The never ending story: De erkenningskalender opnieuw onder vuur?

The never ending story: De erkenningskalender opnieuw onder vuur?

Nog maar een paar weken geleden verkondigde minister Jo Vandeurzen met trots dat Vlaanderen tegen eind 2018, maar liefst 8.413 nieuwe woongelegenheden zou gaan realiseren. In uitvoering van deze beslissing d.d. 24 april 2015 van de Vlaamse Regering, heeft de administrateur-generaal van het Agentschap voor Zorg en Gezondheid op 29 april 2015 de erkenningskalender voor de jaren 2015, 2016, 2017 en 2018 volledig ingevuld (zie onze nieuwsbrief d.d. 18 mei 2015 “De woonzorgsector opnieuw getroffen door besparingsmaatregelen van de Vlaamse Regering?”).

Vandaag blijken de toewijzings - en afwijzingsbeslissingen d.d. 29 april 2015 van de administrateur-generaal behept te zijn met verschillende onwettigheden en diende deze op 26 juni 2015 over te gaan tot intrekking van de fel gecontesteerde beslissingen. Dezelfde dag nog werd in één enkele beslissing de erkenningskalender voor de jaren 2015, 2016, 2017 en 2018 opnieuw toegewezen aan een aantal initiatiefnemers en opnieuw afgewezen ten aanzien van een aantal andere initiatiefnemers.

De vraag stelt zich echter hoe lang deze nieuwe beslissing gaat stand houden?

De administrateur-generaal van het Agentschap voor Zorg en Gezondheid put zijn bevoegdheid tot invulling van de erkenningskalender immers uit artikel 4, vierde lid van het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra.

Deze bepaling luidt als volgt:
 
De administrateur-generaal beslist over de erkenningskalender. Hij kan de ingediende erkenningskalender goedkeuren, afwijzen of het daarin vermelde trimester wijzigen in een later trimester of, met akkoord van de betrokken initiatiefnemer(s), in een voorafgaand trimester. De beslissing van de administrateur-generaal over het trimester waarin de erkenning moet worden aangevraagd, wordt uiterlijk honderdtwintig kalenderdagen na de uiterste indieningsdatum met een aangetekende brief of op een andere wijze die de minister bepaalt, aan de initiatiefnemer(s) meegedeeld. Die beslissing maakt integraal deel uit van de voorafgaande vergunning.

Aangezien de initiatiefnemers hun aanvraag tot opname op de erkenningskalender van 2015, 2016 en 2017 moesten indienen uiterlijk op 1 januari 2015, is voormelde termijn van 120 kalenderdagen reeds verstreken op 30 april 2015 ...

De kans is dan ook groot dat er tegen de nieuwe toewijzings- en afwijzingsbeslissing d.d. 26 juni 2015 opnieuw massaal bezwaren worden ingediend en procedures bij de Raad van State worden opgestart. De vraag stelt zich echter op welke wijze het Agentschap en/of de Vlaamse Regering deze onwettigheid (laattijdigheid!) zal remediëren ...

Hierbij dient ook nog te worden opgemerkt, dat de termijn van 60 kalenderdagen om tegen de (basis)beslissing van de Vlaamse Regering d.d. 24 april 2015, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 28 mei 2015, een annulatieberoep in te dienen bij de Raad van State nog steeds lopende is.

The story will be continued ...

Auteur: Stéphanie Taelemans

Meer info?
Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Stéphanie TAELEMANS
Advocaat
015/40.49.40 of stephanie.taelemans@gdena-advocaten.be