Overheidsopdrachten: Omzendbrief 22 juli 2014 licht anti-fraudemaatregelen toe

Overheidsopdrachten:
Omzendbrief 22 juli 2014 licht anti-fraudemaatregelen toe

Op 4 augustus 2014 werd de omzendbrief van 22 juli 2014 omtrent de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale, fiscale en loonschulden bij overheidsopdrachten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Deze omzendbrief licht de maatregelen toe die de federale regering heeft genomen ter bestrijding van sociale en fiscale fraude. Zo werd onder andere het stelsel van de inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid van opdrachtgevers en aannemers voor sociale en fiscale schulden uitgebreid en werden twee afzonderlijke stelsels van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden ingevoerd.
Hoewel het toepassingsgebied ruimer is, geeft deze omzendbrief onder meer aan op welke wijze deze maatregelen een invloed hebben op overheidsopdrachten en welke bijkomende verplichtingen deze meebrengen voor een aanbestedende overheid.
GD&A Advocaten zet hieronder de belangrijkste maatregelen op een rij en sluit af met de bespreking van  enkele concrete gevolgen ervan voor aanbestedende overheden.

A. De inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden

1. Het bestaande systeem

1.1. Sociale schulden

Toepasselijke wetgeving:
Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en het uitvoeringsbesluit van 27 december 2007 bepalen de principes die van toepassing zijn voor de sociale schulden.

Concreet:
Ingevolge voormeld artikel wordt een inhoudingsplicht ingevoerd wanneer, op het ogenblik dat een factuur betaald dient te worden, op de website www.socialsecurity.be wordt gemeld dat een inhoudingsplicht van toepassing is op de onderneming die de factuur heeft ingediend.

Wanneer de aanbestedende overheid de betaling uitvoert van (alle of van een deel van) de werken bedoeld in artikel 30bis aan een opdrachtnemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, dan moet die overheid bij de betaling 35 % van het bedrag van de factuur zonder btw inhouden en aan de RSZ doorstorten.

Concreet gebeuren de inhoudingen op facturen als volgt:

- Indien de factuur meer dan 7143 euro bedraagt: de aannemer moet een attest overleggen waarin het bedrag van zijn schuld vermeld is:

als de schuld hoger is dan 35 % van het factuurbedrag zonder btw, is de inhouding beperkt tot 35 % van het bedrag van de factuur zonder btw;

• als de schuld lager is dan 35 % van het factuurbedrag zonder btw, is de inhouding beperkt tot het bedrag van de RSZ-schuld;

• als de aannemer geen attest overlegt, moet 35 % van het factuurbedrag zonder btw worden ingehouden;

- Indien de  factuur minder dan 7143 euro bedraagt: de aannemer is niet verplicht om een attest over te leggen en 35 % van het factuurbedrag zonder btw moet worden ingehouden.

Echter, indien de opdrachtnemer bij de RSZ uitstel van betaling heeft gekregen en hij bewijst dat hij de opgelegde termijnen strikt naleeft, dan wordt hij vrijgesteld van inhoudingen op de facturen die hij voorlegt voor de uitvoering van werken die onder het toepassingsgebied van artikel 30bis vallen.

Opgelet:

1.- Het niet uitvoeren van de inhouding op een factuur kan worden bestraft.

De RSZ vordert alsdan het bedrag van de inhouding, hetzij (max.) 35 % van het bedrag (zonder btw) van de factuur, verhoogd met een sanctie van (max.) 35 % van het bedrag (zonder btw) van de factuur, van de aanbestedende overheid.

! Als aanbestedende overheid is het dus zeer belangrijk om de website www.socialsecurity.be goed in het oog te houden vooraleer er wordt overgegaan tot betaling.

2.- Er bestaat een onderscheid tussen het attest dat beschikbaar wordt gesteld op www.socialsecurity.be en het attest dat door de aanbestedende overheid wordt opgevraagd met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht in toepassing van artikel 62 KB Plaatsing.

De kans bestaat bijgevolg dat een aanbestedende overheid, die de sociale toestand van een kandidaat of inschrijver in het kader van het onderzoek van het toegangsrecht nagaat, vaststelt dat zich op dat vlak geen enkel probleem stelt, terwijl de website www.socialsecurity.be aangeeft dat er wél sociale schulden zijn.

