Versoepelingen inzake personeelsbeleid: naar een deregularisering en decentralisatie

Versoepelingen inzake personeelsbeleid: naar een deregularisering en decentralisatie  

Recentelijk keurde de Vlaamse Regering op 18 maart 2016 definitief het ontwerp van decreet tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, goed. Het betreft een - zoveelste - voorafname op het Decreet Lokaal Bestuur, ditmaal op het vlak van personeelsaangelegenheden (en het toezicht op de hulpverleningszones).

Meer autonomie en meer vrijheid voor de lokale besturen: deze heldere boodschap volgde uit de Beleidsnota Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid 2014-2019, alsook uit het Vlaamse Regeerakkoord 2014-2019:

 

“We geven steden en gemeenten meer autonomie met betrekking tot hun interne organisatie. Op het vlak van het personeelsbeleid geven we de gemeenten en in het bijzonder de grootste steden meer vrijheidsgraden om hun plaatselijke rechtspositieregeling vorm te geven.”

In uitvoering hiervan werkte de Vlaamse Regering een nieuw wijzigingsdecreet uit waarin een aantal inhoudelijke thema’s met een prioritair karakter, zoals het personeel van gemeenten, provincies en OCMW’s, werden opgenomen. 

Dit met de bedoeling om de werking van de lokale besturen op korte termijn te vergemakkelijken. Heden is er op het vlak van personeel immers zeer veel en zeer verspreide regelgeving voorhanden, waarbij rekening dient gehouden te worden met bepalingen op Vlaams, federaal en Europees niveau.

Een deregularisering en decentralisatie werd bijgevolg wenselijk geacht, waarbij zowel gestreefd wordt naar een vermindering van meer gedetailleerde personeelsregels, alsook het voorzien van meer mogelijkheden voor de lokale besturen om eigen accenten te leggen.

 

Lokale besturen moeten zelf hun personeel- en organisatiebeleid vorm geven

Uitgangspunt daarbij is dat de lokale besturen in de eerste plaats zelf hun personeel-en organisatiebeleid vorm kunnen en moeten geven, alsook wijzigingen kunnen aanbrengen waar nodig. Het lokaal bestuur stelt dan ook haar lokale rechtspositieregeling vast binnen een minder omvangrijk Vlaams kader.

Meer concreet kunnen de wijzigingen gegroepeerd worden onder twee grote krijtlijnen.

Vooreerst wordt er meer autonomie toegekend inzake de interne organisatie.

Daarbij is de bestaande bevoegdheidsverdeling inzake personeel het voorwerp van herziening. Bedoeling is om meer ruimte te maken voor zelforganisatie, gezien de interne organisatie van de diensten en de rechtspositieregeling van het personeel betrekking hebben op de interne aangelegenheden, eigen aan elk bestuur.

Het lokale bestuur moet zelf een eigen personeelsbeleid kunnen voeren, op maat van de noodwendigheden van haar diensten en de sector waarin zij actief is.

Onder meer de creatie van meer mogelijkheden voor interne delegatie van de bevoegdheden in deze aangelegenheden, laat de besturen toe om rekening te houden met hun schaal en efficiëntiewinsten te boeken in hun besluitvormingsproces.

Een tweede groep van wijzigingen valt te brengen onder de beleidsoptie om meer vrijheidsgraden inzake personeelsbeleid en personeelsbeheer te bieden, rekening houdend met de schaal van de besturen.

Dit uit zich onder meer in de hiernavolgende wijzigingen:

-       Een keuzevrijheid voor aanstelling personeel in statutair of contractueel dienstverband.

-      Een verruiming van het toepassingsgebied van de terbeschikkingstelling van statutaire personeelsleden naar andere overheden en vzw’s.

 

-      De besturen bepalen zelf met welk instrument ze hun personeelsbeheer vorm geven en opvolgen.  De notie personeelsformatie in de decreten zal worden opgeheven.

 

-      De personeelsevaluatie wordt gedereguleerd en is niet langer een algemeen geldende verplichting voor alle personeelsleden. Het personeel krijgt een recht op opvolging en feedback, waaraan elk bestuur zelf gestalte geeft, desgevallend binnen de algemene voorwaarden vastgesteld door de Vlaamse Regering. 

 

-      De rechtspositieregeling van het personeel zal worden vastgesteld door de raad of het orgaan waaraan deze bevoegdheid werd gedelegeerd. De Vlaamse Regering zal evenwel de minimale voorwaarden vaststellen voor bepaalde aspecten, m.n. de dienstbeëindiging, alsook het verlies van hoedanigheid van statutair personeelslid en de definitieve ambtsneerlegging, het verlof en de afwezigheden, de bezoldigingsregeling en de salarisschalen en de toekenning van toelagen en vergoedingen. Niettemin zullen steden met 200.000 inwoners of meer voortaan gemotiveerd kunnen afwijken van de vastgestelde minimale voorwaarden (met respect voor de ondergrenzen).

 

-   Lokale autonomie zal spelen voor de prestatieomvang voor de vervulling van de ambten van gemeentesecretaris en financieel beheerder van de gemeente, alsook voor de secretaris en financieel beheerder van het OCMW.

 

Het creëren van meer mogelijkheden voor de lokale besturen om een eigen personeelsbeleid te voeren valt alvast toe te juichen.

Zodra het ontwerp van decreet in het Vlaamse Parlement is gestemd en de nodige uitvoeringsbesluiten werden uitgevaardigd, zal het aan de lokale besturen zijn om met deze nieuwe bevoegdheden aan de slag te gaan.

GD&A advocaten volgt dit alvast verder voor u op.

 

Auteurs: Jente WOUTERS & Jonas DE WIT

 

Meer info?
Contacteer Gitte LAENEN

Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of
gitte.laenen@gdena-advocaten.be