De erkenningskalender: zal er licht zijn aan het einde van de tunnel?

De erkenningskalender: zal er licht zijn aan het einde van de tunnel?

In het  trending topic van de erkenningskalender lijken de Vlaamse Regering en het Agentschap Zorg en Gezondheid een versnelling hoger te willen schakelen, waarbij het echter (nog) niet duidelijk is of dit zal leiden tot een oplossing voor de verschillende initiatiefnemers wiens geplande nieuwe woongelegenheden werden geweerd uit de erkenningskalender van de administrateur-generaal.

Namens de administrateur-generaal van het Agentschap werd er op 24 juli 2015, een brief gericht naar de initiatiefnemers van de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In de aanhef van de brief kan men lezen dat het doel hiervan is om de initiatiefnemers meer uitleg te geven over de wijze waarop bepaalde erkenningskalenders werden toegewezen en over de context waarbinnen deze beslissingen werden genomen.

Daarnaast zou deze brief tevens meegeven wat de 'plannen' zijn voor de initiatiefnemers van wie de erkenningskalenders werden afgewezen alsook voor de initiatiefnemers die nog geen erkenningskalender hebben ingediend.

Vooral dit laatste lijkt bijzonder interessant aangezien het voor de afgewezen initiatiefnemers tot nu koffiedik kijken was of zij nog enige hoop konden koesteren om hun woongelegenheden ooit nog erkend te krijgen.

Nadat er in de brief van het Agentschap in eerste orde wordt teruggegrepen naar de gekende motivering van het rekening houden met de maatschappelijke tendensen maar ook met de budgettaire impact om de toewijzing van de erkenningskalender te rechtvaardigen, staat op pagina 4 van de brief inderdaad een afzonderlijke rubriek omtrent de afgewezen en nog in te dienen erkenningskalenders.

In deze rubriek wordt meer bepaald het volgende uiteengezet:

“Houders van voorafgaande vergunningen die in de periode 2015-2018 niet weerhouden werden in de erkenningskalender zullen later - binnen de budgettaire mogelijkheden en binnen de contouren van nieuwe beleidsinzichten en -initiatieven, die in overleg met de koepels van de residentiële ouderenzorg worden ontwikkeld - de mogelijkheid worden geboden hun voorafgaande vergunning om te zetten in een klassieke exploitatie van bijkomende woongelegenheden, dan wel kunnen opteren voor mogelijke reconversiemogelijkheden.”

Hierbij kan reeds de bedenking worden gemaakt binnen welke concrete tijdspanne de afgewezen initiatiefnemers deze 'mogelijkheden' mogen verwachten.

Ook kennen de gehanteerde begrippen 'budgettaire mogelijkheden' en 'nieuwe beleidsinzichten en -initiatieven' geen éénduidige invulling, waardoor het vandaag geenszins duidelijk is wat hieronder nu juist dient te worden verstaan.

Verder wordt in de brief van het Agentschap aangegeven dat het voorzien van deze 'mogelijkheden' een herziening van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 met betrekking tot de erkenningskalender vereist.

Volgens de brief zal bij de noodzakelijke wijziging van dit besluit onder meer rekening worden gehouden met:

- "de rechtmatige belangen van de houders van een voorafgaande vergunning, zowel van zij die een erkenningskalender indienden maar in de periode 2015-2018 nog niet konden goedgekeurd worden, als van de anderen die nog geen erkenningskalender hadden ingediend;
- initiatiefnemers die hun project in verschillende fasen wensten te realiseren en waarbij een deel van het project momenteel niet goedgekeurd kon worden binnen de bestaande erkenningskalender;
- initiatiefnemers die nog beschikken over destijds verleend principieel akkoord van VIPA of een gunstig advies kregen tot autofinanciering voor de bouw van een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf en die nog niet opgenomen zijn in de erkenningskalender of (deel) werden afgewezen of verschoven.”.

Ook zou het niet enkel bij een herziening van het besluit van 20 december 2013 blijven maar zou er tevens werk worden gemaakt van:

- "de aanpassing van de prioriteringscriteria;
- de opmaak van reconversieregels;
- de verlenging van de opschorting van het verlenen van nieuwe voorafgaande vergunningen voor capaciteitsuitbreiding tot en met 31 december 2019;
- afspraken met betrekking tot verlenging van reeds verleende voorafgaande vergunningen;
- de toepassing van nieuwe programmatieregels.”

Tot slot wordt er bij de brief een bevraging-fiche meegestuurd om naar eigen zeggen “zicht te krijgen in welke fase van uitvoering de geplande bijkomende capaciteit zich bevindt” en dit “in het kader van de vermelde herziening van het besluit van 20 december 2013”.

Gelet op voormelde inhoud van de brief lijkt het er aldus op dat de Vlaamse Regering en het Agentschap (opnieuw) een grondige wijziging van de spelregels in petto hebben waarbij er rekening zal moeten worden gehouden met verschillende elementen en belangen.

Het is op dit moment dan ook absoluut nog niet duidelijk voor wie, op welke manier en in welke mate deze wijzigingen een positief resultaat zullen inhouden.

Het komt voor dat het Agentschap weliswaar een positieve boodschap heeft willen uitsturen voor de afgewezen initiatiefnemers, maar er gezien de vaagheid en onduidelijkheid van de vermelde 'plannen' geenszins in slaagt de onzekerheid weg te nemen die momenteel bij de afgewezen initiatiefnemers leeft.

Voor de initiatiefnemers die nog geen voorafgaande vergunning hebben lijken de 'plannen' uit de brief van het Agentschap alleszins niet rooskleurig te zijn.

Er wordt immers al melding gemaakt van het feit dat er werk zal worden gemaakt van een verlenging van de opschorting van het verlenen van nieuwe voorafgaande vergunningen voor capaciteitsuitbreiding tot en met 31 december 2019.

Meer nog, de Vlaamse Regering zou op 3 juli 2015 reeds zijn overgegaan tot het nemen van het principiële besluit om daadwerkelijk het huidige moratorium voor voorafgaande vergunningen tot eind 2015 te verlengen tot en met 2019....Dit wijzigingsbesluit (VR PV 2015/28 - punt 0018 - vergadering van 3 juli 2015) zou momenteel voor advies voorliggen bij de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Het is aldus uiterst voorbarig om reeds te spreken over een positieve wending. De erkenningskalender verdient dan ook een verdere nauwgezette opvolging.

Auteur: Janina Vandebroeck

Meer info?

Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Stéphanie TAELEMANS
Advocaat
Tel 015/40.49.40 of stéphanie.taelemans@gdena-advocaten.be