Het decreet aangaande complexe projecten: naar versnelde procedures?

Het decreet aangaande complexe projecten: naar versnelde procedures?

Op 1 maart 2015 zullen het “Decreet betreffende complexe projecten, BS 27 augustus 2014” en het uitvoeringsbesluit “Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 15 april 2014 betreffende complexe projecten BS 21 januari 2015”  in werking treden. Deze nieuwe regelgeving heeft tot doel complexe projecten sneller en efficiënter te laten verlopen. De vraag stelt zich in concreto of de complexiteit wordt verminderd en wie voordeel kan doen met deze nieuwe wetgeving alsook wanneer. Een analyse.

Het decreet betreffende complexe projecten (hierna: het decreet) is het legistieke gevolg van de commissies Sauwens en Berx aangaande de versnelling en verbetering bij maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten. Het is immers een open deur intrappen dat het in Vlaanderen soms wel wat voeten in de aarde heeft om een project te realiseren, laat staan als het wordt gekenmerkt door een hoge complexiteit. Dit decreet wenst tegemoet te komen aan deze verzuchtingen met in het bijzonder een integratie van de verschillende procedures rond bestemmingswijziging, stedenbouwkundige vergunning en/of milieuvergunning alsook de respectievelijke onteigeningsmachtigingen.

De initiatiefnemer van een complex project kan vrij kiezen tussen de nieuwe geïntegreerde procedure - waarin een aantal stappen parallel verlopen -, of de klassieke procedure waarin alle stappen achter elkaar, in chronologische volgorde verlopen.

Een complex project is volgens het decreet: een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk-strategisch belang, dat vraagt om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planningsproces. Het project moet dus zowel een aspect van ruimtelijke planning als een aspect van vergunning omvatten. De complexe projecten bevinden zich niet de facto op Vlaams niveau, ook projecten met een kleinere schaal kunnen gebruik maken van dit nieuwe decreet. In dat geval zal de provinciale of gemeentelijke overheid een belangrijke rol spelen. De initiatiefnemer van een complex project kan zowel een private (rechts)persoon als een overheid zijn.

Het decreet voorziet in 4 fasen: de verkenningsfase, de onderzoeksfase, de uitwerkingsfase en de uitvoeringsfase met elk hun eigen finaliteit. Het decreet levert onmiskenbaar opportuniteiten op voor eenieder die betrokken is bij complexe vastgoedprojecten op voorwaarde dat bepaalde hinderpalen worden overwonnen.

Fase                                  Eindbeslissing                           Doel
Verkenningsfase                  Startbeslissing                              Projectdefinitie en procesaanpak scherper stellen
Onderzoeksfase                   Voorkeursbesluit                          Zoeken naar de beste oplossing
Uitwerkingsfase                    Projectbesluit                              Bepalen hoe het project zal worden uitgevoerd
Uitvoeringsfase                    /                                                 Realisatie en monitoring

Bron: Jura nieuws

De verkenningsfase

In de verkenningsfase is het relevant om te komen tot een eenduidige probleemdefinitie en projectdoelstellingen met een zo breed mogelijk draagvlak. De initiatiefnemer betrekt de betrokken overheden teneinde te komen tot een breed gedragen startbeslissing.

Als de Vlaamse Regering, de provincieraad of de gemeenteraad tijdens de verkenningsfase van oordeel is dat een initiatief tot complex project in aanmerking komt voor de door dit decreet geregelde besluitvormingsprocedure, neemt ze daarover een startbeslissing.

Het groot maatschappelijk en ruimtelijk strategisch belang van een project blijkt uit een of meerdere van de
volgende vaststellingen:

1° de probleemstelling of het programma van het project is meervoudig en omvat diverse af te wegen belangen;

2° het project is onontbeerlijk voor een noodzakelijke verbetering van de woonkwaliteit, de milieukwaliteit, de  
    economische ontwikkeling en/of de mobiliteit;

3° bij de afweging van de betrokken belangen is de maatschappelijke meerwaarde prominent;

4° het project is ruimtelijk structurerend voor het gebied in kwestie of wordt voorzien in een complexe omgeving;

5° het project heeft een grote rechtstreekse of onrechtstreekse socio-economische, ruimtelijke, 
    leefmilieugerelateerde of verkeerskundige impact;

6° het project houdt ongebruikelijke investeringen en inspanningen in op vlak van ontwikkeling en beheer.

De helder geformuleerde doelstellingen van een complex project worden opgenomen in de startbeslissing, die het engagement inhoudt van één van de bevoegde overheden (Vlaams gewest, provincie of gemeente) om een proces op te starten.
 
