Btw-administratie bevestigt standpunt minister inzake winstoogmerk AGB’s: prijssubsidies in plaats van werkings-subsidies

Btw-administratie bevestigt standpunt minister inzake winstoogmerk AGB’s: prijssubsidies in plaats van werkings-subsidies

Enkele weken geleden maakten wij de lokale besturen reeds attent op het nieuwe standpunt van de btw-administratie inzake het winstoogmerk van autonome gemeentebedrijven. In antwoord op Vraag nr. 481 van volksvertegenwoordiger Benoît Dispa van 16 juli 2015 had de minister van Financiën reeds een tipje van de sluier gelicht.

Ook de aangekondigde administratieve beslissing is nu bekend gemaakt: Beslissing BTW nr. E.T.129.288 d.d. 19.01.2016. De doelstelling van deze beslissing is opnieuw rust en rechtszekerheid te brengen bij de autonome gemeentebedrijven.

De Beslissing herhaalt dat de kwalificatie van een AGB als belastingplichtige met recht op aftrek in de zin van artikel 4 WBTW niet belet dat de btw-administratie later kan onderzoeken of de statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn en desgevallend kan besluiten dat de vrijstelling van art. 44 WBTW alsnog van toepassing is. Dit zal het geval zijn wanneer systematisch tekorten voorkomen in hoofde van het AGB omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan tot dekking van de exploitatiekosten van het AGB.

Werkingssubsidies

Van belang is dat de Beslissing bevestigt dat de werkingssubsidies die door de gemeente aan het AGB worden ter beschikking gesteld, gelet op de nauwe band tussen het AGB en de gemeente, niet worden aangemerkt als ontvangsten uit een bepaalde activiteit. De werkingssubsidies mogen bijgevolg niet als bijkomende ontvangsten worden aangemerkt en mogen evenmin in mindering worden gebracht van de gedane kosten voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat.

De Beslissing spreekt zich niet uit over het lot van investeringssubsidies.

Rulings

De Beslissing stelt dat de Administratie niet kan terugkomen op beslissingen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen die in het verleden zijn genomen en die stellen dat werkingssubsidies toch in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk. De AGB’s die een dergelijke beslissing hebben bekomen behouden hun juridische zekerheid van de door de administratie ingenomen standpunten onder de voorwaarden van die individuele beslissing en mits de omstandigheden overeenstemmen met deze van de aanvraag maar slechts voor de geldigheidsduur van die individuele beslissing.

Het is verwonderlijk dat enkel naar voorafgaande beslissingen wordt verwezen en niet naar akkoorden verleend door de btw-administratie zelf. Ook voor de akkoorden van de btw-administratie geldt o.i. onverkort het vertrouwensbeginsel. In de ELMEKA-arresten van 14 september 2006 (C-181/04 t.e.m. C-183/04) heeft het Hof van Justitie immers geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel deel uitmaken van de communautaire rechtsorde, dat de nationale instanties het vertrouwensbeginsel in acht moeten nemen. De minister van Financiën heeft eerder de verplichte toepassing van het vertrouwensbeginsel inzake btw uitdrukkelijk bevestigd (Vraag nr. 277 van mevrouw Claes dd. 02.02.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 062, blz. 131-134).

Prijssubsidies

De door de gemeente aan het AGB toegekende subsidies die rechtstreeks verband houden met de prijs (prijssubsidies) behoren daarentegen wel tot de maatstaf van heffing van de btw en mogen dan ook worden gevoegd bij de overige ontvangsten uit een bepaalde activiteit om te bepalen of de statutaire bepalingen inzake winstoogmerk en het doel winsten uit te keren al dan niet theoretisch zijn.

Van een rechtstreeks verband met de prijs is slechts sprake indien de subsidie specifiek aan het gesubsidieerde orgaan wordt betaald om een welbepaald goed te leveren of een welbepaalde dienst te verrichten. Dit verband tussen de subsidie en de prijs moet duidelijk blijken uit een onderzoek van de concrete omstandigheden die aan de basis van de betaling van de tegenprestatie liggen. Daarentegen is het niet nodig dat de prijs van het goed of de dienst, of een deel ervan, bepaald zou zijn. Het volstaat dat die bepaalbaar is (H.v.J. 22.11.2001, C-184/00, Office des produits wallons, r.o. 11-13).

De btw-administratie vestigt er de aandacht op dat prijssubsidies enkel voor de toekomst kunnen worden vastgesteld of aangepast en niet voor het verleden. Zo is het mogelijk om in de loop van het boekjaar het bedrag van de prijssubsidies aan te passen, maar dan enkel voor de toekomst en niet voor het verleden. Een degelijke en tijdige budgetbewaking is dus noodzakelijk.

Hoe resultaat berekenen?

De Beslissing neemt duidelijk afstand van de redenering dat de kostprijs van diensten die door de gemeente gratis aan het AGB worden geleverd en dus niet worden gefactureerd, toch bij de kosten zouden moeten worden gerekend:

Voor het bepalen van de winst moet rekening gehouden worden met het boekhoudkundig resultaat (met inbegrip van afschrijvingen, aanleggen van provisies, …) en mag men niet louter vergelijken tussen het boek voor inkomende facturen enerzijds en het boek voor uitgaande facturen/dagboek voor ontvangsten anderzijds.”.

Kosten die het AGB niet draagt, komen niet voor in het boekhoudkundig resultaat en moeten dus niet in de afweging worden betrokken.

Tot slot stelt de Beslissing dat het resultaat van de globale activiteit (dus niet activiteit per activiteit) van het AGB dient in aanmerking te worden genomen. Dit is geen nieuw standpunt. Er wordt aan toegevoegd dat geen rekening wordt gehouden met uitzonderlijke opbrengsten (vb. de inkomsten uit onroerende en financiële transacties). De winst/verlies-positie moet structureel zijn en onafhankelijk van toevallige gebeurtenissen langs inkomsten- of uitgavenzijde.

Het verdient aanbeveling om binnen elk AGB de oefening te maken in welke mate de concrete werkwijze al dan niet moet worden bijgestuurd. GD&A advocaten staat hiervoor graag tot uw beschikking.

GD&A advocaten en Q&A Advisors Public Sector organiseren op 25/02, 29/02 en 1/03 een studienamiddag waar, naast de nieuwe circulaire voor overheidslichamen tevens deze nieuwe Beslissing BTW nr. E.T.129.288 d.d. 19.01.2016 aan bod komt. 

Auteur: Steven Michiels

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be