Grondwettelijk Hof vernietigt ‘bestuurlijke lus’ Raad voor Vergunningsbetwistingen en Milieuhandhavingscollege, maar opvolger staat al in de startblokken

Grondwettelijk Hof vernietigt 'bestuurlijke lus' Raad voor Vergunningsbetwistingen en Milieuhandhavingscollege, maar opvolger staat al in de startblokken

Bij arrest nr. 152/2015 van 29 oktober 2015 heeft het Grondwettelijk Hof de zogenaamde 'bestuurlijke lus' bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Milieuhandhavingscollege vernietigd. Dit komt geenszins als een donderslag bij heldere hemel, gezien het Hof eerder al de bestuurlijke lus bij diezelfde Raad (zie arrest nr. 74/2014 van 8 mei 2014) en de Raad van State (zie arrest nr. 103/2015 van 16 juli 2015) ongrondwettig verklaarde. 

Aanleiding voor dit arrest waren een aantal beroepen die werden ingesteld tegen het Vlaamse decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en rechtspleging van sommige bestuursrechtscolleges (hierna: 'DBRC'), hetgeen de werking van bepaalde Vlaamse bestuursrechtscolleges vaststelt en harmoniseert.

De beroepen in kwestie waren gericht tegen de bepalingen die opnieuw een bestuurlijke lus in het leven riepen, een aantal bepalingen inzake het rolrecht alsook diverse andere bepalingen met betrekking tot de organisatie en rechtspleging. 

Bestuurlijke lus (wederom) ongrondwettig verklaard
De 'bestuurlijke lus' is een figuur uit het Nederlandse bestuursrecht waarbij het bestuursrechtscollege het bestuur in de mogelijkheid kan stellen om tijdens de procedure een gebrek in een bestreden beslissing te herstellen. Doordat dergelijke herstelbare gebreken vervolgens niet meer noodzakelijk tot de vernietiging van de beslissing moeten leiden, kan een carrousel van beroepen voorkomen worden met een kostenbesparing en tijdswinst voor gevolg, aldus de decreetgever.

Dit was echter buiten het Grondwettelijk Hof gerekend. Ook nu werd de bestuurlijke lus zoals voorzien in artikel 34 DBRC in strijd bevonden met de Grondwet. De vernietigingsgronden van het arrest van 29 oktober 2015 lopen parallel met deze van de arresten van 8 mei 2014 en 16 juli 2015.

Vooreerst kon de bestuurlijke lus slechts toegepast worden als het herstel niet tot een andere beslissing zou leiden. Net zoals voordien acht het Hof dit in strijd met de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter gezien deze op die manier reeds op voorhand zijn/haar standpunt over de uitkomst van het geschil kenbaar dient te maken.

Bijkomend werd de bestuurlijke lus opnieuw onverenigbaar bevonden met de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot de rechter. Dit omdat niet in de mogelijkheid wordt voorzien om op voorhand debat te voeren over de toepassing van de bestuurlijke lus, noch in een beroepsmogelijkheid te voorzien voor derden tegen de uiteindelijke nieuwe beslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus is genomen.

Tot slot is de lus tevens strijdig met de formele motiveringsplicht zoals gewaarborgd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, aangezien zij een post factum motivering toelaat van de vergunningsbeslissing.

Ook deze tweede poging van de Vlaamse decreetgever draait op een 'njet' uit van het Hof.

De overige bepalingen aangaande het rolrecht en de rechtspleging doorstaan wel de toets, met uitzondering van artikel 49, §4 DBRC dat het mogelijk maakte om geen selectieproef te organiseren voor de aanvullende bestuursrechter, waardoor de deskundigheid van deze laatsten echter niet gewaarborgd is.

Driemaal is scheepsrecht?

Eerder al vernietigde het Grondwettelijk Hof de bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zoals deze oorspronkelijk (vanaf 1 september 2012) in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd voorzien. Thans moet ook de tweede versie die door het nieuwe DBRC in het leven werd geroepen eraan geloven en dit nog voor diens uitvoeringsbepalingen in werking konden treden.

Vraag is of ook de derde versie die thans in de steigers staat eenzelfde lot is beschoren en dode letter zal blijven zoals haar voorgangers.
Met het decreet van 3 juli 2015 tot wijziging van artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges heeft de Vlaamse decreetgever immers getracht een mouw te passen aan de ongrondwettigheid van de bestuurlijke lus.

Middels het voorzien van een aantal extra modaliteiten en procedurele waarborgen tracht de decreetgever tegemoet te komen aan de hierboven vernoemde kritieken van het Grondwettelijk Hof.

Zo voorziet de hernieuwde bestuurlijke lus in de mogelijkheid voor de partijen om hun standpunten over de toepassing ervan voorafgaandelijk uiteen te zetten, zodat hierover de nodige tegenspraak kan worden gevoerd. Ook wordt in een beroepsmogelijkheid voorzien voor derden tegen de eventuele herstelbeslissing die wordt genomen, zodat ook de toegang tot de rechter wordt gevrijwaard.

Tot slot wordt ook de voorwaarde dat de bestuurlijke lus alleen maar kan worden toegepast als het herstel tot eenzelfde beslissing leidt, geschrapt. 

Nieuwe lus treedt in werking op 1 januari 2016!
Door de aanname van een uitvoeringsbesluit door de Vlaamse Regering op 2 oktober 2015 (BS 5 november 2015) werden ook de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bestuurlijke lus gewijzigd, alsook een datum van inwerking treding voor deze nieuwe lus voorzien.
Op 1 januari 2016 zal zowel dit uitvoeringsbesluit als het vervangen artikel 34 DBRC in werking treden, waarna de bestuurlijke lus een nieuw jasje krijgt aangemeten.

Vraag is echter of de doorgevoerde wijzigingen ditmaal zullen volstaan. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoe de gewijzigde versie tegemoet komt aan de kritiek van het Hof dat afbreuk wordt gedaan aan de formele motiveringsplicht die vereist dat de motieven van de beslissing op voorhand ter kennis moeten staan van de begunstigde van de beslissing.

Verwacht mag dan ook dat ook deze derde poging zoals voorzien door het decreet van 3 juli 2015 aan het Grondwettelijk Hof zal worden voorgelegd.

GD&A advocaten volgt deze ontwikkelingen alvast met veel belangstelling op en houdt u op de hoogte.

Auteur: Willem-Jan Ingels

Meer info?
Contacteer Jonas DE WIT
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of jonas.dewit@gdena-advocaten.be

Contacteer Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be