Een nieuw jaar, nieuwe regelgeving: wijziging Onroerenderfgoedbesluit en (gefaseerde) inwerkingtreding hoofdstuk ‘Archeologie’ van het Onroerenderfgoeddecreet en -besluit.

Een nieuw jaar, nieuwe regelgeving: wijziging Onroerenderfgoedbesluit en (gefaseerde) inwerkingtreding hoofdstuk 'Archeologie' van het Onroerenderfgoeddecreet en -besluit.

 

Sinds 1 januari 2015 wordt de juridische grondslag en omkadering voor onder meer monumenten, stads- of dorpsgezichten en landschappen geboden door het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.

Met het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 houdende wijziging van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 en van diverse besluiten wat betreft technische aanpassingen en archeologie en houdende vaststelling van lijst van aangeduide erkende archeologen (hierna 'wijzigingsbesluit'), stuurt de Vlaamse Regering één jaar later dit kader een eerste maal bij.

Het wijzigingsbesluit lanceert het archeologieluik waarvoor de decretale basis voornamelijk nog steeds wordt geboden door het Archeologiedecreet van 1993 en bijhorend Archeologiebesluit, doch dat gefaseerd zal worden vervangen door het Onroerenderfgoeddecreet en -besluit. Daarnaast worden een aantal bepalingen uit het voornoemde Onroerenderfgoedbesluit gewijzigd, evenals van andere besluiten.

De belangrijkste wijzigingen op het vlak van onroerend erfgoed vatten wij alvast voor u samen.

(Gefaseerde) inwerkingtreding hoofdstuk 'archeologie'

Tot nu toe was het hoofdstuk 'archeologie' uit het Onroerenderfgoeddecreet nog niet in werking getreden, doch werd hiervoor een overgangsperiode toegestaan zodat een aantal praktische zaken konden worden uitgewerkt. Thans wordt met het wijzigingsbesluit uitwerking gegeven aan 'Hoofdstuk 5. Archeologie' van het Onroerenderfgoeddecreet en treden de bepalingen van het archeologieluik gefaseerd in werking. Meer concreet wordt voorzien in drie fasen.

In een eerste fase die start op 1 januari 2016 wordt aan erkende archeologen de mogelijkheid geboden om hun bedrijfsprocessen af te stemmen op de nieuwe regelgeving.
De onderdelen die betrekking hebben op de Code van goede praktijk voor de uitvoering en rapportering over archeologisch vooronderzoek, de premie voor buitensporige opgravingskosten en de vaststellingslijst van erkende archeologen worden van kracht.

In de tweede fase die ten vroegste zal ingaan op 1 april 2016, zullen alle bepalingen uit het hoofdstuk archeologie van het Onroerenderfgoeddecreet in werking treden met uitzondering van de verplichting tot het toevoegen van een bekrachtigde archeologienota bij bepaalde vergunningsaanvragen (art. 5.4.1 t.e.m. 5.4.4 Onroerenderfgoeddecreet). Het gaat onder meer om de onderdelen die betrekking hebben op de metaaldetectie en toevalvondsten. Deze fase zal slechts van start gaan in zoverre er voldoende aangeduide erkende archeologen zijn.

Tot slot gaat een derde fase ten vroegste in op 1 juni 2016 waarna ook de verplichting tot het bijvoegen van een archeologienota bij een vergunningsaanvraag van kracht wordt.

Of de nieuwe archeologieregels reeds toepassing vinden op een concreet project zal bijgevolg afhangen van de toekomstige inwerkingtreding van de verschillende fasen.

Wijziging meldings-/toelatingsprocedure voor het slopen, optrekken plaatsen of herbouwen van een gebouw of een constructie in een beschermd stads- of dorpsgezicht

Vanaf 1 januari 2016 dient voor de hele of gedeeltelijke sloop, het optrekken, het plaatsen of het herbouwen van een gebouw of een constructie gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht een toelating te worden gevraagd. Een loutere melding is niet langer mogelijk.

Voor andere handelingen in beschermde stads- of dorpsgezichten zal een melding nog wel kunnen volstaan, tenzij het college van burgemeester en schepenen van oordeel is dat dat de aangemelde handelingen van aard zijn om de wetenschappelijke eigenschappen van het beschermde stads- of dorpsgezicht te verstoren. In dit laatste geval zal het agentschap of in voorkomend geval de erkende onroerenderfgoedgemeente een toelating dienen te verlenen. (Art. 6.3.12 Onroerenderfgoedbesluit)

Verkorting beroepstermijn en wijziging aanvangspunt bij een beroep tegen de beslissing omtrent de toelating

De beroepstermijn om een georganiseerd administratief beroep in te stellen bij de minister tegen de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing van het agentschap, of in voorkomend geval, van het college van burgemeester en schepenen van de erkende erfgoedgemeente, over de toelatingsaanvraag dient op straffe van onontvankelijkheid te worden ingesteld binnen een termijn van 15 dagen in plaats van 30 dagen. (Art. 6.3.13 juncto art. 6.3.14 Onroerenderfgoedbesluit)

De beroepstermijn gaat in ofwel op de dag na de datum waarop het afschrift van de bestreden beslissing of de mededeling werd ontvangen, ofwel op de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen. (Art. 6.3.18 Onroerenderfgoedbesluit)

Verduidelijking begrip 'open erfgoed'

Het open erfgoed betreft een beschermd goed, een erfgoedlandschap, of een deel ervan dat een op zichzelf staand geheel vormt en dat men in de kijker wenst te plaatsen.