De aanbestedende overheid zal in dergelijk geval de betreffende kandidaat/inschrijver moeten toelaten tot de gunningsprocedure, zelfs al betekent dit voor de aanbestedende overheid dat deze hoofdelijk aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor de sociale schulden van deze kandidaat/inschrijver, meer bepaald indien er ook op het moment van het sluiten van de opdracht sociale schulden zouden bestaan (volgens het attest beschikbaar via www.socialsecurity.be) en in zoverre de aanbestedende overheid in het kader van de uitvoering van de opdracht de op hem rustende inhoudingsplicht op factuur niet correct zou naleven.

1.2. Fiscale schulden

Toepasselijke wetgeving
Art. 400 e.v. WIB 92:

• Geldt voor werken in onroerende staat (art. 20, §2 4B nr. 1 van 29/12/1992);
• Fiscale schulden zijn schulden m.b.t. alle directe belastingen en voorheffingen (niet BTW);

Concreet
Wanneer de aanbestedende overheid de betaling uitvoert van (alle of een deel van) de werken bedoeld in artikel 400, 1°, WIB 92 aan een opdrachtnemer die op het ogenblik van de betaling fiscale schulden heeft, dan moet die overheid bij deze betaling 15 % van het bedrag van de factuur (zonder btw) inhouden en aan de belastingadministratie doorstorten.

De controle of de opdrachtnemer al dan niet in orde is met zijn fiscale schulden gebeurt aan de hand van de website “Minfin”, die kan worden geraadpleegd via volgende link: https://eservices.minfin.fgov.be/portal/nl/public/citizen/services/attests .

Wanneer een factuur 7143 euro (zonder btw) of meer bedraagt en een inhouding op factuur moet worden uitgevoerd, dan verzoekt de aanbestedende overheid de opdrachtnemer haar een attest te bezorgen waarin het exacte bedrag van zijn fiscale schuld staat vermeld.

Op die manier moet de storting, indien de schuld lager ligt dan de in principe uit te voeren inhouding, beperkt worden tot het bedrag van de schuld. Indien de schuld op het attest echter hoger ligt dan de in principe uit te voeren inhouding of indien de opdrachtnemer het attest niet indient in de maand van de aanvraag, dan moet een bedrag van 15 % van het gefactureerde bedrag (zonder btw) worden doorgestort naar de belastingadministratie

Opgelet !

1.- Ook hier dient de opmerking te worden gemaakt dat het attest dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.myminfin.be en het attest dat door de aanbestedende overheid wordt opgevraagd met het oog op het onderzoek van het toegangsrecht verschillend is (zie supra).

2.- Wanneer de storting aan de belastingadministratie van de bedragen die op de facturen moesten worden ingehouden niet is verricht, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld en als administratieve boete ten name van de aanbestedende overheid in gekohierd.

3.- De aanbestedende overheid die voor de bedoelde werken of activiteiten een beroep doet op een opdrachtnemer die al fiscale schulden had op het ogenblik van de sluiting van de opdracht (volgens “minfin”) kan hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van deze fiscale schulden van de opdrachtnemer.

De overheid kan ook hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de fiscale schulden van de opdrachtnemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst.

De hoofdelijke aansprakelijkheid is beperkt tot 35% van het totaalbedrag (zonder BTW) van de gegunde werken.

! Het is dus uiterst belangrijk dat vóór sluiting en vóór elke betaling, fiscale schulden worden gecheckt via:

https://eservices.minfin.fgov.be/portal/nl/public/citizen/services/attests

2. De belangrijkste wijzigingen (inzake sociale en fiscale schulden)

2.1. Subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid

 

Vóór 2012 kon enkel hoofdelijke aansprakelijkheid worden opgelegd voor de sociale en fiscale schulden van de eigen (onder)aannemer.

Sinds de hervormingen van 2012 (Programmawet 29 maart 2012) kan de opdrachtnemer of de onderaannemer op een subsidiaire wijze hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld.
Deze anti-fraude maatregel werd voornamelijk getroffen ter bestrijding van zogenaamde “lege doos-ondernemingen”.

Subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid houdt in dat wordt opgeklommen in de keten van medecontracten ter betaling van de schulden.  

