Belangrijke principes inzake overheidscontracten herhaald, uitzonderingen bevestigd.

Belangrijke principes inzake overheidscontracten herhaald, uitzonderingen bevestigd.

Middels arrest van 30 januari 2015 (nr. 230.062) bevestigt de Raad dat van de basisregel wat betreft de gelijkheid inzake overeenkomsten gesloten door de overheid kan worden afgeweken mits toereikende reden.

Ook herhaalt de Raad de appreciatiemarge van de overheid inzake de beoordeling van de proportionaliteit.

Feiten

Op 25 juni 2012 besliste de gemeenteraad van de stad Turnhout tot een grondruil waarbij de stad een oppervlakte van 222 m² afstaat, te desaffecteren uit het openbaar domein, in ruil voor een stuk grond van notariaat L.D. van 43 m², dat in het privaat domein van de stad, doch met openbaar karakter, wordt opgenomen. 

De grondruil heeft betrekking op het parkje in de Hofpoort in Turnhout. Dit verloederd parkje vormt het toneel van kleine criminaliteit, in het bijzonder wat betreft de dode hoek rechts achter in het park, achter een privéparkeerplaats voor zes auto's ten behoeve van het notariaat van L.D.

Nadat de notaris een bij die parkeerplaats aangrenzende oude woning aan de Hofpoort 17 aankocht, stelde hij de stad voor om de woning af te breken en te vervangen door een nieuwe, naar achteren geschoven woning, op de plaats van de parking en de gesloopte woning. De woning zou op palen worden gebouwd, zodat er onderdoor kan worden gereden naar de parkeerplaatsen erachter. Deze nieuwe parking zou de voormelde dode hoek van het park innemen.

De stad Turnhout zag in het voorstel van de notaris een opportuniteit om een aantal ruimtelijke vragen met betrekking tot de Hofpoort en de directe omgeving op te lossen, onder meer de herinrichting van het park. 

In het kader van deze grondruil is een opleg van 46.020 euro verschuldigd aan de stad.

Op 7 april 2011 stemde het college van burgemeester en schepenen dan ook principieel in met de uitbreiding van de parking van L.D. in de Hofpoort tot tien parkeerplaatsen “in ruil” voor een investering in de aanleg van het park van de Hofpoort. De voormelde gemeenteraadsbeslissing is daarvan het gevolg.

Tegen deze gemeenteraadsbeslissing werd een vordering tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State door de NV Immorocha, de heer Jean de Chaffoy en mevrouw Marie Caroline Ryckaert.

Basisregel en afwijkingen bevestigd

Verzoekende partijen zijn van mening dat deze grondruil onderworpen was aan in mededingingstelling. Ze stellen dat er geen deugdelijke reden was om de ruil (of de als ruil vermomde verkoop) niet openbaar te maken en dat de argumenten aangehaald door de verwerende partij (stad) in haar formele motivering niet in redelijkheid stand kan houden. Ook verwijzen verzoekende partijen naar de “onzekerheid” inzake de bouw van de paalwoning.

De Raad van State herhaalt in zijn arrest het basisprincipe dat de overheid, bij het sluiten van overeenkomsten, het gelijkheidsregel moet eerbiedigen én de gelijkheid van de mogelijke medecontractanten in acht moet nemen. Op grond van het transparantiebeginsel (beginsel van behoorlijk bestuur) zou in beginsel een “effectieve bekendmaking” (≠openbare verkoop) vereist zijn.

De Raad bevestigt echter ook dat - mits het bestaan van een toereikende reden -  van deze “basisregel” kan worden afgeweken.

In de formele motivering van de bestreden gemeenteraadsbeslissing werd toegelicht dat de grondruil noodzakelijk is voor de herinrichting en ontsluiting van het park. Tevens werd de absolute noodzaak om het park aantrekkelijker en toegankelijk te maken duidelijk belicht. In het verleden werden reeds voorstellen gedaan tot herinrichting van het park, maar deze konden niet te tegemoet komen aan de vraag naar sociale controle en visibiliteit. Verder werd in de bestreden beslissing gemotiveerd dat enkel de aanpalende eigendom van notariaat L.D. kan beantwoorden aan de noden van de stad zodat hij de enige partner is waarmee de betrokken knelpunten opgelost kunnen worden. Ook werd in een “bijkomende toelichting inzake de noodzaak van de ruil voor de noodzakelijke herinrichting van het Hofpoortpark” gesteld dat zonder de ruil de knelpunten niet kunnen worden opgelost en dat de ruil een echte win is voor de stad. Tot slot wordt de unieke eigendomsstructuur en de actuele opportuniteit benadrukt.

De Raad oordeelt in zijn arrest van 30 januari 2015 bijgevolg dat de redengeving, opgenomen in de formele motivering van de bestreden beslissing, lijkt te beantwoorden aan de bedoelde “toereikende reden”.

Verzoekende partijen betoogden verder nog dat de ruil geenszins noodzakelijk was om de oorspronkelijke doelstellingen te realiseren en dat de transactie volstrekt disproportioneel is ten aanzien van die doelstellingen.

De Raad van State benadrukt dat verschillende meningen denkbaar zijn over de vraag of het voordeel opweegt tegen het nadeel, en dat één en ander dus een kwestie is van appreciatie. De Raad stelt echter ook dat het niet voldoende vast staat dat er een ontoereikend verband van proportionaliteit bestaat tussen de ruil en het doel dat ermee wordt nagestreefd.

Tot slot gaat het argument van verzoekende partijen dat “de beslissing in extremis voor de verkiezingen werd genomen” niet op. De Raad van State stelt immers dat het verschil tussen de principiële beslissing van 7 april 2011 en de bestreden gemeenteraadsbeslissing verwaarloosbaar is. Bijgevolg kan de bestreden beslissing niet als een beslissing in extremis worden aangemerkt. Noch het feit dat niet alle gemeenteraadsleden akkoord gingen met deze beslissing, noch het feit dat enkele gemeenteraadsleden om verdaging van het agendapunt verzochten, doet hieraan enige afbreuk.

De vordering wordt bij gebrek aan gegronde middelen dan ook verworpen.

Auteurs:  Yasmine D'HANIS
              Gitte LAENEN

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be