ontwerpen financiering van deze ouderenzorg. Het blijft daarvoor wachten op de initiatieven van het nieuwe Vlaamse Parlement en haar regering.

Hoewel de resolutie (nr. 2078) van 19 juni 2013 van het Vlaams Parlement de deadline van 31 december 2014 uitsloot voor regionale en lokale dienstencentra, wordt er in het Vlaams Regeerakkoord geen - alleszins niet uitdrukkelijk - uitzondering meer gemaakt voor deze dienstencentra. Teneinde ook hier niet uit de subsidieboot te vallen, lijkt het aangewezen om ook voor regionale en lokale dienstencentra de deadline van 31 december 2014 in acht te nemen.

auteurs: Stéphanie Taelemans en Roel Van Eetvelt
 

Meer info?

Contacteer
Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Stéphanie TAELEMANS
advocaat
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be