2.2. Uitbreiding inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid naar fraudegevoelige sectoren

Inzake de inhoudingsplicht op de factuur en de hoofdelijke aansprakelijkheid werd in de Programmawet van 29 maart 2012 de mogelijkheid voorzien om deze uit te breiden naar fraudegevoelige sectoren.

Momenteel is in volgende sectoren het systeem van de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden aldus van toepassing:

                 - Sector bewakings- en toezichtdiensten
                 - Vleesverwerkingssector

In deze laatste sector zullen de aanbestedende overheden waarschijnlijk slechts zelden met deze systemen worden geconfronteerd, om de eenvoudige reden dat aanbestedende overheden in de vleesverwerkingssector zeer weinig opdrachten plaatsen (hoewel dit bv. wel zou kunnen voorkomen bij OCMW's die opdrachten plaatsen voor het leveren van maaltijden - oppassen dus dat één en ander niet in de soep draait...).

B. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden en maatregelen tegen tewerkstellingen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen

1.
Voor het eerst werd met de Programmawet van 29 maart 2012, voor bepaalde sectoren, een stelsel van hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden ingevoerd ten laste van de aanbestedende overheden, de opdrachtnemers en de onderaannemers.

Dit stelsel zal impliceren dat de aanbestedende overheid niet alleen hoofdelijk aansprakelijk zal kunnen worden gesteld voor de loonschulden van de opdrachtnemer waarmee zij rechtstreeks werken, maar ook voor de loonschulden van de onderaannemers waarop onrechtstreeks, via een keten van onderaannemers, een beroep wordt gedaan.
Deze regeling is terug te vinden in artikel 35/2 e.v. van de wet van 12 april 1965 (loonbeschermingswet).

2.
Ook in de specifieke wetgeving overheidsopdrachten zijn een aantal maatregelen opgenomen die erop gericht zijn ervoor te zorgen dat de lonen worden uitbetaald indien de werkgever in gebreke blijft.

Ingevolge artikel 88 KB Uitvoering van 14 januari 2013 is de aanbestedende overheid gehouden tot het ambtshalve inhouden van het brutobedrag van de achterstallige lonen op de aan de aannemer verschuldigde bedragen. De aanbestedende overheid moet dan het brutobedrag inhouden en de betreffende bedragen (lonen, sociale zekerheidsbijdragen en afhoudingen betreffende de inkomstenbelasting) overmaken aan de rechthebbenden.

3.
In artikel 35/7 tot en met 35/13 van de wet van 12 april 1965 (loonbeschermingswet) is een specifiek systeem voorzien voor de loonschulden in geval van tewerkstelling in België van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.

C. Concrete gevolgen voor aanbestedende overheden?

1. Algemeen

Als gevolg van de wijzigingen in de arbeidswetgeving:

1. Rust op de aanbestedende overheid een inhoudingsplicht op de factuur wat betreft de toezicht- en bewakingsdiensten en de diensten van de vleesverwerkingssector, tenminste indien blijkt dat de opdrachtnemer sociale of fiscale schulden heeft.

2. Zal de aanbestedende overheid een passend gevolg moeten geven aan de kennisgevingen die ze ontvangt van de arbeidsinspectie, wil zij vermijden om hoofdelijke aansprakelijk gesteld te worden voor de loonschulden van opdrachtnemers en/of onderaannemers in de betreffende sectoren, rekening houdend met de gepaste maatregelen die werden genomen in de lagere keten van de aanneming;

3. Zal de aanbestedende overheid gepast moeten reageren wanneer zij kennis heeft dat illegaal verblijvende onderdanen van derde landen worden tewerkgesteld in het kader van de uitvoering van een opdracht. Vanaf het moment dat zij deze kennis verkrijgt, wordt ze immers hoofdelijk aansprakelijk voor de loonschulden van de illegaal tewerkgestelde werknemers. Bovendien zullen de aanbestedende overheids, tenminste zij die niet over een strafrechtelijke immuniteit beschikken, vervolgd kunnen worden. In principe zullen ze de opdracht dan ook moeten verbreken, tenzij indien zou blijken dat lager in de aannemingsketen reeds een contractverbreking is gebeurd.

