Deadline 30/06 inzake gemeentebelastingen nadert

Deadline 30/06 inzake gemeentebelastingen nadert   

In het recht bestaan er vele soorten termijnen: wacht-, verval- en verjaringstermijnen, termijnen van orde…

 

Termijnen zijn belangrijk en moeten worden nageleefd gezien er sancties aan zijn verbonden: verjaring, niet-ontvankelijkheid van procedures, verlies van rechten.

 

Ook inzake lokale belastingen zijn er talrijke termijnen. Hierna wordt een overzicht geschetst van de meest relevante termijnen die een rol spelen inzake de vestiging van lokale belastingen.

 

Het is van belang om thans hier bijzondere aandacht aan te besteden gezien 30 juni, een belangrijke datum inzake gemeentebelastingen, met rasse schreden nadert.

A. Algemeen
De belasting moet worden gevestigd nadat het belastingreglement werd aangenomen door de gemeente-of provincieraad, niet werd geschorst of vernietigd door de toezichthoudende overheid en uitvoerbaar is.

B. Kohierbelastingen

1.    Inleiding

De aanslag wordt daadwerkelijk gevestigd met de uitvoerbaarverklaring van het kohier wanneer het kohierbelastingen betreft. Door de uitvoerbaarverklaring wordt het kohier afdwingbaar.

2.    De aanslagtermijnen

a)    De gewone aanslagtermijn

Artikel 4, § 3, Decreet 30 mei 2008, bepaalt dat de kohieren uitvoerbaar worden verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Dit betreft de gewone aanslagtermijn.

30 juni is dus een belangrijke datum inzake lokale belastingen. Zeker bij belastingen zonder aangifteplicht met aangiftetermijn in het belastingreglement is het een cruciale datum waarvan men zich misschien niet steeds bewust is.

b)    De aanslag van ambtswege
    
Wanneer de aanslag evenwel van ambtswege wordt gevestigd, beschikt de gemeente over ruimere termijnen om tot de uitvoerbaarverklaring van het kohier over te gaan. De aanslagtermijn bedraagt dan 3 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft. In geval van bedrieglijke handelingen of wanneer het inzicht bestaat om schade te berokkenen, wordt die termijn met 2 jaar verlengd.

Een aantal vormelijke voorschriften moeten worden nageleefd wanneer de aanslag van ambtswege wordt gevestigd. 

De belastingplichtige moet in de eerste plaats met een aangetekende brief in kennis worden gesteld van de redenen waarom van deze procedure gebruik wordt gemaakt, van de elementen waarop de belasting is gebaseerd alsook van de wijze van bepaling van die elementen en van het bedrag van de belasting. 

Vervolgens beschikt de belastingplichtige over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de voormelde kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn is verstreken, behoudens als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen. De aanslag is nietig wanneer de voorgeschreven wachttermijn niet wordt gerespecteerd en toch tot taxatie wordt overgegaan. 

c)     De belastingverhoging 

In het belastingreglement kan worden bepaald dat de ambtshalve gevestigde aanslagen (en alleen deze) worden verhoogd met het bedrag dat het vaststelt en dat het dubbel van de ambtshalve ingekohierde belasting niet mag overschrijden. 

In voorkomend geval wordt de belastingverhoging ingekohierd zoals de aanslag zelf. De belastingverhoging wordt bij voorkeur samen met de eigenlijke belastingaanslag in hetzelfde kohier opgenomen.

d)    De nieuwe aanslag

Artikel 11 Decreet 30 mei 2008 bepaalt onder meer dat de bepalingen van Titel VII, hoofdstuk 6 WIB 92 op de gemeentebelastingen van toepassing zijn. Tot Titel VII, hoofdstuk 6, behoort artikel 355 WIB 92, hetgeen de nieuwe aanslag betreft.

Wanneer een aanslag wordt nietig verklaard omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel met uitzondering van een regel betreffende de verjaring, kan de administratie, zelfs wanneer de voor het vestigen van de aanslag gevestigde termijn reeds is verlopen, op naam van dezelfde belastingschuldige, op grond van dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan, een nieuwe aanslag vestigen binnen drie maanden vanaf de datum waarop de beslissing van de deputatie of van het college van burgemeester en schepenen niet meer voor de rechter kan worden gebracht.

Het betreft hier een herstellende aanslag. De lokale administratie krijgt immers de mogelijkheid om eventuele procedurele vergissingen, kwalificatiefouten, inbreuken op de aanslagformaliteiten en dergelijke die tot de nietigheid van de aanslag hebben geleid, te herstellen. De vestiging van een nieuwe aanslag is voor de administratie eigenlijk geen mogelijkheid, maar een verplichting gezien het haar niet vrijstaat van de invordering van een belasting af te zien.

De administratie kan geen nieuwe aanslag meer vestigen op grond van artikel 355 WIB 92 als een aanslag wordt vernietigd of ontheven omdat de aanslagtermijn reeds was verstreken op het ogenblik waarop de aanslag werd gevestigd.

De nieuwe aanslag moet worden gevestigd binnen een termijn van drie maanden die gerekend wordt vanaf de datum waarop de beslissing van de deputatie of van het schepencollege niet meer voor de rechter kan worden gebracht.

De belastingschuldige kan zijn vordering bij de rechtbank instellen uiterlijk binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het bezwaarschrift indien hij het niet eens is met de beslissing van de lokale fiscus.

