Het Grondwettelijk Hof doet de GAS niet in rook opgaan

Het Grondwettelijk Hof doet de GAS niet in rook opgaan

U mocht het ongetwijfeld al vernemen in de media. De wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties heeft haar passage bij het Grondwettelijk Hof overleefd. De beroepen tot vernietiging, zoals ingesteld door de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, de Liga voor Mensenrechten, de Ligue des Droits de l'Homme en het ACV, werden recentelijk verworpen. Vooraleer de gemeenten zich op twee oren ter slape kunnen leggen, dienen zij wel akte te nemen van een aantal interpretaties die het Hof aan de wet verbindt.

De sanctionerend ambtenaar en het Rijksregister en de Directie Inschrijvingen van Voertuigen

Artikel 25, §1 van de wet geeft de sanctionerend ambtenaar toegang tot de gegevens van het Rijksregister en van de Directie Inschrijvingen van Voertuigen. Zulke toegang is bijvoorbeeld noodzakelijk voor het opleggen van een administratieve geldboete voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en de overtredingen van bepalingen betreffende verkeersbord C3.

Enkel de sanctionerend ambtenaar heeft toegang tot deze gegevens. Andere ambtenaren van de gemeente, met inbegrip van de personen die inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van de administratieve sancties kunnen vaststellen, beschikken niet over die bevoegdheid. De toegang is ook voor de sanctionerend ambtenaar beperkt tot de gegevens die pertinent zijn voor de uitoefening van zijn functie.

De toegang is verder nog voorwaardelijk, in die zin dat een voorafgaandelijke vraag tot machtiging moet verkregen zijn van respectievelijk van het Sectoraal Comité van het Rijksregister en van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid. Die machtiging wordt gevraagd, hetzij door de gemeente in kwestie, hetzij door de VVSG (of de Union des Villes et Communes de Wallonie of de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest).

Voornoemde verenigingen kunnen voor hun leden een algemene machtiging tot toegang vragen. Ook in dat geval is de toegang beperkt tot de sanctionerende ambtenaren van de gemeenten die aan die verenigingen hebben gevraagd om namens hen een machtiging te vragen. Er is dus geen veralgemeend recht van toegang tot de betreffende gegevens.

De vaststellende ambtenaar als personeelslid van de openbare vervoersmaatschappijen

Zuiver administratieve inbreuken, die uitsluitend het voorwerp van administratieve sancties kunnen uitmaken, kunnen worden vastgesteld door personen die bij machte zijn om gemengde inbreuken vast te stellen, door gemeentelijke, provinciale en gewestelijke ambtenaren, door personeelsleden van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en autonome gemeentebedrijven die daartoe door de gemeenteraad worden aangewezen en eveneens door de personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen.

De vaststellende ambtenaren, met uitzondering van de personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen, moeten door de gemeenteraad zijn aangewezen en voldoen aan de door de Koning vastgelegde minimumvoorwaarden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad inzake de selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid. Er kan verwezen worden naar het koninklijk besluit van 21 december 2013.

De personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen moeten behoren tot één van de door de Koning bepaalde categorieën, binnen het raam van hun bevoegdheden. Bij de uitvoering van die bepaling dienen eveneens de minimumvoorwaarden inzake de selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid te worden vastgesteld. Zulks is nochtans niet uitdrukkelijk bepaald in de wet.

De aanpassing van het protocolakkoord

Voor de gemengde inbreuken bestaat de mogelijkheid tot het sluiten van een protocolakkoord tussen het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege en de bevoegde procureur des Konings. Het betreft een overeenkomst die wordt opgesteld opdat duidelijk is in welke gevallen een administratieve sanctie opgelegd kan worden, eerder dan een strafrechtelijke. Immers kan een administratieve sanctie die voor de gemengde inbreuken is voorzien slechts worden opgelegd indien het openbaar ministerie besluit om niet te vervolgen. Bovendien kunnen ook praktische overeenkomsten gesloten worden, bijvoorbeeld omtrent de termijnen van informering.

Krachtens de Grondwet is het openbaar ministerie echter onafhankelijk in de individuele opsporing en vervolging. Teneinde die grondwettelijk gewaarborgde opsporingsbevoegdheid te vrijwaren moet evenwel worden aangenomen dat het protocolakkoord te allen tijde op initiatief van het openbaar ministerie kan worden aangepast.

De herhaling en het jurisdictioneel beroep

Er is sprake van herhaling wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

Kan dan een nieuwe administratieve geldboete worden verhoogd terwijl een beroep hangende is tegen een eerste sanctie?

De Ministerraad doet daarover opmerken, en wordt daarin bijgetreden door het Hof, dat die bepaling aldus moet worden begrepen dat er voor de personen die tegen een administratieve geldboete een jurisdictioneel beroep hebben ingesteld, slechts na het te wijzen vonnis bij het opleggen van een nieuwe sanctie, rekening kan gehouden worden met eerder opgelegde sancties.

De minderjarige en het hoorrecht

De wet heeft een verlaging doorgevoerd van de leeftijd vanaf welke een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden opgelegd, van 16 naar 14 jaar. Er is voor minderjarigen in sterke garanties en aangepaste maatregelen voorzien, en de sancties dienen veeleer pedagogisch dan repressief van aard te zijn.

De minderjarige heeft, zoals de meerderjarige aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, het recht om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten. Een overtreder heeft dit recht niet wanneer die ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete van minder dan 70 euro moet worden opgelegd. Een minderjarige moet echter in elk geval het recht hebben om te worden gehoord. Zulks kan worden afgeleid uit de Franstalige versie van de bepaling en is bovendien enkel zo in overeenstemming met het Verdrag inzake de rechten van het kind.

Het plaatsverbod als uitsmijter

De maatregel van het tijdelijk plaatsverbod werd door de wetgever ingeschreven in artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet en is duidelijk onderscheiden van de in de artikel 2 tot 4 van de bestreden GAS-wet bedoelde straffen en administratieve sancties. De beslissing om over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod komt dan ook toe aan de burgemeester, en niet aan de sanctionerend ambtenaar. Het betreft een maatregel van bestuurlijke politie. Het verbod is dan ook niet onderworpen aan de procedure die geldt voor de gemeentelijke administratieve sancties.

De burgemeester kan beslissen om tot een plaatsverbod over te gaan in geval van verstoring van de openbare orde, veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaalde inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen. Het verbod is slechts geldig voor een termijn van één maand, tweemaal hernieuwbaar.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt nu dat herhaalde inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad op zich niet volstaan om over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod. De burgemeester dient bijkomend vast te stellen dat die herhaalde inbreuken de openbare orde verstoren of overlast veroorzaken. Het verbod mag ook nooit langer duren en niet een perimeter mag bestrijken die groter is dan noodzakelijk om de verstoring van de openbare orde te verhinderen of te beëindigen. Niets staat dan ook de burgemeester in de weg om een verbodstermijn van minder dan een maand op te leggen. De perimeter moet verder duidelijke plaatsen omvatten en kan niet algemeen en abstract gelden voor een wijk of een geheel van straten van de gemeente.

Auteur: Roel Van Eetvelt

Meer info?
Contacteer
Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be