De erkenningskalender: de beloofde oplossingen?

De erkenningskalender: de beloofde oplossingen?

Nadat de Vlaamse Regering eerder bij besluit van 18 september 2015 het moratorium voor voorafgaande vergunningen heeft verlengd tot en met 31 december 2019 (zie onze nieuwsbrief van 26 oktober 2015), heeft zij bij een volgend besluit van 13 november 2015 de overige maatregelen ingevoerd die eerder op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid naar voren werden geschoven als zijnde 'oplossingen' voor de afgewezen erkenningskalenders (zie onze nieuwsbrief van 27 september 2015).

Meer bepaald heeft de Vlaamse Regering op 13 november 2015 het besluit genomen betreffende de omzetting van voorafgaande vergunningen of erkenningen voor centra voor kortverblijf of woonzorgcentra en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra.

Kort samengevat voorziet dit besluit in de volgende mogelijkheden voor initiatiefnemers:

- Het indienen van een aanvraag bij de Administrateur-Generaal om een verleende voorafgaande vergunning voor een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf geheel of gedeeltelijk te laten omzetten in een voorafgaande vergunning voor een andere ouderenvoorziening, in een planningsvergunning voor een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis, of in een erkenning van een thuisvoorziening, telkens binnen dezelfde zorgregio; (Hoofdstuk 2 van het besluit);
- Het indienen van een aanvraag bij de Administrateur-Generaal om een verleende erkenning voor een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf geheel of gedeeltelijk te laten omzetten in een voorafgaande vergunning voor een andere ouderenvoorziening, in een planningsvergunning voor een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis, of in een erkenning van een thuisvoorziening, telkens binnen dezelfde zorgregio;(Hoofdstuk 3 van het besluit).

Daarnaast wordt in het besluit tevens voorzien in de verlenging tot en met 31 december 2020 van de voorafgaande vergunningen die werden verleend vóór 1 januari 2014 en die zouden vervallen vóór 31 december 2020, alsook in een moratorium om nog erkenningskalenders in te dienen voor de jaren 2018 of 2019. (Hoofdstuk 4 van het besluit)

Deze onmogelijkheid voor initiatiefnemers om nog erkenningskalenders voor de jaren 2018 of 2019 in te dienen, wordt verder in het besluit evenwel gematigd door de mogelijkheid toe te kennen aan de Minister om een oproep te doen voor bepaalde woongelegenheden om vooralsnog een erkenningskalender in te dienen. (Artikel 5, 3de lid, van het besluit).

De nadere modaliteiten bij de indiening van een erkenningskalender na zulke oproep door de Minister (welke woongelegenheden, maximale capaciteit en eventuele prioriteringscriteria voor de toewijzing), dienen echter nog worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Meer duidelijkheid hieromtrent ontbreekt vooralsnog.

Naar aanleiding van de beide besluiten van 18 september 2015 en 13 november 2015 heeft bevoegd Vlaams Minister Jo Vandeurzen op datum van 17 december 2015 een brief rondgestuurd naar de initiatiefnemers van de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende “Wijzigingen aan de regelgeving inzake de voorafgaande vergunning en de erkenningskalender voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf”.

Bij deze brief werden de twee besluiten van de Vlaamse Regering als bijlage gevoegd en werd er wat nadere uitleg omtrent gegeven.

Na de kennisname van dit alles blijft een concreet zicht op afdoende oplossingen voor de initiatiefnemers, wiens ingediende erkenningskalenders werden afgewezen, echter nog steeds afwezig.

Het verlengen van een moratorium voor nieuwe voorafgaande vergunningen tot en met 31 december 2019 lijkt een stap in de goede richting, doch lijkt geen oplossing te bieden voor het grootschalige probleem dat zich nu stelt.