Gegeven het informeel karakter van deze fase en het feit dat de verkenningsfase enkel leidt tot het effectief opstarten van een proces wordt aan deze fase geen formele consultatie (wettelijk vastgesteld openbaar onderzoek) gekoppeld.

De onderzoeksfase

De onderzoeksfase van een complex project gaat van start als de startbeslissing, met een duidelijke projectdefinitie, doelstellingen en mogelijke oplossingen, is genomen. Het doel van de onderzoeksfase is om op een geïntegreerde wijze te komen tot een weloverwogen afweging van de verschillende alternatieven die aan de probleemstelling en de doelstellingen, geformuleerd in de startbeslissing, een voldoende oplossing kunnen geven.

Procesmatig worden onderzoeken en studies in deze fase gelijktijdig uitgevoerd. Zo zal de alternatievenonderzoeksnota, het geïntegreerd effectenonderzoek en goed- of afkeuring van het MER, alsook de advisering (ruimtelijk onderzoek, het mobiliteitsonderzoek, de kosten-batenanalyse, ...) in deze fase plaatsvinden.

Finaal wordt er uit de verschillende alternatieven gekozen voor één beste oplossing dat na een adviesvergadering opgenomen wordt in een ontwerp van voorkeurbesluit. Dit voorkeurbesluit zal opmaat zijn van een openbaar onderzoek.
Na het openbaar onderzoek en mogelijke aanpassingen wordt het ontwerp van voorkeursbesluit definitief vastgesteld.

De uitwerkingsfase

De uitwerkingsfase van een  complex project volgt op de goedkeuring van het voorkeursbesluit, het doel van de uitwerkingsfase is om het voorkeursbesluit verder te concretiseren tot een realiseerbaar project inclusief alle bijkomende flankerende maatregelen.

In deze fase wordt een projectonderzoeksnota opgesteld, een geïntegreerd effectenonderzoek gehouden alsook vindt een openbaar onderzoek plaats aangaande het ontwerp van projectbesluit.

Het resultaat is één geïntegreerd projectbesluit over het geheel van vergunningen en machtigingen, het bestemmingsplan en het actieprogramma. Dat leidt tot de uitvoeringsfase van het investeringsproject.

De uitvoeringsfase

De uitvoeringsfase van een investeringsproject volgt op de goedkeuring van het projectbesluit. Het doel van de uitvoeringsfase is enerzijds om de werken zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Anderzijds is het belangrijk om ook de nodige stappen wat betreft het beheer, de monitoring en de evaluatie van het project uit te voeren.

Opportuniteiten

Het projectbesluit biedt onmiskenbaar voordelen teneinde tot een versnelde uitvoering van de projecten te komen. Het  is immers een geïntegreerd besluit dat zowel een vergunningenluik, planologisch luik als de nodige machtigingen bevat.

Het nodige (informele) vooroverleg en het gegeven dat één overheid verantwoordelijk is voor het gehele project bieden eveneens opportuniteiten voor de betrokken ondernemer(s)/ondernemingen.  

Hinderpalen

De regelgeving omtrent het decreet complexe projecten blinkt contradictorisch genoeg uit in complexiteit. Het ontbreekt eveneens aan de nodige eenduidigheid wat nu juist een complex project inhoudt.

Er dient eveneens duidelijkheid geschapen te worden welke eindbeslissingen juridisch aanvechtbaar zijn en wat de gevolgen hiervan zijn naar de continuïteit van het procesverloop.

Tot slot is de vrees bestaande dat gegeven de complexiteit van de procedure alsook de verscheidenheid  aan instrumenten (vergunningen, planwijzigingen, machtigingsbeslissingen) de kans op procedurele calamiteiten niet uit te sluiten valt. Nihil sub sole novum!

Besluit

Het decreet complexe projecten zal ontegensprekelijk nog aangepast en verfijnd dienen te worden, maar houdt onmiskenbaar tijds -en efficiëntiewinsten in.

De ondernemer die in de toekomst het verschil wil blijven maken, zal met het decreet complexe projecten een instrument in handen hebben dewelke de procedurele afhandeling van complexe projecten gestroomlijnder zal doen verlopen.

Dit leidt er toe dat de ondernemer zich kan richten op wat echt relevant is, het project en het ondernemen zélf.

Meer info?
Contacteer Jens JOOSSENS
Advocaat
015/40.49.40 of Jens.Joossens@gdena-advocaten.be