Wat betreft het tweede en derde punt, dient de aanbestedende overheid te vermijden verdere sanctionerende maatregelen te nemen, wanneer op grond van de aangevoerde verweermiddelen blijkt en bewezen wordt dat de opdrachtnemer of een onderaannemer lager in de aannemingsketen al tot een nuttige contractverbreking is overgegaan, zodat het duidelijk is dat de inbreuk (zwaarwichtige niet-betaling van het loon of tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen) zich niet opnieuw kan voordoen, tenminste voor zover kan worden aangetoond dat het gaat om een reële en rechtmatige verbreking.

Zo zal een contractverbreking in de onderaannemingsketen met de onderaannemer die verantwoordelijk is voor de illegale tewerkstelling of de zwaarwichtige onderverloning immers de facto de ganse resterende keten beschermen, met inbegrip van de aanbestedende overheid aangezien het ook in dat geval uitgesloten is dat de inbreuk nog zou voortduren of dat nog nieuwe inbreuken kunnen worden vastgesteld ten aanzien van dezelfde onderaannemer.

De aanbestedende overheid doet er wel goed aan steeds alle bewijzen van contractsverbreking op te vragen en te controleren. Indien de aanbestedende overheid op die manier een bewijs verkrijgt waaruit de effectieve contractverbreking blijkt, zou het wellicht excessief zijn om in dat geval toch nog tot een ambtshalve maatregel of het verbreken van de opdracht wegens beroepsfout over te gaan. Het valt niet uit te sluiten dat het nemen van deze maatregelen door de rechtbanken in dat geval zelfs zou worden gesanctioneerd.

Ook wanneer bewezen wordt de betreffende werknemers alsnog werden uitbetaald binnen de verweermiddelentermijn van de opdrachtnemer, kan de aanbestedende overheid ervoor kiezen geen verdere maatregelen te nemen.

2. Reactiemiddelen die de wetgeving overheidsopdrachten aanreikt

De wetgeving inzake overheidsopdrachten reikt enkele mogelijkheden aan die de aanbestedende overheid kan gebruiken om te reageren wanneer blijkt dat de opdrachtnemer op zwaarwichtige wijze tekortschiet in zijn verplichting om het loon uit te betalen aan het personeel dat tewerkgesteld wordt in het kader van de uitvoering van de opdracht, of indien blijkt dat er illegalen worden tewerkgesteld.

a)-
De aanbestedende overheid kan een inbreuk vaststellen op de verplichtingen van artikel 42 van de Overheidsopdrachtenwet van 15 juni 2006, en zo nodig ook een beroep doen op de ambtshalve maatregelen bepaald in artikel 47 KB Uitvoering, nadat aan de opdrachtnemer de mogelijkheid werd geboden om zijn verweermiddelen te doen gelden (zie artikel 44, § 2).

Immers, de uitbetaling van het loon valt onder de algemene arbeidsvoorwaarden die de opdrachtnemer ingevolge voormeld artikel 42 van de Overheidsopdrachtenwet moet naleven en doen naleven.

Er kan worden besloten dat indien een aanbestedende overheid, overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, een kennisgeving van de arbeidsinspectie ontvangt waarin gesteld wordt dat zijn opdrachtnemer of de na deze laatste komende onderaannemer op zwaarwichtige wijze tekortschiet in zijn verplichting om het loon te betalen, dit eveneens een inbreuk vormt op artikel 42, tenminste indien de opdrachtnemer zou nalaten om de nodige maatregelen te treffen of te laten treffen.

De aanbestedende overheid is in dat geval gerechtigd, overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid, KB Uitvoering, om een proces-verbaal op te maken waarin de tekortkoming wordt vastgesteld en waarbij zij zich zal kunnen steunen op de kennisgeving die zij ontving van de arbeidsinspectie (waarnaar kan worden verwezen).
De aanbestedende overheid doet er goed aan dit proces-verbaal onverwijld op te maken en daarvan een afschrift toe te sturen naar de opdrachtnemer bij aangetekende zending en tegelijkertijd via elektronische middelen (immers loopt reeds de termijn van 14 werkdagen ten aanzien van de aanbestedende overheid).

Dezelfde werkwijze dient te worden gevolgd indien blijkt dat er illegalen te werk worden gesteld.

