OCMW-integratiemodel: “bijzonder comité” en ruime mogelijkheden tot samenwerking en verzelfstandiging

OCMW-integratiemodel: “bijzonder comité” en ruime mogelijkheden tot samenwerking en verzelfstandiging

Vrijdag debatteerde de Vlaamse Regering over de conceptnota betreffende de integratie van de OCMW's in de gemeentebesturen, zoals opgesteld door bevoegd minister Homans. Na de bekendmaking van het Vlaamse regeerakkoord zijn daarmee de belangrijkste krijtlijnen van de ingrijpende hervormingsoperatie uitgetekend.

De Vlaamse Regering wil zoals bekend verdere stappen zetten in de maatschappelijke en bestuurlijke evolutie van samenwerking tussen gemeente en OCMW. Ze wil daarbij definitief afscheid nemen van het bipolaire model van de twee nevenbesturen in het lokale sociale beleid. De Vlaamse regering wil nog deze bestuursperiode overgaan tot de volledige integratie. Het nieuwe organieke kader, dat zal worden vertaald in een nieuw 'Decreet Lokaal Bestuur', moet daarbij ingang vinden vanaf de nieuwe lokale bestuursperiode in 2019.

Minister Homans heeft ter realisatie van de integratie gekozen voor het 'bijzonder comité-scenario'. Individuele aanvragen met betrekking tot het recht op maatschappelijke dienstverlening en het recht op maatschappelijke integratie worden daarbij voorbereid en uitgevoerd door personeel van de gemeente. De beslissingen over die aanvragen worden genomen door een nieuw orgaan onder de gemeenteraad: het Bijzonder comité voor de sociale dienst. De leden van dit bijzonder comité zullen worden aangeduid door de gemeenteraad. Er zal daarbij de mogelijkheid worden gelaten om ook niet-raadsleden en externe experts deel te laten uitmaken van dit orgaan. Het voorzitterschap zal worden waargenomen door een lid van het college van burgemeester en schepenen. Er zal vergaderd worden achter gesloten deuren.
De figuur van het bijzonder comité voor de sociale dienst bestaat vandaag reeds binnen de OCMW's, maar wordt dus getransponeerd naar de gemeente.

OCMW-integratiemodel

 

Al de andere aangelegenheden die vandaag uitgevoerd en beslist worden door de OCMW's worden geïntegreerd in het gemeentebestuur! Dit betekent dat het OCMW als aparte rechtspersoon, evenals de OCMW-raad, verdwijnen. Alle personeel, alle roerend, onroerend en financieel patrimonium, alle schulden, alle rechten en verplichtingen van de rechtspersoon OCMW zullen daarbij overgaan naar de rechtspersoon gemeente.

De gemeenteraad zal dan, binnen de grenzen van de organieke regelgeving, verder bepalen hoe de uitvoering van het sociaal beleid vorm zal krijgen. Die autonomie moet het mogelijk maken dat alle Vlaamse gemeenten, ook de centrumsteden, de integratie kunnen realiseren. Een organisatorische vormgeving zal zo in de eerste plaats mogelijk zijn binnen de reguliere gemeentelijke administratie. Mits een grondige motivering kan dan de uitvoering van bepaalde sociale taken en opdrachten van het sociaal beleid (bijzondere diensten, woonzorgcentra, ziekenhuizen) worden ondergebracht in verzelfstandigde entiteiten, al dan niet in samenwerking met actoren uit de private sector. De lokale besturen zullen in ieder geval rekening moeten houden met het principe van de maximaal mogelijke scheiding tussen actorrol en regierol. De tendens van verzelfstandiging en privatisering wordt daarmee verder uitgediept. Gemeenten kunnen er verder ook voor opteren om bepaalde delen uit te voeren in samenwerking met andere gemeenten. Alle noodzakelijke vormen van samenwerking tussen besturen onderling en tussen besturen en private actoren zullen een plaats krijgen in het nieuwe model. De bestaande verzelfstandigingsvormen van de OCMW's worden bij voorkeur omgevormd tot de bestaande gemeentelijke verzelfstandigingsvormen. Echter wanneer hun specifieke karakter nieuwe vormen vereist zal daar in voorzien worden. Wellicht zal daarbij een nieuwe vorm van intergemeentelijke samenwerking, waarbij ook privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen deelnemen, moeten uitgewerkt worden.

Met betrekking tot het personeel zullen de specifieke bepalingen voor de specifieke OCMW-functies geïntegreerd worden in de rechtspositieregeling van het gemeentebestuur. Met betrekking tot de decretale graden (secretarissen en financieel beheerders) zal het gemeentebestuur een (verplichte) keuze moeten maken tussen een van beide functiehouders. De niet gekozen secretaris of financieel beheerder zal decretaal bepaalde waarborgen genieten.

De Vlaamse Regering streeft met haar hervorming een aantal doelstellingen na. Zo wil ze komen tot een maximaal geïntegreerd sociaal beleid, bepaald door een sterkere gemeenteraad die beschikt over de maximale politiek-democratische legitimiteit. De Regering wil door het samengaan van de administraties -dus niet alleen de ondersteunende diensten- belangrijke efficiëntiewinsten realiseren. Het samengaan van de twee besturen moet dan weer zorgen voor een belangrijke winst aan bestuurskracht. Ook moet een meer klantengericht bestuur, waar de sociale dienstverlening wordt geleverd naast de andere lokale sociale diensten, zorgen voor een drempelverlaging voor de burger en minder stigmatiseren.

Om te komen tot de integratie zullen wel nog een aantal (federale) hinderpalen overwonnen dienen te worden. Door de Bijzondere Wet tot Hervorming van de Instellingen worden artikel 1 en 2 van de federale OCMW-wet van 8 juli 1976 immers voorbehouden aan de federale wetgever. Daarin is bepaald dat eenieder het recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, dat de OCMW's dit moeten verzekeren, dat de OCMW's openbare instellingen zijn met rechtspersoonlijkheid én dat iedere gemeente van het Rijk bediend wordt door een OCMW. Verder wordt door federale wetgeving ook nog voorzien in een aantal opdrachten die wettelijk aan de OCMW's worden toebedeeld. Een wettelijk ingrijpen van de federale overheid is dan ook vereist. Bovendien kan ook melding gemaakt worden van de pacificatiewet van 9 augustus 1988, echter is daar het voornemen van de Vlaamse overheid om dienaangaande geen wijzigingen door te voeren.

De Vlaamse Regering voorziet in een ambitieus tijdstraject waarbij elk gemeentebestuur gedurende de werkingsjaren 2017 en 2018 een organisatorisch traject zal moeten doorlopen tot de integratie van de OCMW-diensten in het gemeentebestuur.

GD&A Advocaten en haar netwerk is bij uitstek geplaatst om uw bestuur op integrale wijze te begeleiden bij deze delicate en uitdagende oefening. “Difficile est deponere longum amorem”.

Auteur: Roel Van Eetvelt

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be

Contacteer Cies GYSEN
Advocaat - vennoot
Tel 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be