Het Hof van Cassatie “matigt” (de sanctie van-) het niet-concurrentiebeding

Het Hof van Cassatie “matigt” (de sanctie van-) het niet-concurrentiebeding

 
9 september 2016

De vrijheid van handel en nijverheid - thans opgenomen in Boek II Titel 3 Wetboek Economisch Recht - vereist dat  een niet-concurrentiebeding voldoende beperkt is qua ruimte, tijd en activiteit. Een onvoldoende beperkt niet-concurrentiebeding werd jarenlang genadeloos gesanctioneerd met de nietigheid. In onze eerdere nieuwsbrief “Een revolutie binnen het verbod op concurrentie na de overdracht van aandelen” wezen wij erop dat volgens het Hof van Cassatie sinds 23 januari 2015 - ingeval in de overeenkomst een deelbaarheidsclausule of severability clause is voorzien - het buitensporige niet-concurrentiebeding niet moet worden vernietigd maar gematigd. Op 25 juni 2015 heeft het Hof van Cassatie voormeld standpunt verder genuanceerd.

Het cassatieberoep van 25 juni 2015 was gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 13 december 2012. In dat arrest was sprake van een niet-concurrentiebeding met een erg vage beperking qua activiteit “huidige activiteiten van de vennootschap” en qua ruimte “het Belgisch grondgebied en het buitenland”. Het hof van beroep bepaalde dat het niet duidelijk was welk(-e) activiteiten respectievelijk territorium onder die begrippen moesten worden begrepen en dat ingeval die ruim werden geïnterpreteerd het niet-concurrentiebeding buitensporig zou zijn. Met voormelde motivering  verklaarde het hof van beroep van Luik het niet-concurrentiebeding (geheel-) nietig.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 25 juni 2015 vernietigde het arrest van het hof van beroep te Luik omdat volgens haar het niet-concurrentiebeding niet moest worden vernietigd maar gematigd: “Het beding dat een buitensporige beperking van de concurrentie oplegt met betrekking tot het voorwerp, het grondgebied of de duur, is bijgevolg nietig. Indien de gedeeltelijke vernietiging van een dergelijk beding mogelijk is, kan de rechter de nietigheid ervan beperken tot het gedeelte dat strijdig is met de openbare orde, voor zover het behoud van het gedeeltelijk vernietigde beding beantwoordt aan de bedoeling van de partijen.”

Het Hof van Cassatie aanvaardde dus dat het niet-concurrentiebeding - zonder de aanwezigheid van een deelbaarheidsclausule, hetgeen zij op 23 januari 2015 nog expliciet voorschreef - kon worden gematigd, omdat het behoud van het (toelaatbare-) gedeelte van het niet-concurrentiebeding uit de intenties van de partijen bleek.

Het toepassingsgebied van de matiging zonder deelbaarheidsclausule lijkt ons echter zeer beperkt. In het arrest van het hof van beroep te Luik was sprake van een erg vage respectievelijk voor interpretatie vatbare formulering van het niet-concurrentiebeding. Bij een niet voor interpretatie vatbare formulering van het niet-concurrentiebeding lijken - behoudens het bewijs van een vergissing respectievelijk wilsgebreken - de intenties/bedoelingen van partijen diegene die werden genoteerd. Bezwaarlijk kan worden beargumenteerd dat partijen andere beperkingen aan het niet-concurrentiebeding wensten dan diegene die zij welomschreven noteerden. Bezwaarlijk kan worden beargumenteerd dat zij een deelbaarheidsbeding beoogden, maar niet opnamen. Bij een niet voor interpretatie vatbare formulering van het niet-concurrentiebeding lijkt - zonder deelbaarheidsbeding - matiging onmogelijk. Een beperking qua tijd lijkt ons de facto steeds welomschreven (“X” jaar), waardoor een buitensporig niet-concurrentiebeding qua tijd - behoudens een deelbaarheidsbeding -steeds met de nietigheid lijkt te moeten worden gesanctioneerd.

Teneinde onnodige risico's respectievelijk de nietigheid van het niet-concurrentiebeding te vermijden, lijkt het bijgevolg - ook na het Cassatiearrest van 25 juni 2015 - steeds aangewezen een deelbaarheidsclausule in de verbonden overeenkomst te voorzien.

Wij vestigen de aandacht erop dat die deelbaarheidsclausule enkel de mogelijkheid tot matiging creëert. Die matiging gebeurt door een feitelijke en - ondanks dat veelal de richtlijnen uit het Europees mededingingsrecht worden gevolgd  - weinig voorspelbare beoordeling van de rechter. Een evenwichtige, precieze en aldus toelaatbare omschrijving van het niet-concurrentiebeding blijft ten zeerste aangewezen.

Ondanks de nuanceringen respectievelijk “matigingen” die het Hof van Cassatie recentelijk heeft doorgevoerd blijft de redactie van het niet-concurrentiebeding en de daarmee verbonden overeenkomst specialistenwerk, waarbij onze cel ondernemingsrecht u perfect kan bijstaan. 

Auteur: Willem Mariën

Meer info?

Contacteer Willem Marïën
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of willem.marien@gdena-advocaten.be

Contacteer Bert De Keyser
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of bert.dekeyser@gdena-advocaten.be