Vlaamse Regering keurt voorontwerp van Fusiedecreet goed!

Vlaamse Regering keurt voorontwerp van Fusiedecreet goed!

In navolging van de conceptnota van 17 juli 2015, waarin reeds de krijtlijnen voor het Vlaamse beleid inzake de vrijwillige samenvoeging van gemeenten werden uiteen gezet, heeft de Vlaamse Regering in haar vergadering van 18 december 2015 een 'voorontwerp van decreet houdende de regels voor de vrijwillige samenvoeging van de gemeenten' goedgekeurd. 

Samenvoegingen van gemeenten zijn op heden reeds mogelijk op grond van artikel 297 van het Gemeentedecreet. Deze bepaling wordt evenwel te summier bevonden om het samengaan van gemeenten ordentelijk te organiseren en biedt de gemeenten onvoldoende juridische duidelijkheid. Onderhavig voorontwerp van decreet tracht hieraan te verhelpen door een duidelijk kader te bieden omtrent de procedure om tot een samenvoeging te kunnen overgaan, omtrent de toepasselijke principes en randvoorwaarden en omtrent de gevolgen die hiermee gepaard gaan. De decretale krachtlijnen zien eruit als volgt.

Een vrijwillige samenvoeging in drie stappen

Belangrijk uitgangspunt van het ontwerpdecreet is dat gemeenten niet kunnen verplicht worden om zich al dan niet samen te voegen en in principe tevens vrij zijn in de keuze van hun mogelijke fusiepartner(s). Wel dient het te gaan om gemeenten die aan elkaar grenzen en dient het resultaat van de samenvoeging een vermindering van het aantal gemeenten op te leveren.

Gemeenten zijn daarnaast ook vrij voor wat betreft het tijdstip van samenvoeging, waarbij de beoogde samenvoegingen niet worden gekoppeld aan de lokale bestuursperiodes. Ook tussentijdse samenvoegingen zijn mogelijk.

Procedureel voorziet het ontwerp in een stapsgewijze procedure tot samenvoeging. In eerste instantie dienen de betrokken gemeenteraden een gemotiveerde principiële beslissing tot samenvoeging te nemen, waarbij ze hun intentie tot samenvoeging kenbaar maken aan de Vlaamse Regering. Als gevolg hiervan dienen de betrokken gemeenten in onderling overleg een secretaris-coördinator en financieel beheerder-coördinator aan te stellen die fungeren als transitiemanagers voor de samenvoegingsoperatie op ambtelijk vlak.

Indien de gemeenten op basis van het verdere voorbereidend onderzoek effectief tot samenvoeging willen overgaan, dienen zij vervolgens uiterlijk 31 december van het tweede jaar voorafgaand aan de samenvoegingsdatum een gezamenlijk (lees: identiek) voorstel tot samenvoeging te bezorgen aan de Vlaamse Regering.

Uiteindelijk dient de Vlaamse Regering een ontwerp van decreet tot samenvoeging van de betrokken gemeenten bij het Vlaams Parlement, dat bevoegd is om de gemeentegrenzen te wijzigen, in.

De Vlaamse regering stimuleert de (tijdige!) samenvoeging van gemeenten


De Vlaamse Regering streeft naar sterke lokale besturen. Uitvoering gevende aan haar regeerakkoord stimuleert zij daarom lokale besturen die vrijwillig willen fuseren door middel van een financiële ondersteuning.

Zo kent de Vlaamse overheid een fusiebonus toe aan die gemeenten die uiterlijk op 31 december 2017 een gezamenlijk voorstel tot samenvoeging per 1 januari 2019 indienen. Deze fusiebonus is éénmalig in die zin dat deze enkel geldt voor samenvoegingen van gemeenten die doorgaan op 1 januari 2019.

Deze fusiebonus zal de vorm aannemen van een schuldovername door de Vlaamse overheid ten belope van 500€ schuld per inwoner van de samen te voegen gemeenten, weliswaar met een maximum van 20.000.000€ per samenvoeging en met een absoluut maximumbedrag van 200.000.000€. Wordt dit plafond overschreden, dan komen slechts die gemeenten in aanmerking voor een schuldovername die als eerste de principiële beslissing tot samenvoeging hebben genomen en kenbaar gemaakt aan de Vlaamse Regering. Voor de bepaling van het bedrag wordt het schuldniveau op 31 december 2016 als ijkdatum genomen.

Bovenop de financiële bonus die wordt verleend, voorziet het voorontwerp van decreet tevens in een waarborgregeling wat betreft de gelden die de gemeenten ontvangen uit het Gemeentefonds. Meer bepaald zal de nieuw samengevoegde gemeente nooit minder ontvangen dan de som van de aandelen van de samen te voegen gemeenten of delen van gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging. Gaat de samenvoeging gepaard met de opsplitsing van één of meer gemeenten, dan wordt er voor de berekening van de gewaarborgde ontvangst van de nieuwe gemeenten het aandeel van de op te splitsen gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging eveneens opgesplitst, in dezelfde verhouding als de inwonersaantallen van de opgesplitste delen.

Politieke mandatarissen en decretale graden na samenvoeging

De eerste verkiezing voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente wordt georganiseerd volgens de regels van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, net zoals de installatievergadering geregeld wordt door de artikelen 7, 8, 9 en 12 van het Gemeentedecreet.

