Vlaamse Codex Fiscaliteit: meer dan een gewone codex

Vlaamse Codex Fiscaliteit: meer dan een gewone codex

De Vlaamse wetgeving is een wetboek rijker: de Vlaamse Codex Fiscaliteit. De introductie van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (Vlaams Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, BS 23 december 2013; Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 31 december 2013) zou principieel enkel de samenbundeling moeten zijn van de reeds bestaande Vlaamse belastingregels. In praktijk ging men echter verder...

Noodzaak

De systematische en gefaseerde uitbreiding van de regionale fiscale bevoegdheden heeft ertoe geleid dat de Vlaamse fiscale wetgeving een amalgaam was geworden van allerhande naast elkaar bestaande wetteksten. Te denken valt aan het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92), KB/WIB92, Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (WIGB), KB/WIGB, MB/WIGB en tal van andere wetten, Vlaamse decreten en besluiten.

Men zag al langer in dat de belastingen die de Vlaamse Belastingdienst int, op een overzichtelijkere manier moesten worden weergegeven. Tegelijk was het ook noodzakelijk om de invordering van de Vlaamse belastingen op een efficiëntere en meer klantgerichte manier te laten gebeuren. Dit zou enkel mogelijk zijn in geval de procedureregels geüniformiseerd werden. Beide doelstellingen werden met de introductie van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (verder afgekort met: de VCF) bereikt.

De VCF heeft m.a.w. als doel om alle regelgeving betreffende de belastingen die de Vlaamse Belastingdienst mag innen, in één codex te gieten.

Opgenomen en op te nemen belastingen

Zowel de onroerende voorheffing als de jaarlijkse verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling (BIV), het eurovignet, de verkrottingsheffing voor de woningen en de leegstandsheffing op de bedrijfsruimten maken thans deel uit van de VCF.

Concreet betekent dit dat de belastingplichtige, die op zoek is naar de modaliteiten, vrijstellingen of vermindering inzake de onroerende voorheffing, de desbetreffende bepalingen uit de VCF zou moeten raadplegen. Vóór de inwerkingtreding van de VCF zou dezelfde persoon de overeenstemmende bepalingen van het WIB92 moeten gebruiken (of meer bepaald het deel van het artikel uit het WIB92 dat van toepassing was in het Vlaams Gewest).

De planbatenheffing is echter nog niet opgenomen in de VCF en maakt op dit ogenblik nog altijd deel uit van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De registratie- en successierechten, evenals de milieuheffingen, zullen in de toekomst ook worden opgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Het opnemen van alle belastingen die door de Vlaamse Belastingdienst geïnd worden in de VCF zou natuurlijk logischer zijn geweest.

Structuur VCF

De VCF heeft een doelbewust gekozen structuur, die uit zeven titels bestaat.

Titel 1 bevat inleidende bepalingen, waarin de definities zijn opgenomen die essentieel zijn voor de toepassing van de overige titels van de codex.

Titel 2 gaat over de belastingheffing zelf en bestaat verder uit de materieelrechtelijke bepalingen.

Titel 3 regelt de procedures inzake de inning en invordering. Hierin wordt onder meer antwoord gegeven op de vraag hoe de belasting geheven wordt, wanneer de belastingplichtige de belasting moet betalen, hoe de betwisting moet gebeuren, ed.

Aangezien elke belasting, die in de VCF werd opgenomen, over eigen procedurebepalingen beschikte, vormt titel 3 veel meer dan louter coördinatie en codificatie van de bestaande regels. Deze codex heeft alle mogelijke procedureverschillen weggewerkt en dit zorgde voor de totstandkoming van de inhoudelijke wijzigingen.

Titel 4 bevat wijzigingsbepalingen. Titel 5 maakt melding van de opheffingsbepalingen en overgangsmaatregelen. Titel 6 regelt de citeerwijze van de codex en Titel 7 bevat alle bepalingen rond de inwerkingtreding van de VCF.

Wie de VCF raadpleegt, kan niet naast de gehanteerde nummering van de codex kijken. De structuur van de nummering bestaat uit vijf cijfers en wordt door velen als 'onleesbaar' en 'gecompliceerd' bestempeld. Men mag echter niet uit het oog verliezen dat deze nummering niet 'willekeurig' is zoals het geval bij het Wetboek der Inkomstenbelastingen: de volgorde van elke cijfer in de nummering heeft zijn eigen betekenis. Eens de lezer de gebruikte filosofie achter de nummering onder de knie heeft, weet hij onmiddellijk waarover een welbepaald artikel gaat.

Inwerkingtreding

De VCF trad in principe in werking op 1 januari 2014. De koppeling vanaf aanslagjaar 2014 zou immers ongewenste effecten tot gevolg hebben in allerhande procedurekwesties. Te denken valt aan een procedure die betrekking heeft op meerdere aanslagjaren. In zo'n geval zou men zowel de vroegere regels van het WIB92 moeten toepassen, als de nieuwe regels van de VCF.

Deze redenering geldt echter niet voor wat de vaststelling van de belasting betreft, alwaar het aanslagjaar 2014 weldegelijk als datum van de inwerkingtreding van de codex wordt aanzien.

De VCF bevat ten slotte concordantietabellen, die integraal deel uitmaken van de codex.

Besluit

Het spreekt voor zich dat het belang van de Vlaamse fiscaliteit naar de toekomst toe alleen maar zal toenemen. De introductie van de VCF is op dat vlak een mooie én tijdige wettelijke creatie. De VCF is echter geen eindwerk en is op dit ogenblik geenszins allesomvattend. Zo zullen nog zowel de registratie- als successierechten worden toegevoegd; dit geldt tevens ook voor de milieu- en planbatenheffing. Vermits de Vlaamse Codex Fiscaliteit echter over een transparante structuur beschikt en de belastingregelgeving nu al hogerop wil tillen, kan de komende codificatie alleen maar worden toegejuicht.

Auteur: Andrej Kurliuk

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be