Het goed kan worden erkend als open erfgoed indien aan de volgende voorwaarden is voldaan (art. 8.4.1 Onroerenderfgoedbesluit):

1° het goed wordt op een (inter)actieve en sprekende manier ontsloten;
2°de openstelling geeft de bezoeker inzicht in de erfgoedwaarden, -kenmerken en -elementen van het goed in hun maatschappelijke context;
3°de openstelling richt zich op minstens twee verschillende doelgroepen;
4°de openstelling is exemplarisch voor Vlaanderen of een ruimer gebied op de volgende vlakken:

a)de ontsluiting van de erfgoedwaarden van het goed;
b)het gebruik van innovatieve ontsluitingstechnieken;
c)het beheer van de site;
d)de publiekswerking en de publiciteit errond;

5°het goed wordt gedurende een periode van tien jaar minstens vijftig dagen en driehonderd uur per jaar opengesteld. Die periode begint te lopen de dag na ontvangst van het verzoek tot uitbetaling van het saldo van de erfgoedpremie die op grond van de erkenning als open erfgoed is toegekend. In de beslissing waarbij het beheersplan wordt goedgekeurd, kunnen afwijkende openstellingsperiodes worden opgenomen;
6°het goed is, in de mate dat de verplichtingen van de bescherming dat toelaten, integraal toegankelijk voor bezoekers. Daarvoor moet een advies over de toegankelijkheid gevraagd worden aan de instantie die erkend is door de Vlaamse Regering;
7°de openstelling mag niet leiden tot verlies of beschadiging van erfgoedwaarden. Als dat nodig is, wordt er in flankerende maatregelen voorzien om dat risico te vermijden of te beperken, of om de negatieve gevolgen teniet te doen;
8°het goed maakt deel uit van een netwerk dat specifiek gericht is op erfgoedontsluiting.

Het goed wordt erkend als open erfgoed samen met de goedkeuring van een beheersplan door het agentschap.

Indien het onroerend erfgoed erkend wordt als open erfgoed, kan je een verhoogde premie krijgen bij restauratiewerken alsook een premie voor ontsluitingswerken. (Art. 11.2.11, lid 1, 3° Onroerenderfgoedbesluit)

Gewijzigde premieprocedure

Vanaf 1 januari 2016 kunnen de aanvragen voor een erfgoedpremie/ onderzoekspremie gelijktijdig worden ingediend met de aanvraag van de toelating voor de beheersmaatregelen, werkzaamheden, diensten of handelingen en dit ook wanneer de toelating wordt verleend door een erkende onroerenderfgoedgemeente en de premie wordt verleend door het agentschap onroerend erfgoed. Dit geldt zowel voor de standaard- als bijzondere procedure. (Art. 11.2.19 en 11.2.29 Onroerenderfgoedbesluit (erfgoedpremie) en art. 11.3.9 Onroerenderfgoedbesluit (onderzoekspremie)

De behandelingstermijn van de aanvraag voor een toelating wordt bij een gelijktijdige aanvraag met de premie vanaf 1 januari 2016 maximaal verlengd tot 90 dagen.

Indien de aanvraag wordt ingediend bij een erkende onroerenderfgoedgemeente, stuurt zij een kopie van de aanvraag en de bijhorende stukken door naar het agentschap onroerend erfgoed binnen een termijn van vijf dagen, die ingaat de dag na de ontvangst ervan.

De vastlegging van de erfgoedpremie, vermeld in artikel 11.2.20 respectievelijk artikel 11.2.30 Onroerenderfgoedbesluit, geldt als toelating voor de aangevraagde beheersmaatregelen, werkzaamheden, diensten of handelingen.

Ontvankelijke aanvragen voor een erfgoed- of onderzoekspremie die bij het agentschap werden ingediend vóór 1 januari 2016 worden afgehandeld overeenkomstig de regels die golden voorafgaand aan die datum. (art. 67 wijzigingsbesluit)

Overige wijzigingen - inwerkingtreding op 1 januari 2016

Tot slot werden een aantal andere bepalingen van het Onroerenderfgoedbesluit gewijzigd, met name wijzigingen aan:

- Een aantal begrippen;
- De aanduiding als erkende archeoloog;
- De aanduiding als erkende metaaldetectorist;
- De mogelijkheid van een stilzwijgende toelating;
- Informatieplicht met betrekking tot publiciteit bij beschermingen en erfgoedlandschappen;
- Uitsluitingen van cumulatie van bepaalde premies;
- ...

Daar waar voor het archeologieluik in een gefaseerde inwerkingtreding doorheen 2016 wordt voorzien, treden deze wijzigingen allen in voege met ingang van 1 januari 2016 en dient hiermee rekening te worden gehouden.

GD&A advocaten volgt de verdere gefaseerde ontwikkeling van de archeologiebepalingen alvast op en staat u of uw bestuur bij in het concrete geval.

Auteur: Nathalie Mortelmans

Meer info?
Contacteer Nathalie MORTELMANS
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of nathalie.mortelmans@gdena-advocaten.be

Meer info?
Contacteer Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be