Winstoogmerk en AGB's: The Neverending Story?

Winstoogmerk en AGB's: The Neverending Story

Recente persberichten over BBI-controles doen bij de lokale besturen andermaal vragen rijzen over de toepassing van de btw-vrijstellingen en het winstoogmerk van autonome gemeentebedrijven. Reeds in juni dit jaar gingen wij in op deze problematiek (12/06 en 19/06). Ook tijdens onze seminaries in november kwam dit aspect ruim aan bod.

Winstoogmerk

Diverse vrijstellingen in het btw-wetboek zijn gekoppeld aan het gebrek aan winstoogmerk. Het betreft concreet de exploitatie van sportinfrastructuur, musea, bibliotheken, culturele voorstellingen en sinds 1 januari 2014 ook onderwijs.

Indien de organisator van deze activiteiten geen winstoogmerk heeft, is de vrijstelling verplicht van toepassing. Dit is steeds het geval bij de gemeente of een VZW. Een AGB kan daarentegen wel een winstoogmerk in haar statuten opnemen en positieve resultaten nastreven, die desgevallend aan de gemeente kunnen worden uitgekeerd, waardoor het AGB niet aan de vrijstelling is onderworpen. Het winstoogmerk moet globaal op het niveau van het AGB worden beoordeeld en niet activiteit per activiteit (H.v.J. 21 maart 2002, Kennemer Golf & Country Club, C-174/00, Jurisprudentie 2002, p I-03293).

In zijn antwoord op een parlementaire vraag (Vraag nr. 842 van mevrouw Warzée-Caverenne dd. 02.04.2014) antwoordde de minister van Financiën nog eerder dit jaar: “Autonome gemeentebedrijven die activiteiten ontwikkelen waarvan de vrijstelling afhankelijk is van het gebrek aan winstoogmerk, vallen buiten het toepassingsgebied van de vrijstelling wanneer hun statuten erin voorzien dat de eventuele winsten zullen worden uitgekeerd aan de leden en dit effectief gebeurt.”.

Sinds dit antwoord hecht de fiscus meer aandacht aan de effectieve uitkering van winsten indien er winsten zijn. Al te ruime werkingssubsidies (vrijgesteld van btw) lijken ook minder te worden geapprecieerd.

Waarde btw-akkoord

Terecht vragen veel besturen zich af wat de waarde is van het btw-akkoord waarover ze beschikken. In de ELMEKA-arresten van het Hof van Justitie (gevoegde zaken C-181/04 tot en met C-183/04 dd. 14.09.2006) heeft het Hof immers geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel deel uitmaken van de communautaire rechtsorde, dat de nationale instanties het vertrouwensbeginsel in acht moeten nemen (zelfs al is het eerder ingenomen standpunt onwettig.

De minister van Financiën bevestigt dat de bepalingen van de Elmeka-arresten door de Belgische fiscus moeten worden toegepast (Vraag nr. 277 van mevrouw Claes dd. 02.02.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 062, blz. 131-134):

Om de houding van de gerechtelijke en uitvoerende macht te bepalen t.o.v. dit rechtsbeginsel in een fiscale omgeving dient te worden uitgegaan van het feit dat de hier beoogde wetgeving van openbare orde is. Geen enkel lid van de samenleving mag dus vrijwillig afwijken van de wettelijke voorschriften. Het verbreden of ruimer maken van een tekst (...) door interpretatie ervan is een ongezonde praktijk (Gent, 18 april 1989, F.J.F., 1989, 338). Dit geldt eveneens voor de problemen die een interpretatie kunnen meebrengen hetzij, al naar het geval, voor het verleden of voor de toekomst (Cfr. het arrest van 27 maart 1980, Denkavit Italiana SRL., 61/79, Jurispr. 1980, 01205). Enkel het reeds genoemde Hof van Justitie kan hierop een uitzondering dicteren.

De gerechtelijke en uitvoerende macht zijn aldus gebonden door de zo-even genoemde openbare orde die geldt in de fiscale wetgeving. Deze strenge houding moet echter worden geplaatst in het normenraam van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In casu is hier vooral het beginsel van de rechtzekerheid van toepassing en bij uitbreiding ervan het afgeleide beginsel van het vertrouwen. De toe te passen wegingscriteria ter zake zijn vastgelegd in het arrest van 14 september 2006, Elmeka NE, C-181/04 t.e.m. 183/04, Internet Cvria).”.

Hieruit blijkt dus dat het btw-akkoord voor het AGB een belangrijke waarde heeft.

Economische activiteiten

Daarom is het zinvol dat u het akkoord met de fiscus nog eens ter hand neemt en nagaat of de gemaakte afspraken in de praktijk nog worden nageleefd.

Daarnaast kan het ook interessant zijn om na te gaan in welke mate de economische activiteiten van het AGB beter kunnen worden ondersteund en uitgebouwd teneinde financieel onafhankelijker te worden van de gemeente.

Auteurs: Steven MICHIELS

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be