Opgelet:

In de sector van de schoonmaakdiensten en de vleesverwerkingssector geldt dat de opdrachtgevers, wanneer zij contractueel voorzien hebben in de onmiddellijke verbreking zonder vergoeding van hun contractuele verhoudingen ingeval van kennisgeving in de zin van artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, de verbreking niet kan doorgaan indien de betrokken werknemers het gedeelte van het betrokken loon toch nog binnen de 14 werkdagen na de kennisgeving hebben ontvangen. 

Dergelijke verbreking kan evenmin ingaan indien blijkt dat de opdracht werd gesloten aan financiële voorwaarden die de betaling van het loon waarop de werknemers van de voormelde aannemers of onderaannemers recht hebben manifest onmogelijk maken.

Indien de opdracht niet werd gesloten aan financiële voorwaarden die de betaling van loon manifest onmogelijk maken, zal de aanbestedende overheid gedurende de voormelde termijn van 14 werkdagen de opdracht wel nog kunnen verbreken in uitvoering van artikel 47 KB Uitvoering (of een andere ambtshalve maatregel treffen), maar slechts onder de voorwaarde dat de betrokken werknemers het betreffende loon niet uitbetaald krijgen binnen de termijn van 14 werkdagen volgend op de kennisgeving van de arbeidsinspectie. Slechts indien de werknemers na afloop van deze periode niet uitbetaald werden, kan de verbreking uitwerking hebben. In deze sectoren zal dan ook een specifieke afwijking op artikel 47 KB Uitvoering moeten worden opgenomen in de opdrachtdocumenten.

b)-
De aanbestedende overheid kan de opdracht verbreken wegens een ernstige beroepsfout in uitvoering van artikel 62, 1°, KB Uitvoering.

Immers, het op zwaarwichtige wijze tekortschieten in de verplichting om het loon van de werknemers te betalen of het tewerkstellen van illegalen kan aanzien worden als het begaan van een ernstige fout in de beroepsuitoefening.
Het betreft één van de gevallen die bedoeld worden in artikel 61 KB Plaatsing waarbij de kandidaat of inschrijver uitgesloten kan worden van om het even welk stadium van de gunningsprocedure. In gevolge artikel 62 KB Uitvoering kan de aanbestedende overheid ook tijdens de uitvoering de opdracht verbreken.

Opgelet:
Het moet steeds duidelijk zijn dat de opdrachtnemer een beroepsfout heeft begaan. Indien bijvoorbeeld de fouten te wijten zijn aan een onderaannemer zal geval per geval uitgemaakt moeten worden of deze fouten toerekenbaar zijn aan de opdrachtnemer.


c)-
De aanbestedende overheid kan het bevel geven om de uitvoering van de opdracht, of althans het deel van de opdracht waarop de tekortkoming betrekking heeft, te schorsen;


d)-
De aanbestedende overheid kan beslissen tot de uitsluiting voor bepaalde tijd van de eigen opdrachten, overeenkomstig artikel 48 van het KB Uitvoering en/of indien het een aannemer van werken betreft, een voorstel van sanctie overeenkomstig van artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken.


e)-
Het is ook mogelijk dat de aanbestedende overheid beslist dat er geen maatregel moet worden genomen, omdat blijkt - op grond van de aangevoerde verweermiddelen - dat de opdrachtnemer of een onderneming lager in de aannemingsketen al tot een conctractverbreking (met een onderaannemer) is overgegaan, zodat het duidelijk is dat de inbreuk (zwaarwichtige niet-betaling van het loon of tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen) zich niet opnieuw kan voordoen of kan voortduren.

Het is ook mogelijk dat blijkt dat de tekortkomingen werden hersteld (werknemers werden correct betaald) binnen de termijn waarbinnen de opdrachtnemer zijn verweermiddelen kenbaar kan maken. In dat geval kan de aanbestedende overheid ook beslissen geen verdere maatregelen te nemen.

Opgelet :

Wat de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen betreft, zal de aanbestedende overheid alleszins een erg voorzichtige houding aan de dag moeten leggen, gelet op het risico dat zij strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld.
 

3. Opmaak bestek

Er is ook de mogelijkheid om bepaalde clausules op te nemen in de opdrachtdocumenten teneinde de risico's voor de aanbestedende overheid maximaal te beperken.

