Ook een inschrijver die werd geselecteerd bij vroegere opdrachten is niet ontslaan van de zorgvuldigheidsplicht bij het indienen van een offerte in het kader van een nieuwe overheidsopdracht

Ook een inschrijver die werd geselecteerd bij vroegere opdrachten is niet ontslaan van de zorgvuldigheidsplicht bij het indienen van een offerte in het kader van een nieuwe overheidsopdracht

Middels arrest van 3 februari 2015 bevestigt de Raad van State een aantal kernprincipes van het overheidsopdrachtenrecht.

Feiten

De cvba TMVW schrijft een overheidsopdracht uit met als benaming ”raamovereenkomst met betrekking tot het aanstellen van één of meerdere partners voor het debiteurenbeheer”. Het verzoekschrift ingesteld door cvba Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen heeft enkel betrekking op perceel 1 nl. het minnelijk aanmanen van debiteuren.

Als gunningswijze werd gekozen voor de onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Het bijzonder bestek AK-12-014 bepaalt de volgende selectiecriteria inzake de technische bekwaamheid:

Minstens 1 referentie met betrekking tot de tijdens de laatste drie jaar opgedane ervaring inzake minnelijke invordering, bij zowel bedrijven als particulieren, van minimaal 15.000 dossiers uitgevoerd voor rekening van overheden en/of nutssectoren, met vermelding van de volgende gegevens per referentie/opdracht

Bewijs van vakkundigheid, beroepskwalificaties en relevante ervaring van de mogelijk inzetbare medewerkers belast met de uitvoering van de opdracht

In een algemene  nota (maximum 2 A4-pagina's) stelt de inschrijver zijn interne organisatie voor en toont hij aan dat hij over de nodige medewerkers beschikt die aan de hierboven opgelegde minimumeisen voldoen.

De inschrijver dient hiervoor ook verplicht gebruik te maken van de aan dit bestek toegevoegde bijlage 3.  Indien ook derden van buiten de onderneming worden ingeschakeld dienen de redenen hiervoor alsook het toegewezen takenpakket duidelijk in de offerte vermeld te worden. Tevens wordt een bewijs van samenwerking én beschikbaarheid voor de uitvoering van deze opdracht, ondertekend door beide partijen, bij de offerte gevoegd. De door deze derden inzetbare profielen dienen eveneens over de hierboven gestelde specifieke minimale ervaring te beschikken. De inschrijver dient de inzetbare derden eveneens op te nemen in de aan dit bestek toegevoegde bijlage 3. De taken die aan de gecontracteerde derden toegewezen worden, mogen in hun totaliteit maximum 40% van de opdracht uitmaken.

- Beschikken over voldoende organisatiestructuur en technische middelen in het algemeen en de nodige erkenningen
- Beschikken over de noodzakelijke ICT-platformen en de nodige ervaring ter zake hebben opgebouwd

Het bestek bepaalt uitdrukkelijk dat de kandidaten moeten voldoen aan alle in het bestek vermelde uitsluitings- en selectiecriteria om in aanmerking te komen voor selectie.

Voorts bepaalt het bestek dat een offerte slechts volledig is als alle antwoorden, documenten en bijlagen die in dit bestek worden gevraagd, door de inschrijver worden bijgevoegd. Het ontbreken ervan kan leiden tot het niet aanvaarden van de offerte.

Middels een brief van 12 augustus 2013 bezorgt verwerende partij aan alle kandidaat-inschrijvers een document  “vragen en antwoorden” dat bijkomende toelichting bevat. In deze brief wordt gesteld dat de inschrijver bij zijn offerte, met een afzonderlijke nota dient te verklaren dat hij rekening heeft gehouden met deze bijkomende info.

In voormelde brief werd toelichting gegeven inzake het bewijs van vakkundigheid, beroeps-kwalificaties en relevante ervaring van de mogelijk inzetbare medewerkers belast met de uitvoering van de opdracht en over de verschillende profielen die men moet inzetten.

