Vaart het OCMW-schip de gemeentehaven binnen voor 2019?

Vaart het OCMW-schip de gemeentehaven binnen voor 2019?

In eerdere nieuwsbrieven werden de plannen van de Vlaamse politieke meerderheid met betrekking tot de integratie van de OCMW's in de gemeenten al uit de doeken gedaan. Ook het voornemen van de federale meerderheid om de federale hinderpalen te overwinnen, werd daarbij al benoemd. Het volledige integratietraject moest daarbij steeds worden afgerond binnen deze bestuursperiode, en dus uiterlijk in 2019. Vorige week kwamen deze politieke voornemens echter in ruw vaarwater terecht, waarbij het nog onduidelijk is hoeveel averij werd opgelopen.

We brengen het u graag nog even in herinnering. De Vlaamse Regering wil definitief afscheid nemen van het bipolaire model en wil komen tot een volledige integratie van OCMW en gemeente. Individuele aanvragen met betrekking tot het recht op maatschappelijke dienstverlening en het recht op maatschappelijke integratie zullen worden behandeld door een Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, een orgaan opererend onder de gemeenteraad. Al de andere aangelegenheden die vandaag uitgevoerd en beslist worden door de OCMW's maken dan deel uit van het gemeentebeleid. Het OCMW als aparte rechtspersoon verdwijnt. Alle rechten en verplichtingen van die rechtspersoon gaan over naar de gemeentelijke rechtspersoon. Het nieuwe organieke kader, dat zal worden vertaald in een nieuw 'Decreet Lokaal bestuur', moet daarbij ingang vinden vanaf de nieuwe lokale bestuursperiode in 2019.

Om te komen tot de integratie moeten een aantal federale hinderpalen overwonnen worden. Door de Bijzondere Wet tot Hervorming van de Instellingen worden artikelen 1 en 2 van de federale OCMW-wet van 8 juli 1976 immers uitgezonderd van de bevoegdheidssfeer van de gemeenschappen. In deze artikelen is bepaald dat eenieder het recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, dat de OCMW's dit moeten verzekeren, dat de OCMW's openbare instellingen zijn met rechtspersoonlijkheid en dat iedere gemeente van het Rijk bediend wordt door een OCMW. Een wettelijk ingrijpen is dan ook onontbeerlijk om de integratie mogelijk te maken. Een discussie daaromtrent is ondertussen al hoog opgelopen onder juristen. De vraagstelling is met name of voor het wijzigen van de voormelde artikelen uit de OCMW-wet een gewone wet nodig is, dan wel een bijzondere wet. In dat laatste geval is een tweederde meerderheid én een gewone meerderheid in elke taalgroep in het federale parlement noodzakelijk. Een van de argumenten die worden aangedragen door de navolgers van deze piste is dat door een wijziging er in wezen een bevoegdheidsoverdracht, met implicaties voor de sociale zekerheid, plaatsvindt waarvoor de gewone wetgever natuurlijk niet bevoegd is.

Het Expertisecentrum van gemeentesecretarissen stelt in haar integratienota van vorige week onomwonden dat er een aanpassing nodig is van de bevoegdheidsverdelende regels en dat een bijzondere wet dus noodzakelijk is. Steeds meer stemmen lijken deze zienswijze te bepleiten. Ook de voorzichtigheid van de antwoorden van federaal bevoegd minister Borsus op de parlementaire vragen hieromtrent lijkt tekenend. Indien er effectief een bijzondere parlementaire meerderheid dient te worden bekomen, moet worden vastgesteld dat de federale meerderheidsfracties daarin niet kunnen voorzien. Tot voor kort kon nog worden uitgekeken naar eventuele steun van de partijen die de regeringscoalities vormen aan de andere kant van de taalgrens. Daar was immers in het regeerakkoord de vrijwillige integratiemogelijkheid van OCMW en gemeente opgenomen. De PS lijkt echter dit pad verlaten te hebben en neemt in haar recente communicatie resoluut standpunt in tegen de samenvoeging. Een eventueel noodzakelijke bijzondere meerderheid lijkt dan ook bijzonder ver weg. Desgevallend zal het afronden van het integratietraject in deze bestuursperiode dan ook onmogelijk blijken.

In de meest recente vergadering van de Commissie voor Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement kwamen nog een aantal andere elementen naar boven die het tijdskader van de voorgenomen integratie mogelijks in gevaar brengen. Er werd een hoorzitting georganiseerd met betrekking tot de conceptnota van bevoegd minister Homans waarbij vertegenwoordigers van onder andere de VVSG, de Vereniging van de Vlaamse OCMW-secretarissen (VVOS) en de vereniging van de Vlaamse lokale ontvangers en financieel beheerders (Vlofin) aanwezig waren. VVOS en Vlofin baseerden zich bij hun toelichting op een consensusnota die uitgewerkt werd door GD&A advocaten. De commissievergadering kan worden herbekeken via deze link. Er werd onder meer gewezen op het Belfort-principe, dat stelt dat de gevolgen van beleidsvoorstellen voor de lokale besturen en de provincies nauwkeurig in kaart moeten worden gebracht, waarbij het er om gaat de weerslag van de Vlaamse beslissingen op de organisatie van de lokale besturen en hun provincies, hun personeel, werking en investeringsbeleid te kennen. Zulk een oefening kan bezwaarlijk op korte termijn worden gemaakt, gezien de hoegrootheid van de geplande hervorming. Deze en andere elementen zetten de initieel voorgenomen timing hoe langer hoe meer onder druk.

Wordt ongetwijfeld wederom vervolgd...

Auteur: Roel Van Eetvelt

Meer info?
Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be

Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be