Drones een wetgevend kader aan de horizon? Wat is en blijft de rol van het lokaal bestuur?

Drones een wetgevend kader aan de horizon?
Wat is en blijft de rol van het lokaal bestuur?

Werfinspecties, bewaking, filmopdrachten, ordehandhaving, beeldvorming inzake ruimtelijke ordening, ... het praktisch nut van drones lijkt onbeperkt.  Nochtans ontbreekt tot op vandaag een duidelijk aangepast wetgevend kader.

Een stand van zaken: huidig wetgevend kluwen kan - enkele uitzonderingen niet na gesproken - opgedeeld worden in een recreatief en professioneel gebruik van de drone. Een professioneel gebruik blijkt vandaag niet mogelijk. De geldende wetgeving op dit punt, het Koninklijk Besluit van 15 maart 1954, vereist merkwaardig genoeg voorschriften die enkel in hoofde van vliegtuigen zijn te vervullen. Bijgevolg kan een professioneel gehanteerde drone onmogelijk toelating verkrijgen tot het Belgisch luchtruim. Een recreatief gebruik kan wel, maar kent strenge beperkingen. Zo is de vlucht van de recreatieve drone, zwaarder dan 1 kg, conform de wetgeving inzake modelluchtvaart (de circulaire GDF-01) beperkt tot het luchtruim boven of rond het terrein van modelluchtvaart. Het recreatief gebruik van de drone, lichter dan 1 kg, is enkel toegelaten in zoverre deze gericht is op een gebruik als speelgoed voor kinderen tot 14 jaar. Als toemaatje krijgt het beperkte gebruik van drones, zodra sprake van een camera, nog een extra deuk door de toepasselijkheid van de strenge privacy- en camerawetgeving.

Een gigantisch wetgevend kluwen dus waar voor de lokale besturen een evidente rol lijkt weggelegd. Daar waar een (beperkt) gebruik van de drone mogelijk is, erkent de wetgeving expliciet de rol van het lokale bestuur. De burgemeester bepaalt met zijn doorslaggevende stem in de aanvraag tot uitbating van een terrein voor modelluchtvaart bij het Directoraat-Generaal voor Luchtvaart (DGLV) in grote mate mee het territorium voor een recreatief gebruik. Met eenzelfde doorslaggevende stem bepaalt hij mee de (uitzonderlijke) toelatingen door het DGLV voor vluchten met wetenschappelijke of test doeleinden. Op het domein waar het gebruik van de drone onmogelijk is zien wij voor het lokale bestuur echter ook een belangrijke rol. Zolang een legaal gebruik van drones afwezig blijft moet dit immers duidelijk zijn voor de burger. Een verduidelijkend gemeentelijk reglement is - ter bevestiging van het onduidelijke (quasi) feitelijk verbod - geen overbodige luxe. Het onduidelijk, beperkt wettelijke kader wordt immers bijzonder problematisch door een contrasterende praktijk. Wij merken dat dronegebruikers in realiteit (vaak onwetend) illegaal het luchtruim inpalmen. Een overvloed aan aansprakelijkheidsclaims lijkt slechts een kwestie van tijd.

Het Ontwerp heft alvast het verbod op een professioneel gebruik op. Wel nemen enkele vormvoorschriften met betrekking tot de goedkeuring, de inschrijving, de exploitatie, het onderhoud, de besturing van de drone de plaats in. Niet noodzakelijk een probleem, hetzij dat bij deze voorschriften verschillende praktische opmerkingen vallen te plaatsen. Ons lijkt een maximale vlieghoogte van 90 meter (te) beperkt, de procedure voor toestemming tot exploitatie onwerkbaar lang, de goedkeuringsvereisten bij iedere aanpassing (bv. software updates) onwerkbaar streng, ...  Binnen het recreatief gebruik laat het Ontwerp de bijzondere wetgeving (bv. de circulaire GDF-01) overeind maar opent het algemeen de deur voor drones lichter dan 1 kg (al dan niet verkocht als speelgoed). Althans in zoverre deze maximaal op 10 meter hoogte vliegen, niet boven een groot aantal mensen, binnen de privésfeer, ... De deur wordt met andere woorden onmiddellijk op een kier gezet. Nochtans is de vraag hoe ver. Wat is een groot aantal mensen? Hoe controleert men de 10 meter hoogte? Uiteraard blijft algemeen de privacy- en camerawet desgevallend van kracht en werd ze zelfs expliciet opgenomen in de opleiding van de drone-bestuurder.

Gelet op voorgaande opmerkingen vragen wij ons oprecht af of het Koninklijk Besluit, zonder enige wijziging, ten volle haar finaliteit zal bereiken. Hoewel, naar onze mening zullen de lokale besturen reeds verschillende opmerkingen kunnen remediëren. Natuurlijk moeten hun gemeentelijke reglementen, met hun verbod, plaats ruimen voor de hiërarchisch hogere rechtsnorm. Strijdigheid met het Koninklijk Besluit is bij voorbaat uitgesloten, maar aanvulling niet. Daar waar het Koninklijk Besluit te vaag blijft lijkt ons, ondanks dat het Koninklijk Besluit dit niet expliciet voorziet, verduidelijking door lokale reglementen perfect mogelijk en zelfs gewenst. Of de lokale besturen ook na het Koninklijk Besluit een belangrijke stem zullen behouden in de aanvragen bij het DGLV, is vooralsnog niet duidelijk. Het Koninklijk Besluit voorziet weliswaar nieuwe toelatingsaanvragen bij het DGLV (bijvoorbeeld voor vluchten met hoog risico), maar bepaalt niet of ook nu een verplicht akkoord van de burgemeester hiervan deel zal uitmaken. Hoe dan ook, de rol van de lokale besturen lijkt nog niet uitgespeeld.

Ongeacht de vele opmerkingen en vraagtekens, blijft ons maar één ding bij: het legale gebruik van drones wordt eindelijk mogelijk/uitgebreid. En dat is, de oude wetgeving in gedachte, hoe dan een ook stap in de goede richting. Wij nemen dan ook met (weliswaar gematigde) blijdschap waar dat het Ontwerp na een recent positief advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de laatste rechte lijn is ingegaan, maar hopen ook na de laatste horde, het advies van de Raad van State, u een sluitend juridisch kader te kunnen toelichten.

Auteur  Willem Mariën
            Bert De Keyser

Meer info?
Contacteer Bert DE KEYSER
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of bert.dekeyser@gdena-advocaten.be