Op 1 januari 2015, voor het ingaan van het moratorium voor het verlenen van voorafgaande vergunningen, zou er reeds een voorafgaande vergunning verleend zijn geweest voor minstens 20.000 nieuwe woongelegenheden. Bij de initiatiefnemers werd dus de indruk/het vertrouwen gewekt dat zij deze nieuwe woongelegenheden zouden mogen realiseren, deze pasten immers in de programmatie... Op 1 januari 2015 werd er nog maar voor 11.006 van deze woongelegenheden een erkenningskalender ingediend, hiervan werden er 2.593 afgewezen. Dit zou evenwel kunnen betekenen dat er momenteel voor minstens 13.599 woongelegenheden voorafgaande vergunningen in omloop zijn, waarvoor de Vlaamse Regering blijkbaar geen financiële middelen ter beschikking heeft ... Uit het besluit van 13 november 2015 van de minister blijkt immers dat er voor 2018 en 2019 geen erkenningskalenders kunnen worden ingediend.

Wat betreft de uitzondering op deze opschorting, met name de mogelijkheid voor de Minister om alsnog een oproep te lanceren om een erkenningskalender in te dienen, kan men niet anders vaststellen dat noch het betrokken besluit van 13 november 2015, noch de brief van de Minister van 17 december 2015, zekerheid geven wanneer en of zulke oproep zal worden uitgevaardigd en/of welke initiatiefnemers hiervoor in aanmerking zullen komen. De brief van de Minister van 17 december 2015 maakt melding van “precaire situaties”. Een aanknopingspunt zou mogelijks kunnen gevonden worden in het advies van de commissie naar aanleiding van een aantal bezwaarschriften ingediend tegen de beslissing van de Administrateur-Generaal om de erkenningskalender te weigeren:

Na kennisname van het dossier en het horen van de partijen, is de commissie van oordeel dat de toepassing van de erkenningskalenders op het terrein veel onzekerheid en onbegrip veroorzaakt, niet het minst met betrekking tot de financiële implicaties ervan. Het niet, slechts gedeeltelijk of pas later kunnen exploiteren van eerder toegezegde en soms ook gesubsidieerde woongelegenheden in de ouderenzorg is voor een initiatiefnemer die te goeder trouw zijn engagementen nakomt, problematisch te noemen. De invoering van een erkenningskalender mag dan ingegeven zijn door een gewenste budgetbeheersing voor de overheid, de gevolgen op het terrein dreigen voor met hun bouwwerken al ver(der) gevorderde exploitanten een serieuze streep door de rekening te worden. Hoewel de commissie zich, zoals hoger uiteengezet, niet kan uitspreken over de wettelijkheid van de besluiten die aan de individuele BAG's ten grondslag liggen, deelt ze wel de terechte bekommernissen zoals die haar door de meeste verzoekers zijn voorgelegd.

Wat betreft tenslotte de omzettingsmogelijkheden in een voorafgaande vergunning voor andere vormen van ouderenvoorzieningen, stelt zich zoals reeds aangehaald in onze nieuwsbrief van 27 september 2015  de vraag of zij een daadwerkelijke optie voor de betrokken initiatiefnemers vormen.

Elk type van ouderenvoorziening heeft immers zijn eigen normering, specifieke invulling en vereisten.

Als tijdelijk zoethoudertje kunnen de maatregelen zoals vervat in de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 september 2015 en 13 november 2015 misschien enig positief gevolg creëren, doch de functie van afdoende duidelijke oplossingen voor de afgewezen initiatiefnemers lijken zij vooralsnog niet te kunnen invullen.

De commotie die de erkenningskalender heeft veroorzaakt in het zorgveld, lijkt bijgevolg nog niet van de baan te zijn.

Wij volgen dit dan ook verder op.

Auteur: Janina Vandebroeck

Meer info?
Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of Cies.Gysen@gdena-advocaten.be

Meer info?
Contacteer Stéphanie TAELEMANS
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of Stephanie.Taelemans@gdena-advocaten.be