Zoals hierboven reeds gesteld, is de verbreking van de opdracht in bepaalde gevallen immers niet aangewezen.

Door het inlassen van bepaalde clausules kunnen aanbestedende overheden de impact van bepaalde negatieve gevolgen beperken wanneer zou blijken dat, ondanks de genomen corrigerende maatregelen, de hoofdelijke aansprakelijkheid toch niet helemaal kan worden afgewend.

Ten eerste kan de aanbestedende overheid erop toezien dat de verschillende overeenkomsten tussen de opdrachtnemer en een onderaannemer alsook tussen de onderaannemers onderling bepaalde bewarende clausules bevatten die de toegang tot de bouwplaats (of de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd) verbieden aan ondernemingen die een kennisgeving hebben ontvangen van de arbeidsinspectie overeenkomstig de artikelen 49/1 of 49/2 van het Sociaal Strafwetboek.

De opdrachtdocumenten kunnen er tevens in voorzien dat de opdrachtnemer instaat voor een continue opvolging en controle van de in gebreke gebleven onderaannemer, met inbegrip van een verplichting tot maandelijkse rapportering aan de opdrachtgever.

Het kan ook nuttig zijn om in het bestek een clausule te voorzien op basis waarvan de opdrachtnemer aansprakelijk kan worden gesteld voor alle bedragen die van de aanbestedende overheid zouden worden gevorderd in het kader van de toepassing van de regelgeving betreffende de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Tot slot kan het tevens aangewezen zijn om in de opdrachtdocumenten een bepaling op te nemen waarmee de opdrachtnemer ertoe wordt verplicht in de eventuele onderaannemingsovereenkomsten een clausule op te nemen op grond waarvan deze overeenkomst met de betrokken onderaannemer eenzijdig kan worden verbroken.

Indien zou blijken dat ten aanzien van deze onderaannemer een kennisgeving in uitvoering van de artikelen 49/1 of 49/2 van het Sociaal Strafwetboek werd opgesteld omwille van het tekortkomen van deze laatste aan zijn verplichtingen (zwaarwichtige onderverloning of tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen), zou de opdrachtnemer aldus de overeenkomst zonder problemen eenzijdig kunnen verbreken.

D. Besluit

De toepassing van de in het voorgaande toegelichte bepalingen is voor de aanbestedende overheid niet altijd een eenvoudige klus.

Het is dan ook beter te voorkomen dan te genezen.
Hierna aldus enkele preventieve maatregelen die tot aanbeveling strekken:

1. Het opnemen van enkele “beschermende” clausules in de opdrachtdocumenten (zie supra);

2. Het opnemen van de vermelding in de opdrachtdocumenten dat de inschrijver in zijn offerte moet aangeven welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en op welke onderaannemers hij mogelijk een beroep zal doen, zodat de aanbestedende overheid ook de fiscale en sociale toestand van deze onderaannemers kan nagaan (cfr. artikel 12 en artikel 74 KB Plaatsing en analoge bepalingen van de andere koninklijke besluiten plaatsing);

3. Steeds een zorgvuldig onderzoek voeren van het toegangsrecht om onder meer na te gaan of de kandidaten of de inschrijver(s), en in de mate van het mogelijk ook de onderaannemers, voldaan hebben aan hun verplichtingen inzake betaling van hun socialezekerheidsbijdragen en in orde zijn met de betaling van hun belastingen (cfr. artikel 61 en volgende KB Plaatsing en analoge bepalingen van de overige plaatsingsbesluiten).

4. Het doorvoeren van een zorgvuldig prijsonderzoek volgens de ter zake geldende voorschriften (meer bepaald artikel 21 en volgende KB Plaatsing en analoge bepalingen in de plaatsingsbesluiten), en desgevallend de specifieke bepalingen in de opdrachtdocumenten, zodat abnormaal lage offertes kunnen worden geweerd.

Indien zich in weerwil van de naleving van voormelde preventieve maatregelen toch een zware inbreuk op de sociale wetgeving zou voordoen en indien de aanbestedende overheid ervan op de hoogte is, heeft zij er alle belang bij om de arbeidsinspectie en het arbeidsauditoraat hiervan in kennis te stellen.

Auteurs: Yasmine D'hanis
             Gitte Laenen

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be