AGB’s: “taxshift” van werkingssubsidies naar prijssubsidies

AGB's: “taxshift” van werkingssubsidies naar prijssubsidies

Bij de autonome gemeentebedrijven, actief in de vrijetijdssector, leeft al enkele maanden ongerustheid omtrent de fiscale controles waaraan zij worden onderworpen. Vooral de BBI boezemt angst in. GD&A advocaten nam het voortouw en organiseerde reeds op 22 september 2015 een seminarie omtrent deze problematiek, met Frank Philipsen, administrateur-generaal van de BBI, als gastspreker.

Intussen is ook met de FOD Financiën overleg gepleegd teneinde rechtszekerheid te verkrijgen voor de AGB's. In antwoord op Vraag nr. 481 van volksvertegenwoordiger Benoît Dispa van 16 juli 2015 heeft de minister van Financiën een tipje van de sluier gelicht.

De minister bevestigt in eerste instantie dat de AGB's niet onder de btw-regeling voor openbare besturen (art. 6 WBTW) vallen en bijgevolg gewone belastingplichtigen zijn.

Als uitbater van een inrichting voor sport of cultuur zijn de AGB's mogelijks onderworpen aan de vrijstellingen van artikel 44, § 2, 3°, 6° en 7° WBTW. Voorts vereist de toepassing van deze vrijstellingen onder meer dat de uitbater een instelling is die geen winstoogmerk beoogt en die de ontvangsten uit die uitbating uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan.

Wanneer een instelling op basis van voornoemde criteria kwalificeert als een instelling zonder winstoogmerk, is het niet relevant of zij al dan niet systematische overschotten realiseert of nastreeft. Als instelling zonder winstoogmerk wordt immers ook de instelling beoogd die systematisch streeft naar overschotten voor zover deze winsten niet onder haar leden worden verdeeld.

De autonome gemeentebedrijven, waarvan de statuten bepalen dat de eventuele winsten onder haar leden zullen worden verdeeld, vallen in principe buiten het toepassingsgebied van voornoemde vrijstellingen van btw.

De minister verwijst verder naar het antwoord van zijn voorganger op de schriftelijke vraag van mevrouw V. Warzee- Caverenne van 2 april 2014, waarin duidelijk wordt gemaakt dat moet worden nagegaan of deze statutaire bepalingen niet louter theoretisch van aard zijn en desgevallend kan worden besloten dat een vrijstelling van toepassing is. (zie vraag nr. 842, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2013/2014, nr. 161, blz. 95)

De minister stelt dat dit het geval zal zijn wanneer systematisch tekorten voorkomen in hoofde van het AGB omdat de aan de bezoekers van de instelling aangerekende prijzen niet volstaan om de exploitatiekosten te dekken en het bijgevolg onmogelijk is om winsten uit te keren. Hiervoor dient volgens de minister het operationeel resultaat van de globale activiteit van het autonoom gemeentebedrijf in aanmerking te worden genomen.

Werkingssubsidies niet, prijssubsidies wel

Belangrijk is dat de minister opmerkt dat in dit verband de werkingssubsidies (waarop geen btw wordt betaald) die door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld, gelet op de nauwe band die hen verbindt, in principe, niet dienen te worden aangemerkt als ontvangsten van het autonoom gemeentebedrijf.

De door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf toegekende prijssubsidies (waarop wel btw wordt betaald) moeten daarentegen wel bij de overige ontvangsten worden gevoegd teneinde te bepalen of de statutaire bepalingen inzake winstoogmerk en het doel om winsten uit te keren al dan niet theoretisch van aard zijn.

Gedetailleerde beslissing

De minister bevestigt dat zijn administratie een publicatie voorbereidt waarin de toepasselijke regelgeving met betrekking tot autonome gemeentebedrijven in detail zal worden uiteengezet.

De minister bevestigt ten overvloede dat deze regels bij eventuele controles nauwgezet zullen nageleefd worden, zowel door de Algemene Administratie van de Fiscaliteit als door de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie.

Conclusie

Het standpunt van minister Van Overtveldt heeft de belangrijke verdienste een pragmatische “tussenoplossing” te zijn. Hoewel een prijssubsidie voor een AGB uiteraard net zo goed een opbrengst is vanuit de gemeente als een werkingssubsidie, waardoor er principieel geen onderscheid zou mogen zijn naargelang er al dan niet btw op wordt betaald, heeft men een leefbaar compromis willen vinden. Vooral de rechtszekerheid die de AGB's hierdoor verkrijgen, is voor de lokale besturen belangrijk. Op deze wijze lijken ook de AGB's bij te dragen tot de taxshift.

Bestaande rulings en akkoorden met de btw-administratie zullen vanzelfsprekend minstens voor het verleden moeten worden gerespecteerd. Zo heeft de Rulingcommissie in het verleden onder meer op onze vraag talrijke rulings afgeleverd waarin werkingssubsidies uitdrukkelijk zijn toegestaan (Voorafgaande beslissing nr. 800.396 dd. 22.09.2009; nr. 900.298 dd. 15.12.2009; nr. 900.328 dd. 22.12.2009; Voorafgaande beslissing nr. 900.450 dd. 22.12.2009;...).

In de ELMEKA-arresten van 14 september 2006 (C-181/04 t.e.m. C-183/04) heeft het Hof van Justitie immers geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel deel uitmaken van de communautaire rechtsorde, dat de nationale instanties het vertrouwensbeginsel in acht moeten nemen. De minister van Financiën heeft reeds eerder de verplichte toepassing van het vertrouwensbeginsel inzake btw uitdrukkelijk bevestigd (Vraag nr. 277 van mevrouw Claes dd. 02.02.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 062, blz. 131-134):

“In casu is hier vooral het beginsel van de rechtszekerheid van toepassing en bij uitbreiding ervan het afgeleide beginsel van het vertrouwen. De toe te passen wegingscriteria ter zake zijn vastgelegd in het arrest van 14 september 2006, Elmeka NE, C-181/04 t.e.m. 183/04, Internet Cvria.”.

Het antwoord van de minister is onder de vorm van een antwoord op een parlementaire vraag van nature beknopt en daardoor vrij ongenuanceerd. De gedetailleerde beslissing zal dan ook omtrent diverse randaspecten duidelijkheid moeten brengen.

Van zodra de gedetailleerde beslissing bekend is, zal GD&A advocaten u hierover uitgebreid informeren.

Het verdient aanbeveling om binnen elk AGB de oefening te maken in welke mate de concrete werkwijze al dan niet moet worden bijgestuurd. GD&A advocaten staat hiervoor graag tot uw beschikking.

Auteur: Steven Michiels

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be