Jeugdhuizen behouden vrijstelling bij drankverkopen tot 50.000 EUR

Jeugdhuizen behouden vrijstelling bij drankverkopen tot 50.000 EUR

De fiscus heeft in de Beslissing nr. E.T.128.632 dd. 05.11.2015 haar licht laten schijnen op het btw-statuut van de jeugdhuizen. Vermits hun werking vaak nauw verbonden is met de gemeente, licht GD&A advocaten het standpunt van de fiscus verder toe.

Sociale doelstelling

De fiscus heeft onderzocht of de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2° van het btw-wetboek kan worden toegepast op de werkzaamheden van jeugdhuizen. Volgens deze bepaling zijn 'de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard erkend worden' van de btw vrijgesteld.

Een dergelijke erkenning kan volgens de fiscus bijvoorbeeld blijken uit een beslissing van de gemeentelijke overheid of van de OCMW-raad van een gemeente, het feit dat aan het jeugdhuis een subsidie wordt toegekend, ....

Vermits jeugdhuizen aan jongeren de mogelijkheid bieden om in hun vrije tijd deel te nemen aan tal van sociaal-culturele activiteiten ter bevordering van hun algemene ontwikkeling en maatschappelijke integratie, gaat de administratie er gelet op dit uitermate sociaal doel van uit dat de door deze jeugdhuizen in dit kader verrichte handelingen in beginsel van de btw zijn vrijgesteld op grond van de bepalingen van artikel 44, § 2, 2° van het btw-wetboek, voor zover voldaan is aan de voorwaarde inzake erkenning.

Exploitatie drankgelegenheid

De meeste jeugdhuizen exploiteren evenwel ook een drankgelegenheid, die voor iedereen toegankelijk is. Tot op heden was onduidelijk in welke omstandigheden jeugdhuizen op deze omzet al dan niet btw dienen te betalen.

Een dergelijke exploitatie is volgens de fiscus intrinsiek vreemd aan voornoemde sociale doelstelling zodat de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het btw-wetboek niet kan worden toegepast op de omzet die hierdoor wordt gerealiseerd, ongeacht of er hierbij al dan niet sprake is van concurrentieverstoring.

Principieel moet dus btw worden betaald op de verkoop van dranken.

Tolerantie

De fiscus gaat er bij wijze van tolerantie evenwel van uit dat de exploitatie van een dergelijke drankgelegenheid door een jeugdhuis haar sociale doelstelling niet schendt en geen belemmering vormt voor de toepassing van de vrijstelling van voornoemd artikel 44, § 2, 2° van het btw-wetboek wanneer cumulatief aan volgende twee voorwaarden is voldaan:

1) Het jeugdhuis serveert geen maaltijden tegen betaling, ook geen lichte maaltijden zoals onder meer soepen, croques, kroketten (kaas, garnaal, ...), belegde broodjes, deegwaren, omeletten, pannenkoeken,...

Kleine caféhapjes die worden verbruikt zonder het gebruik van een bestek, zoals bv. chips, droge worstjes, ansjovis, olijven, koekjes, wafels, chocolade, hardgekookte eieren,... mogen dan weer wel.

2) De door het jeugdhuis gerealiseerde jaarlijkse omzet in het kader van de exploitatie van een dergelijke drankgelegenheid bedraagt niet meer dan 50.000 euro.

Indien dit drempelbedrag in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, moet het betrokken jeugdhuis de door hem verrichte handelingen in het kader van de exploitatie van een drankgelegenheid aan de btw onderwerpen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar en dit voor zover betreffende overschrijding niet als toevallig kan worden aangemerkt.

De fiscus wijst er ten slotte op dat haar beslissing geen afbreuk doet aan de vrijstelling van 44, § 2, 12° btw-wetboek. Deze bepaling houdt in dat de leveringen van goederen en de diensten zijn vrijgesteld, indien verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun met betrekking tot in artikel 44, § 2, 2° genoemde handelingen zijn georganiseerd door en uitsluitend ten bate van diegenen die deze handelingen verrichten of ten bate van een goed doel.

Artikel 44, § 2, 12° van het btw-wetboek beoogt slechts uitzonderlijke opbrengsten uit activiteiten die geen commerciële werkzaamheid mogen vormen die tot concurrentie kan leiden. Hierbij worden onder meer de organisatie van een jaarlijks eetfestijn, een jaarlijkse taartenverkoop e.d. beoogd.

Jeugdhuizen kunnen dus hun jaarlijks eetfestijn blijven organiseren en daarbij toch hun vrijstelling behouden. Belangrijk is dat zij door middel van een sluitende boekhouding kunnen aantonen dat zij de drempel van 50.000 euro niet overschrijden.

Auteur: Steven Michiels

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be