Een kennisgeving van de gunningsbeslissing per aangetekende post volstaat niet…

Een kennisgeving van de gunningsbeslissing per aangetekende post volstaat niet...

Het is maar “een kleintje”.  En toch wordt het zo vaak over het hoofd gezien.  De gemotiveerde gunningsbeslissing dient eveneens per e-mail of per fax aan de deelnemers aan de gunningsprocedure te worden bezorgd.  Een kennisgeving louter per aangetekend schrijven is onvoldoende opdat de wachttermijn van vijftien kalenderdagen een aanvang neemt.

Artikel 8, § 1, Rechtsbeschermingswet (Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, B.S. 21 juni 2013) legt aan de aanbestedende overheid een aantal kennisgevingsverplichtingen op.

Zo dient bijvoorbeeld elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen de integrale gemotiveerde gunningsbeslissing te ontvangen.

Het tweede lid van voornoemd artikel 8, § 1 verplicht de aanbestedende instantie ertoe deze kennisgeving onverwijld per fax, per e-mail of een ander elektronisch middel te verrichten, alsook, dezelfde dag, bij aangetekende zending.

De vraag rijst welke de gevolgen zijn indien de aanbestedende overheid deze dubbele kennisgevingsverplichting niet naleeft.

In enkele arresten heeft de Raad van State zich reeds over deze vraag gebogen (R.v.St. 23 december 2011, nr. 217.044 en R.v.St. 18 april 2012, nr. 218.931). 

Het antwoord luidde dat de wachttermijn in dergelijk geval geen aanvang neemt, zodat ook een buiten die termijn ingesteld beroep tot schorsing (UDN) van de tenuitvoerlegging van de betreffende gunningsbeslissing ontvankelijk wordt verklaard.

De Raad verwees in haar redenering vooreerst naar artikel 23 Rechtsbeschermingswet dat de verhaaltermijnen vaststelt.  Een vordering tot schorsing van de gunningsbeslissing dient ingesteld te worden binnen een termijn van vijftien dagen.

Vervolgens wees de Raad op de dubbele kennisgevingsverplichting vervat in artikel 8, § 1, lid 2 Rechtsbeschermingswet.

Op grond van artikel 11 Rechtsbeschermingswet kwam de Raad uiteindelijk tot het besluit dat de wachttermijn geen aanvang neemt wanneer de gunningsbeslissing niet én per fax of e-mail én per aangetekende zending ter kennis werd gebracht van de betrokken inschrijver.   In artikel 11 wordt immers het volgende gestipuleerd:

“De sluiting van de opdracht die volgt op de gunningsbeslissing, mag in geen geval plaatsvinden vóór het verstrijken van een termijn van vijftien dagen die ingaat de dag nadat de gemotiveerde beslissing aan de betrokken kandidaten, deelnemers en inschrijvers overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, is verzonden. Indien deze verzendingen niet tegelijk gebeuren, gaat de termijn voor de betrokken kandidaat, deelnemer of inschrijver in de dag na de laatste verzending.”

Het belang van het naleven van de zoveelste formaliteit in het kader van de overheidsopdrachtenreglementering, m.n. deze van de dubbele kennisgeving, kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

 

Auteur:  Els GYPEN
             Gitte LAENEN

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be