Een belangrijke afwijking bestaat erin dat het schepencollege van de nieuwe gemeente tijdelijk uit een groter aantal uitvoerende mandatarissen kan bestaan, gedurende de bestuursperiode(s) volgend op de samenvoeging. Meer bepaald zal de nieuwe gemeente in de eerste bestuursperiode twee extra schepenen kunnen bevatten, waarna in de daaropvolgende bestuursperiode nog één extra schepen mogelijk is. Dit werd noodzakelijk geacht omwille van de bestuurlijke uitdagingen waarmee een samengevoegde gemeente in de eerste jaren na de samenvoeging zal worden geconfronteerd.

Wat de decretale graden betreft dient de gemeenteraad binnen de 6 maanden na de samenvoegingsdatum over te gaan tot de aanstelling van een nieuwe gemeentesecretaris.
Hiertoe, en pas na een interne oproep, kunnen zich zowel de gemeentesecretarissen van de samengevoegde gemeenten kandidaat stellen, als de secretaris van het OCMW die met toepassing van artikel 76, §3, 1° van het Gemeentedecreet ook het ambt van gemeentesecretaris van een samengevoegde gemeente uitoefent.

Voor de niet gekozen secretaris voorziet het ontwerpdecreet in een aanstelling in een passende functie in de nieuwe gemeente.

Mocht evenwel geen van de gewezen secretarissen voldoen aan de gestelde voorwaarden of zich kandidaat hebben gesteld, dan kan de gemeenteraad het ambt van gemeentesecretaris van de nieuwe gemeente vervullen door aanwerving of bevordering.

In beide gevallen beschikt de gemeenteraad echter over het recht om met toepassing van artikel 76, §3, 1° van het Gemeentedecreet te beslissen dat de secretaris van het nieuwe OCMW tegelijkertijd het ambt van gemeentesecretaris van de nieuwe gemeente uitoefent.

Deze regels gelden mutatis mutandis voor het ambt van financieel beheerder van de nieuwe gemeente.

De gemeentesecretaris en financieel beheerder van de nieuwe gemeente worden gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden.

De functiehouders van de decretale graden binnen het OCMW, die niet tevens hun equivalent invullen bij de gemeente, lijken dus pas in aanmerking te komen indien de gemeentelijke functiehouders niet aan de voorwaarden voldoen of zich niet kandidaat hebben gesteld.

En wat met de OCMW's?

Een opvallende vaststelling is dat het voorontwerp van decreet in deze context nog geen rekening houdt met de door de Vlaamse Regering reeds geëxpliciteerde beleidsintentie tot integratie van de OCMW's in de gemeentebesturen vanaf het jaar 2019.

Opnieuw betreft het een voorafname op het latere decreet lokaal bestuur, waarin dit ontwerpdecreet kan worden opgenomen en aangepast aan de vooropgestelde integratie. De Vlaamse Regering acht het bijgevolg vandaag reeds noodzakelijk om duidelijkheid te verschaffen aan de gemeenten die een fusie overwegen, zonder het nieuwe decreet lokaal bestuur af te wachten.

Gevolg hiervan lijkt dan ook dat de samenvoeging van gemeenten van rechtswege de samenvoeging van de OCMW's die deze gemeenten bedienen tot gevolg heeft.

Van theorie naar de praktijk: naar districten en fusiegemeenten?

Het voorliggende decreet -dat nog een lange weg heeft af te leggen- beoogt meer duidelijkheid en rechtszekerheid te creëren voor de gemeentebesturen die wensen over te gaan tot een vrijwillige samenvoeging van hun gemeenten.

In tegenstelling tot de laatste fusies in 1977 en 1983 gaat het ditmaal niet om verplichte fusies doch enkel om vrijwillige fusies. Vraag is echter of hiervoor een draagvlak bestaat dan wel of het decreet dode letter zal blijven zoals haar voorganger (artikel 297 Gem.Decr.). Uit eerdere bevragingen en onderzoeken bleek immers steeds dat de gemeenten niet warm lopen voor een fusieverhaal.

Mogelijk zorgen de Vlaamse financiële stimuli hier voor een kentering en gaan een aantal gemeenten alsnog noodgedwongen overstag. Een aantal gemeenten kondigden alvast aan om de denkoefening te maken, met inspraak van de bevolking.

Eerder wees GD&A advocaten al op de nuttige mogelijkheid om binnen grotere (samengevoegde) gemeenten vanaf 100.000 inwoners binnengemeentelijke territoriale organen (lees: districten) op te richten met een eigen voorzitter, districtsraad en districtscollege, zoals dit voorzien wordt door het gemeentedecreet en door het voorliggende voorontwerp van het fusiedecreet onverlet wordt gelaten.

De klassieke en gevreesde nadelen van een schaalvergroting (onpersoonlijkheid, onbetrokkenheid, verhoging drempels, minder aanspreekbaar, ...) kunnen op deze manier mogelijks opgevangen worden waarbij binnen de gemeente zaken samen op fusieniveau worden beslist, dan wel waar dit vereist is afzonderlijk op districtsniveau worden afgehandeld.

De fusieoefening belooft bijzonder uitdagend te worden: hoe gaat men met verschillen in fiscale druk om, volstaat de financiële bonus om het verschil in schuldenlast weg te werken, welk voordeel geniet een sterke gemeente die deelneemt, ...?

GD&A-advocaten volgt de evolutie van dit voorontwerp alvast op en staat Steden en Gemeenten bij die de fusieoefening willen maken.

Auteur: Wouter Rubens

Meer info?
Contacteer Cies GYSEN
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Jonas DE WIT
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of jonas.dewit@gdena-advocaten.be