Zorgvuldigheid boven bij aanbestedende overheden

Zorgvuldigheid boven bij aanbestedende overheden

Ook al bestaat er in beginsel geen verplichting tot het vragen van een prijsverantwoording in het kader van een prijsonderzoek, in het licht van het zorgvuldigheidsbeginsel lijkt dit wel aangewezen te zijn.

De aanbestedende overheid dient op grond van artikel 21, § 1 juncto artikel 99, § 1 KB Plaatsing steeds een algemeen prijsonderzoek te voeren, ongeacht de gevolgde gunningsprocedure.

In dat kader wordt aan de aanbestedende overheid een discretionaire bevoegdheid toegekend om, in het licht van de concrete omstandigheden, te oordelen over het al dan niet schijnbaar abnormaal karakter van de prijzen van de door de inschrijvers ingediende offertes. Ook de Raad van State mag zich hierbij niet in de plaats stellen van het bestuur.

Verplicht prijsonderzoek

In één enkel geval is de aanbestedende overheid echter wel verplicht om een prijs te aanzien als 'schijnbaar' abnormaal, namelijk wanneer aan de volgende voorwaarden, zoals bepaald in artikel 99, § 2 KB Plaatsing, is voldaan:

• Opdracht voor werken;
• Gegund bij aanbesteding;
• Er werden minstens vier offertes ingediend door de geselecteerde inschrijvers.

In dit geval wordt elke offerte waarvan het totale offertebedrag minstens vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de ingediende offertes (het is niet van belang of deze regelmatig zijn of niet) ligt, beschouwd als een offerte waarvan het vermoedelijk abnormale offertebedrag noopt tot een onderzoek door de aanbestedende overheid.

De aanbestedende overheid zal dan zelf moeten motiveren waarom zij het totale offertebedrag niet als abnormaal aanziet, dan wel de inschrijver om een verantwoording moeten verzoeken. Indien blijkt dat de prijs werkelijk abnormaal is, is de offerte absoluut nietig.

Het regelmatigheidsonderzoek

Daarnaast dient de aanbestedende overheid een onderzoek te voeren naar de regelmatigheid van de offertes.

Op grond van artikel 95 KB Plaatsing gaat de aanbestedende overheid de regelmatigheid zowel op formeel, als op materieel vlak na.

In het kader van het regelmatigheidsonderzoek dient de aanbestedende overheid zich ook te buigen over de in de offerte aangeboden prijzen. Het is namelijk zo dat het prijsonderzoek deel uitmaakt van het verplichte onderzoek naar de regelmatigheid van de offertes. Een offerte die een abnormale prijs bevat, is in principe onregelmatig. Deze is immers behept met een substantiële onregelmatigheid.

Raad van State 27 oktober 2015, NV Mourik nr. 232.730

In deze zaak wordt de supra uiteengezette theorie door de Raad van State kracht bijgezet.

Een inschrijver maakte in zijn offerte melding van een uurloon dat lager is dan de tarieven die werden vastgelegd door de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst. De gekozen inschrijver zou dus bij de uitvoering van de opdracht een uurloon betalen dat schijnbaar abnormaal lager is dan het gemiddelde uurloon.

De Raad van State begint zijn beoordeling door te stellen dat de aanbestedende overheid inderdaad beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid inzake de beoordeling van het karakter van de aangeboden prijs. De Raad van State mag zich hierbij niet in de plaats stellen van het bestuur, maar mag desgevallend wel nagaan of de beoordeling met de vereiste zorgvuldigheid is gebeurd en berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven.

Indien de aanbestedende overheid, op basis van haar beoordelingsvrijheid, de offerte niet afwijst omwille van abnormale prijzen, is een bevraging van de inschrijver niet vereist.

De Raad van State wijst echter wel op de verplichting in hoofde van de aanbestedende overheid, die met naleving van het zorgvuldigheidsbeginsel moet handelen, om de regelmatigheid van een offerte na te gaan, en één van elementen is dat de offerte geen abnormale prijzen mag bevatten.

In onderhavige zaak is de Raad van oordeel dat het te lage uurloon de aanbestedende overheid ertoe had moeten aanzetten om de bieding van de gekozen inschrijver voor deze post aan een nader onderzoek te onderwerpen. In die omstandigheid lijkt de aanbestedende overheid tekort te zijn gekomen aan haar zorgvuldigheidsplicht.

Er kan besloten worden dat de aanbestedende overheid, wil zij zorgvuldig handelen, steeds het karakter van de aangeboden prijzen dient na te gaan en haar beoordeling met de vereiste zorgvuldigheid dient te omringen, steun zoekt in afdoende onderbouwde motieven.

Het is dus voor het bestuur oppassen geblazen bij het onderzoek naar de regelmatigheid van de offertes - er wordt een steeds grote zorgvuldigheid verwacht van de aanbestedende overheid.

Auteur:  Tessa JORDENS
             Gitte LAENEN

Meer info?

Contacteer Gitte LAENEN
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be