Stand-still periode voor niet-Europese opdrachten bevestigd?

Stand-still periode voor niet-Europese opdrachten bevestigd?

Met een nieuwsbericht van 3 juni 2014 waarschuwde GD&A advocaten de aanbestedende overheden reeds voor het feit dat de stand-still periode (wachttermijn) bij voorkeur ook wordt nageleefd bij niet-Europese opdrachten, ook al bestaat daartoe geen wettelijke verplichting. Er werd toen gesteld dat de wachttermijn toch best diende te worden nageleefd in het licht van de beginselen van behoorlijk bestuur. Deze aanbeveling blijkt thans te zijn bevestigd door Nederlandse rechtspraak.

Wat betreft de toepassing van een stand-still voorafgaand aan de sluiting van een niet-Europese opdracht werd reeds aangehaald dat Raad van State zou kunnen oordelen dat een aanbestedende overheid, die de wachttermijn van 15 kalenderdagen niet (vrijwillig) toepast, een onzorgvuldigheid begaat en aldus een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur. Dit zou voornamelijk het geval kunnen zijn wanneer er geen deugdelijke motieven voorhanden zijn om de wachttermijn niet toe te passen.

Dat het aanbevolen is de stand-still periode ook toe te passen bij niet-Europese opdrachten werd recentelijk bevestigd door een Nederlands arrest van 4 februari 2014.

De rechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in kortgeding dat het onmogelijk maken van een effectieve rechtsbescherming tegen een gunningsbeslissing in strijd is met het fair-play beginsel.

De feiten deden zich voor als volgt.

Scheldestromen startte een gunningsprocedure waarbij uitdrukkelijk staat vermeld dat de opdracht verdeeld is in percelen. De offerte diende te gebeuren per perceel, de beoordeling zou in zijn geheel plaatsvinden (hetgeen op zich een onjuiste invulling lijkt, sic).

Op 13 december 2013 bericht Scheldestromen aan Global dat zij wil gunnen aan TMC Project. Op 13 januari 2014 geeft Scheldestromen nadere toelichting bij dit gunningsvoornemen. Echter, TMC Project blijkt geen aanbieding in percelen te hebben gedaan, zodat Global daartegen reageert.
De Nederlandse rechter oordeelde hierover dat de aanbestedende overheid haar eigen regels diende na te leven en aldus niet kon gunnen aan TMC Project.

Scheldestromen stelde dat Global geen spoedeisend belang heeft omdat de opdracht definitief gegund werd aan TMC Project (sluiting van de opdracht was aldus reeds gebeurd) en dat de belangenafweging in het voordeel diende te beoordeeld van Scheldestromen. Zij stelde bovendien dat zij niet gehouden was aan de opschortende wachttermijn, aangezien deze enkel geldt voor Europese opdrachten.

De rechter oordeelde echter dat het feit dat de overeenkomst reeds gesloten is er niet aan in de weg staat dat de vordering ten gunste van Global wordt toegekend. In het Nederlands Burgerlijke Wetboek wordt immers voorzien in de mogelijkheid om een overeenkomst op te zeggen.

Volgens de rechter handelde Scheldestromen bovendien in strijd met het fair-play beginsel. Zij koos er immers voor om op dezelfde dag dat aan de inschrijvers werd bekend gemaakt had aan wie de opdracht gegund zou worden, met die inschrijver reeds een overeenkomst te sluiten. Scheldestromen hanteerde aldus geen opschortende termijn en maakte op die manier een effectieve rechtsbescherming tegen de gunningsbeslissing onmogelijk.
Of de aanbestedende overheid al dan niet verplicht was een opschortende termijn te respecteren, doet volgens de rechter niet ter zake. Het fair-play is een beginsel van algemeen bestuur en er was bovendien geen sprake van enige spoed.

De rechter besliste dan ook dat de gunning ongedaan moest worden gemaakt en dat indien Scheldestromen wenste toe te wijzen op basis van de huidige gunningsprocedure er een herbeoordeling diende te komen waarbij de offerte van TMC Project buiten beschouwing diende te blijven.

Conclusie :
Zoals reeds gesteld, lijkt de rechter aldus geval per geval te kunnen nagaan of er in het kader van de toepassing van de wachttermijn algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden zijn.
In casu was dit het geval, temeer omdat er geen grondige redenen voor handen waren om de procedure zo snel af te handelen. De vraag kan uiteraard worden gesteld wat de uitspraak zou zijn indien deze motieven er wel zouden zijn...

Een aanbestedende overheid doet er dus steeds goed aan om bij om het even welke procedure inzake overheidsopdrachten een stand-still termijn te respecteren waarbinnen de inschrijvers tegen de gunningsbeslissing kunnen opkomen. Op deze manier wordt een effectieve rechtsbescherming gegarandeerd en wordt het zorgvuldigheidsbeginsel evenals het beginsel van fair-play gerespecteerd.

Auteur: Yasmine D'hanis

Meer info?
Contacteer Gitte LAENEN

Advocaat - Vennoot
015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be