De subsidiaire belastingaanslag draait de klok niet terug

De subsidiaire belastingaanslag draait de klok niet terug

Op basis van artikel 356 WIB 92 heeft de administratie onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om een nieuwe subsidiaire aanslag te vestigen wanneer de rechter een eerdere aanslag nietig verklaart om een andere reden dan verjaring. Deze bepaling kan ook door gemeenten worden toegepast inzake gemeentebelastingen.
 
Uit het arrest van 20 januari 2015 van het Hof van Beroep te Antwerpen blijkt dat de mogelijkheid om een nieuwe aanslag te vestigen niet automatisch impliceert dat de volledige administratieve procedure kan worden hernomen. De rechten van verdediging worden geschonden wanneer er té veel tijd is verstreken tussen de vaststelling van de feiten en de kennisgeving ervan aan de belastingplichtige.

Het Hof onderzocht in deze zaak de subsidiaire aanslag gevestigd door de gemeente nadat de voorgaande aanslag door dit Hof bij tussenarrest werd vernietigd omdat de belastingplichtige niet op rechtsgeldige wijze in kennis gesteld werd van de administratieve akten tot vaststelling van de verwaarlozing. Gezien de gebrekkige kennisgeving verkeerde de belastingplichtige in de onmogelijkheid om hierover tegenspraak te voeren.  Dit brengt volgens het Hof met zich mee dat de definitieve opname in de inventaris niet regelmatig gebeurde.

De gemeente heeft getracht dit te remediëren door de administratieve aktes (dd. 13 november 2006) opnieuw te verzenden aan de belastingplichtige op 3 februari 2014. De gemeente vertrouwde er dus op dat zij zeven jaar na de oorspronkelijke vaststelling van de verwaarlozing  de belastingplichtige toch nog op rechtsgeldige wijze in kennis kon stellen van deze inventarisatie. Bij gebreke aan enige tegenspraak, is de gemeente vervolgens overgegaan tot een retroactieve opname in de inventaris, met name op 13 november 2006. Op 16 juni 2014 heeft de gemeente aan de rechtbank gevraagd om de subsidiaire aanslag geldig te verklaren.

Kennisgeving van vaststellingen binnen redelijke termijn ook vereist bij gemeentebelastingen

Het Hof oordeelde ter zake dat de subsidiaire aanslag, die gebaseerd is op een retroactieve opname in de inventaris, onwettig is aangezien door deze retroactieve opname in de inventaris de rechten van verdediging van de belastingplichtige worden geschonden. De belastingplichtige moest zich immers in 2014 verdedigen tegen vaststellingen die eind 2006 werden gedaan. Dit betekent dat de belastingplichtige pas na meer dan zeven jaar voor de eerste maal tegenbewijzen kon aanbrengen om de vaststellingen te betwisten. Vanzelfsprekend kan men aannemen dat het een bijna onmogelijke opdracht is om vaststellingen van een gemeentelijke administratie nog na zeven jaar te weerleggen of aan te tonen dat de gebouwen toen geen ernstige gebreken of tekenen van verval meer vertoonden. Men kan immers de precieze toestand van de gebouwen op datum van de vaststelling niet meer nagaan.

Bovendien stelde het Hof dat door de laattijdige kennisgevingen dd. 3 februari 2014 de belastingplichtige de mogelijkheid ontnomen werd om de toenmalige toestand (dd. 13 november 2006) recht te zetten en derhalve de definitieve opname in de inventaris van verwaarlozing te voorkomen.

Met deze uitspraak benadrukt het Hof dan ook de zwaarwichtigheid van de tegensprekelijke fase en meer bepaald het belang van een zorgvuldige kennisgeving aan de belastingplichtige. Enkel wanneer de kennisgeving tijdig en zorgvuldig gebeurt, kunnen door de belastingplichtige op een redelijke wijze eventuele tegenbewijzen worden aangevoerd om de inventarisatie te voorkomen en zo de aanslag te vermijden.

Wanneer een gemeente beslist om een subsidiaire belastingaanslag te vestigen op basis van gedane vaststellingen, moet het bijgevolg rekening houden met de rechten van verdediging van de belastingplichtige. Volgens het Hof impliceren deze rechten ten aanzien van dergelijke vaststellingen dat de betrokkene tijdig ervan in kennis wordt gesteld op een manier die hem toelaat om mogelijke tegenbewijzen bij te brengen.

Het is dus kortom bijna onmogelijk om een subsidiaire aanslag te vestigen wanneer er een groot tijdsverloop bestaat tussen het tijdstip van de vaststellingen waarop de aanslag is gevestigd en de kennisgeving ervan. Het grote tijdsverloop zorgt er immers voor dat de betrokkene in de onmogelijkheid verkeert om de inventarisatie te betwisten.

Dit arrest sluit nauw aan bij de vaste rechtspraak die stelt dat het laattijdig kennisgeven van processen-verbaal (Cass. 9 oktober 1984, F.J.F. nr. 85/65, Antwerpen 30 juni 2003, F.J.F. nr. 2004/22) aan de belastingplichtige de mogelijkheid ontneemt om zich degelijk te verdedigen. Dezelfde redenering geldt bovendien in strafzaken.

Een grote zorg voor de kennisgeving en de tegensprekelijke fase is dan ook cruciaal voor een wettige (subsidiaire) belastingaanslag.

Auteurs: Steven Michiels, Bart Engelen en Gloria Di Bernardo

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be