Natuurlijke personen, kleinschalige verenigingen/ondernemingen kunnen vanaf 11 september 2016 in een aantal gevallen een premie vragen voor buitensporige opgravingskosten

Natuurlijke personen, kleinschalige verenigingen/ondernemingen kunnen vanaf 11 september 2016 in een aantal gevallen een premie vragen voor buitensporige opgravingskosten

 
19 september 2016

In principe dient de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning in te staan voor de kosten van de archeologische opgraving, tenzij het om buitensporige opgravingskosten gaat. Enkel natuurlijke personen en kleinschalige verenigingen/ondernemingen die occasioneel optreden als opdrachtgever om bouwprojecten te realiseren hebben recht op deze premie. 

Ingevolge het ministerieel besluit van 16 augustus 2016 houdende vaststelling van de forfaitaire basiskosten, de variabelen en de franchise voor de berekening van het bedrag van de premie voor buitensporige opgravingskosten en van de inhoud van het aanvraagdossier kunnen natuurlijke personen, kleinschalige verenigingen en kleinschalige ondernemingen (BS 1 september 2016) vanaf 11 september 2016 een premie vragen voor buitensporige opgravingskosten.

Voor wie?

De premie kan enkel worden toegekend aan natuurlijke personen, kleinschalige verenigingen en ondernemingen.

Een kleinschalige onderneming is een onderneming waar minder dan 10 personen werken, uitgezonderd seizoensarbeid en piekarbeid, en waarvan de omzet of het jaarlijkse balanstotaal in het boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar waarin de premie wordt aangevraagd, niet meer dan 5.000.000 euro bedraagt.

Een kleinschalige vereniging is een vereniging waar minder dan 10 personen werken en waarvan de omzet of het jaarlijkse balanstotaal in het boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar waarin de premie wordt aangevraagd, niet meer dan 5.000.000 euro bedraagt.

Voor wat?

Een premie voor buitensporige opgravingskosten kan worden toegekend voor archeologische opgravingen bij projecten die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 5.4.1 Onroerenderfgoeddecreet van natuurlijke personen en van kleinschalige ondernemingen of kleinschalige verenigingen en niet zijn uitgesloten middels artikel 11.7.1 Onroerenderfgoedbesluit.

Men heeft geen recht op de premie voor archeologische opgravingen bij projecten die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 5.4.1 Onroerenderfgoeddecreet(art. 11.7.1 Onroerenderfgoedbesluit):

en waarbij een overeenkomst werd gesloten tot eigendomsovergang van een te bouwen, of in aanbouw zijnde huis of appartement, mits het huis of het appartement tot huisvestiging of tot beroepsdoeleinden en huisvesting is bestemd en de koper of de opdrachtgever volgens de overeenkomst verplicht is vóór de voltooiing van het gebouw één of meer stortingen te doen;

van opdrachtgevers of verkrijgers wiens werkzaamheid erin bestaat gebouwen op te richten, te laten oprichten of te verwerven, al dan niet om ze onder bezwarende titel te ontvreemden;

waarbij de opdrachtgevers op regelmatige basis optreden als opdrachtgevers van een bouwproject;

van opdrachtgevers die kunnen worden beschouwd als onderdeel van een groep of een sector die op regelmatige basis optreedt als opdrachtgever van projecten die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 5.4.1 Onroerenderfgoeddecreet;

waarvoor al een erfgoedpremie of onderzoekpremie is toegekend.

Op regelmatige basis wil zeggen die opdrachtgevers die in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag van een premie voor buitensporige opgravingskosten minstens één handeling hebben aangevat die onder het toepassingsgebied van de artikelen 5.4.1 en 5.4.2 Onroerenderfgoeddecreet valt.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een premie voor buitensporige opgravingskosten moet de archeologische opgraving zijn uitgevoerd overeenkomstig het Onroerenderfgoeddecreet, het Onroerenderfgoedbesluit en de omschrijving in de bekrachtigde archeologienota of de bekrachtigde nota.

