Vooruitblik op de GD&A studienamiddag op 20 maart 2015: De leegloop van stads- en dorpskernen: beter voorkomen dan genezen aan de hand van het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium.

Een vooruitblik op de GD&A-studiedag van 20 maart 2015: De leegloop van stads- en dorpskernen: beter voorkomen dan genezen aan de hand van het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium

De jongste jaren worden tal van steden en dorpen geconfronteerd met het vertrek van horecazaken en winkels uit centrale winkelgebieden, met  een toename van leegstaande panden in steden- en dorpskernen tot gevolg.

Steden en dorpen krijgen te kampen met een daling van het aantal bezoekers, maar ook eigenaars van onroerende goederen krijgen te kampen met onverhuurbaarheid van hun panden en leegstand.

Een ingrijpen van overheden is vaak nodig om deze problematiek tegen te gaan, waarbij het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium soelaas kan bieden.

1. De leegloop van stads- en dorpskernen

Uit de interprovinciale studie detailhandel mocht blijken dat de leegstand in Vlaanderen fors is toegenomen en voornamelijk in de centra van stads- en dorpskernen. 

Oorzaken zijn onder meer de impact van de e-commerce, economische crisis, de toename van de handelsoppervlakte in de buitengebieden, enz.

2. Maatregelen ter bestrijding van de leegstand a.d.h.v. het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium

Het gemeentelijk instrumentarium voorziet al in tal van mogelijkheden om hieraan tegemoet te  komen. We denken hierbij onder meer aan de belasting op leegstaande handelspanden of bedrijfsruimten, fiscale stimuli, een gevelrenovatiepremie, een doeltreffend parkeerbeleid, enz.

Niettemin kan ook het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium een helpende hand bieden. 

Een eerste, reeds gekende maar omslachtige, mogelijkheid om de leegloop van stads- en dorpskernen tegen te gaan, zijn de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Deze plannen strekken ertoe aan een gebied een bestemming toe te kennen. In de stedenbouwkundige voorschriften kunnen functies of de aard van activiteiten worden uitgesloten. (Art. 2.2.1 e.v. VCRO.)

Een instrument dat minder verregaande beperkingen kan opleggen, is de stedenbouwkundige verordening.

Middels het recente artikel 28 van het decreet van 4 april 2014 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid werd een bijkomende rechtsgrond gecreëerd om stedenbouwkundige voorschriften in een stedenbouwkundige verordening op te nemen. Voortaan kunnen de verordenende overheden middels een stedenbouwkundige verordening stedenbouwkundige voorschriften opmaken met als doel te streven naar de versterking van de leefbaarheid en de aantrekkingskracht van steden en dorpskernen (Art. 2.3.1, lid 1, 12° VCRO).

Sedert datzelfde decreet kunnen overeenkomstig artikel 2.3.1, lid 3, VCRO stedenbouwkundige verordeningen normen bevatten betreffende de oppervlakte van functies en de afmetingen van gebouwen en constructies.

Tevens laat dit artikel toe dat functiewijzigingen worden uitgesloten of aan dergelijke functiewijzigingen voorwaarden worden verbonden.

Gelet op de uitbreiding van het toepassingsgebied van een stedenbouwkundige verordening, weze het opgemerkt dat het juridisch vertalen van een beleid van een overheid dient te gebeuren aan de hand van het juiste instrument. Het gevaar bestaat immers dat door een beroep te doen op een stedenbouwkundige verordening, men de tijdrovende planningsprocedure van een RUP wenst te omzeilen. Desgevallend ligt een vernietiging door de Raad van State dan op de loer.

Ten slotte wordt ook reeds gewag gemaakt van het voorontwerp van decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid door de Vlaamse Regering d.d. 14 februari 2014 dat kleinhandelsreglementen voorziet, ter verfijning van de stedenbouwkundige verordeningen.

3. Besluit

Stads- en dorpskernen worden geconfronteerd met een leegloop, met een hoog leegstandscijfer tot gevolg.

Steden en gemeenten kunnen ingrijpen door onder meer een beroep te doen op het ruimtelijk ordeningsinstrumentarium, zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen, stedenbouwkundige verordeningen en stedenbouwkundige vergunningen. Ook het integraal handelsvestigingsbeleid kan in de toekomst mogelijkheden bieden.

Hierbij dient men als zorgvuldige overheid steeds oog te hebben voor het hanteren van het juiste juridisch instrument.

Op de voor- en nadelen van deze instrumenten wordt ingegaan op onze GD&A-studiedag die zal plaatsvinden op 20 maart 2015. Meer informatie vindt u op de hiernavolgende link:

Auteur: Nathalie Mortelmans

Meer info?

Contacteer Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be