Decreetgever stemt de organisatie en de rechtspleging van een aantal Vlaamse bestuurscolleges op elkaar af

Decreetgever stemt de organisatie en de rechtspleging van een aantal Vlaamse bestuurscolleges op elkaar af

Op 1 oktober 2014 verscheen het Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuurscolleges in het Belgisch Staatsblad. Met dit decreet wordt getracht om de werking en de rechtspleging van het Milieuhandhavingscollege (MHHC), de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen (RvV) te harmoniseren en te vereenvoudigen.

Via een nauwere samenwerking van de verschillende colleges wenst de decreetgever enerzijds een aantal efficiëntiewinsten te boeken, waarbij anderzijds de verschillende procedureregelingen op elkaar worden afgestemd teneinde tot een vereenvoudigde en uniforme geschillenbeslechting te komen en dit in het voordeel van de rechtszoekende.

Gezamenlijke organisatie

De huidige bestuursrechtscolleges blijven als aparte entiteiten bestaan, maar worden gehuisvest op eenzelfde locatie (m.n. het Ellipsgebouw, Koning Albert II-laan 35, 1030 Brussel). Wel worden de vijf provinciale Raden voor Verkiezingsbetwistingen omgevormd tot één gemeenschappelijke Raad voor Verkiezingsbetwistingen.

Naast één zetel zullen de drie rechtscolleges ook nog over slechts één overkoepelende algemene vergadering, één eerste voorzitter, één huishoudelijk reglement, één griffie en één website waarop de rechtszoekende informatie of uitspraken kan raadplegen, beschikken.

Hierdoor hoopt de decreetgever de herkenbaarheid van de colleges te vergroten.

Ook de griffiers, referendarissen en het ondersteunend personeel worden gecentraliseerd in één Dienst van de bestuursrechtscolleges en vallen onder het Vlaamse Personeelsstatuut. Net zoals voor de bestuursrechters van de verschillende rechtscolleges wordt in een eenvormige rechtspositieregeling voorzien.

Dergelijke centrale ondersteuning van de verschillende colleges zou tot een efficiëntere werking moeten leiden en dubbele uitgaven moeten vermijden.

Tot slot wordt in het decreet bepaald dat elk college over minstens over acht bestuursrechters moet kunnen beschikken, hetgeen zowel effectieve, aanvullende of plaatsvervangende bestuursrechters kunnen zijn. Nieuw is dat ook in de mogelijkheid wordt voorzien om de effectieve bestuursrechters van één college ter beschikking te stellen van een ander bestuursrechtscollege.

Met een flexibele inzet van de bestuursrechters hoopt men de goede werking van de Vlaamse bestuursrechtscolleges te bevorderen. Dergelijke uitwisseling is wel enkel mogelijk indien de betrokken bestuursrechter over voldoende kennis beschikt over het domein waarvoor het andere college bevoegd is.

Vernieuwde rechtspleging

Naast een gezamenlijke en meer eenvormige organisatie voorziet het decreet ook in een aantal nieuwe rechtstechnieken die de bestuurlijke rechtscolleges de mogelijkheid moeten bieden om tot een definitieve oplossing van het geschil te komen.

Zo wordt voor het MHHC en de RvVb opnieuw voorzien in een bestuurlijke lus die de bestuursrechter toelaat om het bestuur in de gelegenheid te stellen om een onwettigheid in de bestreden beslissing te herstellen.

Ook kunnen de bestuursrechters van de RvVb een beroep doen op bemiddeling om tot een billijke oplossing te komen.

Voorts verkrijgen het MHHC en de RvVb een ruimere injunctiebevoegheid waardoor zij in hun arresten kunnen aangeven op welke wijze het bestuur tot rechtsherstel moet overgaan. Daarbij wordt in de mogelijkheid voorzien om een dwangsom op te leggen aan het bestuur voor zolang het niet voldoet aan het uitgesproken arrest.

Ook wordt uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorzien om een beslissing slechts gedeeltelijk te vernietigen en wordt gelijkaardig als bij de Raad van State de mogelijkheid ingevoerd om de rechtsgevolgen van een beslissing om uitzonderlijke redenen te handhaven en dit ondanks diens vernietiging.

Tot slot wordt voor wat de RvVb aansluiting gezocht bij de Raad van State en verdwijnt in het schorsingscontentieux het gecontesteerde begrip “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” ten voordele van een hoogdringendheidsvereiste. Net zoals recent voorzien in de schorsingsprocedure bij de Raad van State, zal ook de Raad voor Vergunningsbetwistingen in een latere fase van de procedure nog een schorsing kunnen uitspreken indien nieuwe elementen dit rechtvaardigen.

Met deze verruiming van de uitspraakbevoegdheden van de bestuursrechtscolleges en een uniformering van de procedures, hoopt de decreetgever tot een meer oplossingsgerichte bestuursrechtspraak te komen, hetgeen de rechtsbescherming van de burger moet bevorderen.

De vraag stelt zich evenwel of men hierin zal slagen gelet op het feit dat het decreet nog heel wat verschillen in stand houdt, alsook een aantal bestuursrechtscolleges zoals de Raad voor Studievoortgangsbeslissingen buiten beschouwing laat.

Inwerkingtreding

Overeenkomstig artikel 94 treedt het decreet in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 1 januari 2015.

De decreetgever koos er bijgevolg bewust voor om de inwerkingtreding van het decreet betreffende de omgevingsvergunning niet af te wachten, aangezien de inwerkingtredingsdatum daarvan pas minstens één jaar na de datum van het uitvoeringsbesluit valt te verwachten.

De afstemming van dit decreet met de omgevingsvergunning wordt dan ook voor zich uit geschoven.

Intussen werd op 8 oktober 2014 een eerste uitvoeringsbesluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ten gevolg van dit Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende overdracht van personeel en sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges naar de diens van de Bestuursrechtscolleges en tot de vaststelling van de rechtspositie van dit personeel en van de bestuursrechters van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, treden de bepalingen van het decreet die betrekking hebben op de organisatie van het personeel en diens rechtspositieregeling, reeds in werking op 1 november 2014.

De overige bepalingen alsook het tweede Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuurscolleges, waarmede uitvoering wordt gegeven aan de bepalingen met betrekking tot de vernieuwde rechtspleging, zullen op 1 januari 2015 in werking treden.

Belangrijk daarbij is evenwel dat de artikelen 50, 51, 93 en 94 van dit besluit die uitvoering geven aan de bestuurlijke lus, uitgezonderd worden van de inwerkingtreding op 1 januari 2015. In het licht van het recente vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 74/2014, 8 mei 2014) achtte men het immers noodzakelijk om de bepalingen betreffende de bestuurlijke lus te herbekijken.

Meer info?

Contacteer Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be