Een laatste voorwaarde is dat de premienemer en de natuurlijke persoon, kleinschalige onderneming of kleinschalige vereniging de laatste 10 jaar bij definitieve of gerechtelijke of bestuurlijke beslissing niet mogen schuldig zijn bevonden aan deelname aan een inbreuk of misdrijf als vermeld in monumentendecreet, archeologiedecreet, het decreet betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoeddecreet, het Onroerenderfgoedbesluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de EU.

Er kan echter geen premie voor buitensporige opgravingskosten worden toegekend voor de kosten in het kader van het archeologisch vooronderzoek.

Hoeveel?

De premie voor buitensporige opgravingskosten wordt berekend door de forfaitaire basiskosten te vermenigvuldigen met de variabelen die overeenstemmen met de aangetroffen toestand, verminderd met de door de minister vastgestelde franchise, en dat bedrag vermenigvuldigen met 40%.

Franchise: 1.500 euro komt ten laste van de premienemer zelf.

Forfaitaire basiskost: 12.123 euro.

De forfaitaire basiskost kan worden verhoogd of verlaagd, rekening houdend met een aantal variabelen, om de uiteindelijke premie te berekenen.

De basiskost zal worden verhoogd naarmate het archeologisch onderzoek meer tijd in beslag neemt en naarmate meer menselijke sporen worden opgegraven.

De forfaitaire basiskost wordt daarentegen verlaagd indien het een eenvoudige opgraving betreft, er weinig archeologische zinvolle lagen worden aangetroffen, er geen bemaling werd  toegepast voor de opgraving, enz.

Bijdrage Vlaamse overheid 40% met een maximum van 40.000 euro
 
Als de premienemer kan aantonen dat hij de btw niet kan recupereren dan wordt de premie voor buitensporige opgravingskosten berekend op de forfaitaire basiskosten, inclusief btw.

Formule

Rekening houdend met het voorgaande komt men tot de volgende formule om de premie (P) te berekenen:

P = { [12.123 euro + (aantal mensdagen x 353,1) + (aantal complexe spoorcombinaties x 3.296,5) + (aantal antropogene spoorcombinaties x 37) + (aantal natuurlijke spoorcombinaties en verstoringen x 56,9) - (aantal archeologische structuren x 921) - (339,8 als site zonder complexe verticale stratigrafie) - (6.284,3 als opgraving uitgevoerd als werfbegeleiding) - (4.326,3 als geen bemaling toegepast) ] - 1.500 } x 0,40.
 
Zie voor een verduidelijking van voormelde variabelen, artikel 4, lid 2 ministerieel besluit.

Aanvraagprocedure

De premie voor buitensporige opgravingskosten kan worden aangevraagd bij het agentschap onroerend erfgoed vanaf 11 september 2016 en kan slechts worden aangevraagd vanaf de indiening van het archeologierapport tot 120 dagen erna.

Artikel 5 van het ministerieel besluit bepaalt welke documenten en gegevens dienen deel uit te maken van het aanvraagdossier.

Vervolgens zal het agentschap onroerend erfgoed de aanvraag inhoudelijk onderzoeken en een beslissing nemen binnen een termijn van 90 dagen die ingaat op de dag na de ontvangst van het aanvraagdossier.

Indien de aanvraag niet volledig is of niet voldoet aan de voorwaarde, wordt aan de premienemer met een beveiligde zending meegedeeld waarom de aanvraag wordt geweigerd, en desgevallend in welke zin het dossier kan worden aangepast of aangevuld om alsnog voor toekenning en uitbetaling in aanmerking te komen. Vervolgens kan een nieuwe aanvraag worden ingediend die dient rekening te houden met de door het agentschap geformuleerde opmerkingen.

Indien de premie daarentegen wel kan worden toegekend, wordt de premie vastgesteld, waarna een afschrift van het besluit met een beveiligde zending aan de aanvrager wordt bezorgd en het agentschap onroerend erfgoed zal overgaan tot uitbetaling van de premie voor buitensporige kosten.

Auteur: Nathalie MORTELMANS

Meer info?

Nathalie MORTELMANS
Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of nathalie.mortelmans@gdena-advocaten.be

Tom SWERTS
Advocaat-vennoot
Tel. 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be