Op 26 augustus 2013 stuurt de verwerende partij een tweede brief met als bijlage “bijkomende vragen en antwoorden”. Opnieuw wordt gesteld dat de inschrijver bij zijn offerte een afzonderlijke nota moet voegen waarin hij verklaart dat hij rekening heeft gehouden met deze bijkomende informatie. 

Zeven inschrijvers dienen een offerte in voor perceel 1 van de opdracht, waaronder de verzoekende partij.

Bij brieven van 5 december 2013, 28 maart 2014 en 26 juni 2014 wordt telkens aan de inschrijvers gevraagd om de gestanddoeningstermijn van hun offerte te verlengen.

In het gunningsverslag van 15 december 2014 wordt besloten om enkel inschrijver bvba G. De Wilde te selecteren en de overige zes inschrijvers - waaronder de verzoekende partij - niet te selecteren wegens het niet voldoen aan de gevraagde eisen inzake de technische bekwaamheid.

Op 18 december 2014 beslist de verwerende partij om, overeenkomstig het gunningsverslag, enkel bvba G. De Wilde te selecteren en om perceel 1 vervolgens aan deze inschrijver te gunnen.

Bij de beoordeling van het enig aangevoerde middel, stelt de Raad voorafgaand vast dat verzoekende partij zowel oude als nieuwe wetgeving inroept. Aangezien de opdracht bekendgemaakt is op 4 juli 2013, is de nieuwe wetgeving van toepassing.

De Raad stelt vast dat inzake de niet-selectie van verzoekende partij door verwerende partij niet werd opgemerkt dat verzoekende partij niet technisch bekwaam is om de opdracht uit te voeren. Verwerende partij stelde enkel vast dat verzoekende partij dit voor het aspect “vakkundigheid, beroepskwalificaties en relevante ervaring” niet heeft aangetoond en dat zij niet het volgens het bestek vereiste aantal medewerkers heeft opgegeven, noch het bewijs van samenwerking en beschikbaarheid heeft toegevoegd.

De Raad stelt vervolgens dat uit de door verzoekende partij ingeroepen bepalingen niet blijkt dat verwerende partij gehouden is om op grond van het beginsel van de mededinging te onderhandelen met meer dan één inschrijver wanneer slechts één inschrijver geschikt wordt bevonden aan de selectiecriteria.

Wat de mogelijkheid tot het opvragen van de stukken betreft, wijst de Raad er op dat zelfs wanneer het bestek niet uitdrukkelijk bepaalt dat bepaalde stukken op straffe van nietigheid dienen te worden toegevoegd (zoals in casu het geval is) het bestuur tot de niet-selectie mag besluiten indien in het kader van de kwalitatieve selectie een inschrijver een uitdrukkelijk gevraagd document niet heeft bijgevoegd.
 
De Raad bevestigt hier dat artikel 64 van het KB van 16 juli 2012 slechts de mogelijkheid biedt aan de aanbestedende overheid, en geenszins de verplichting oplegt om inschrijvers te verzoeken de neergelegde documenten aan te vullen of toe te lichten.

Bovendien stelt de Raad dat de aanbestedende overheid de inschrijver zelfs niet mocht selecteren, omdat anders het bestek en de gelijke behandeling van de inschrijvers geschonden zou zijn. Het bestek bepaalde immers minimum eisen waaraan de inschrijvers moesten voldoen.

Daarenboven stelt de Raad dat verzoekende partij zelf blijkt tekortgekomen te zijn aan haar verplichting om op zorgvuldige wijze een offerte in te dienen. De Raad stelt dat in inschrijver die een bepaalde opdracht in het verleden reeds uitgevoerd heeft voor een aanbestedende overheid en dus reeds geselecteerd werd in het kader van vorige opdrachten, niet wordt ontslaan van de verplichting om op een zorgvuldige wijze een offerte in te dienen overeenkomstig de bestekeisen van de nieuwe opdracht.

De vordering werd verworpen.

Het feit dat je voor een vorige opdracht werd geselecteerd geeft je aldus geen vrijbrief om je offerte slordig op te stellen. Bij een nieuw bestek hoort dus een nieuwe offerte, zo eenvoudig is het. Een gewaarschuwde inschrijver, is er in casu zeker twee waard!

Auteur: Yasmine D'hanis

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be