Voorbeeld:

Kennisgeving van de beslissing van de deputatie of van het college op 10.01.X. De termijn van de belastingschuldige om het geschil aanhangig te maken bij het gerecht vangt aan op 11.01.X en eindigt op 10.04.X. De nieuwe aanslag moet dus zijn gevestigd uiterlijk op 10.07.X.

e)    De subsidiaire aanslag

De materie wordt geregeld in artikel 356 WIB 92. Deze bepaling luidt als volgt:

“Wanneer tegen een beslissing van de directeur (lees: de deputatie of het college van burgemeester en schepenen) een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, blijft de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijn om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag”.

Het betreft hier de omstandigheid waarin de deputatie of het schepencollege het door de belastingschuldige ingediende bezwaarschrift niet (volledig) heeft ingewilligd en de belastingschuldige tegen de beslissing van de lokale administratie beroep aantekent bij het gerecht, dat de aanslag wel vernietigt. In dat geval kan de administratie, ook al is de gewone of verlengde aanslagtermijn reeds verstreken, aan de rechter vragen om een subsidiaire aanslag te aanvaarden.

De administratie tracht met het voorstel van subsidiaire aanslag een vernietiging te neutraliseren door een gecorrigeerde aanslag ter goedkeuring aan het gerecht voor te leggen, waaruit eventuele onregelmatigheden werden geweerd. 

f)     De administratieve geldboete

Krachtens artikel 8 Decreet 30 mei 2008 kan de belastingverordening bepalen dat voor een overtreding van de bepalingen van het decreet of de bepalingen van de belastingverordening een administratieve geldboete wordt opgelegd van maximaal 500 euro.

Een administratieve geldboete wordt gevestigd volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op de kohierbelastingen. Dit betekent onder meer dat ze, bij gebrek aan aangifteplicht, moet worden ingekohierd uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

De vraag is evenwel wat het aanslagjaar is in geval van een administratieve geldboete. Allicht komt hier het aanslagjaar overeen met het jaar waarin de overtreding van het decreet of van de bepalingen van de belastingverordening wordt vastgesteld. 


C.    Contantbelastingen

De belastingen die niet door middel van een kohier worden geïnd, worden contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. De contantbelasting wordt een kohierbelasting wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, hetgeen ze wordt door opname in een kohier.

In voorkomend geval moet de inkohiering gebeuren uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft. Ook hier is er immers geen aangifteplicht, waardoor de verlengde aanslagtermijn van drie jaar zou kunnen gelden.


D.    Aanslagtermijnen zijn vervaltermijnen

Een vervaltermijn of op straffe van verval voorgeschreven termijn kan worden omschreven als een door de wet, de rechter of de overeenkomst van partijen voorgeschreven termijn, die meestal vrij kort is, waarbinnen een aanspraak of een recht moet worden uitgeoefend of een rechtsvordering moet worden ingesteld, op straffe van verval.

De administratie verliest de mogelijkheid om nog een aanslag te vestigen voor het betrokken aanslagjaar wanneer zij de aanslagtermijn laat voorbijgaan zonder een aanslag te vestigen. Daardoor ontsnapt de belastingplichtige aan de betaling van de normaal verschuldigde belasting.

De datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier die op het aanslagbiljet wordt vermeld, is bewijskrachtig tot bewijs van het tegendeel. Indien na het verstrijken van de aanslagtermijn toch nog een aanslag wordt gevestigd, is deze nietig.


E.    Het inroepen van de laattijdigheid door de belastingplichtige

De belastingplichtige moet de laattijdigheid van de vestiging van de aanslag aanvoeren alvorens het kohier definitief wordt.

Het kohier wordt definitief doordat geen bezwaar of verhaal in rechte wordt ingesteld tegen de aanslag of doordat een definitieve administratieve of gerechtelijke beslissing tussenkomt die de grieven die werden aangevoerd tegen de geldigheid van de gevestigde aanslag, afwijst.

De belastingplichtige kan de laattijdigheid van de vestiging van de aanslag niet meer aanvoeren eens het kohier aldus definitief is geworden.

Een laattijdige aanslag kan door de belastingplichtige worden aangevochten door een tijdig bezwaar of door een tijdig verzoek om ontheffing van ambtswege. Vermits de beroepstermijnen pas beginnen lopen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, is een werkelijke “onverwijlde” verzending dus aangewezen.


F.     BESLUIT

Uit het voorgaande heeft u kunnen afleiden dat de normale aanslagtermijn van 30 juni, die deze week donderdag verstrijkt, voor veel gemeentebelastingen, vooral deze zonder aangifteplicht (met aangiftetermijn) vermeld in het belastingreglement, cruciaal is voor de rechten van de gemeentekas. Ook voor de inkohiering van onbetaalde contantbelastingen en administratieve boetes is dezelfde termijn van 30 juni van belang.

De thema-audit “gemeentelijke belastingen en retributies” van Audit Vlaanderen heeft aangetoond dat de gemeentebesturen nog voor verschillende uitdagingen staan, waaronder het verzekeren van een tijdige inkohiering:

Een evaluatie van de reglementen en procedures is noodzakelijk;

De procedures om belastingplichtigen en -grondslagen te detecteren, kan geoptimaliseerd worden;

Er is nood aan een werkwijze die verzekert dat een afgeleverd product/dienst resulteert in een betaling;

Er moet extra worden ingezet op het regelmatig opvolgen van de openstaande vorderingen.

GD&A advocaten adviseert een belangrijk aantal steden en gemeenten inzake lokale belastingen, zowel bij de totstandkoming of verbetering van belastingreglementen als in de fase van het administratief beroep. Daarnaast vertegenwoordigt GD&A advocaten deze besturen ook voor de hoven en rechtbanken in het kader van een jurisdictioneel beroep of voor de Raad van State in het kader van een annulatieberoep.

Auteur: Steven Michiels

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be