De gemeentelijke opcentiemen in een nieuw jasje vanaf 2018

De gemeentelijke opcentiemen in een nieuw jasje vanaf vanaf 2018

29 september 2016

De Vlaamse regering opteerde in juli 2014 voor een scherpere aflijning van de provinciale taakstelling. In het Vlaamse Regeerakkoord 2014-2019 werd immers bepaald dat de provincies hun persoonsgebonden bevoegdheden zouden verliezen. Tevens zouden ze niet langer opcentiemen mogen heffen op de onroerende voorheffing (OV). Daar een overdracht van bevoegdheden noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een overdracht van de nodige financieringsmiddelen, werd er bovendien besloten dat Vlaanderen de eigen OV zou verhogen tot een niveau dat voldoende zou zijn om de overgedragen taken en bevoegdheden te financieren.

Op 26 juli 2016 heeft de Vlaamse regering voor de derde maal een ontwerpdecreet uitgewerkt dat de fiscale regeling bij de afslanking van de provincies behandelt (ontwerp van decreet houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van de provincies).

In dit ontwerpdecreet wordt vooreerst het nieuwe tarief van de Vlaamse OV vastgelegd op 3,97%. Bijgevolg stijgt het OV-tarief met 1,47% (oud tarief van de Vlaamse OV was immers 2,5%). Het verlaagd tarief (vandaag 1.60%) wordt verhoogd naar 2,45%. Tegelijkertijd worden de provinciale opcentiemen herrekend op basis van deze verhoogde basisheffing en de dalende financieringsbehoefte die de provincies ondervinden ten gevolge van de bestuurlijke hervorming. Op grond van deze herrekening voorziet het ontwerpdecreet in het vastleggen van maximumtarieven voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing in elke Vlaamse provincie gedurende een periode van vijf aanslagjaren vanaf de inwerkingtreding van het decreet (1 januari 2018). In tegenstelling tot wat het Regeerakkoord voorhoudt, blijven er dus wel degelijk nog (persoonsgebonden) uitgaven bij de provincies waardoor er geen totaal verbod wordt ingesteld voor de provincies om nog opcentiemen op de OV te heffen. De huidige regeling die nu voorligt, heeft als gevolg dat de provincies bijna 82% van de OV-opbrengsten mogen behouden.

Gevolgen voor de gemeentelijke opcentiemen

Daarnaast voorziet het decreet in een verplichting voor de gemeenten om hun gemeentelijke opcentiemen aan te passen: “voor iedere gemeente van het Vlaamse Gewest mag het tarief, vermeld in artikel 2.1.4.0.1, op zichzelf de opbrengst van de gemeentelijk opcentiemen van het aanslagjaar waarin dit artikel in werking treedt niet verhogen ten opzichte van het vorige aanslagjaar” (artikel 31 van het ontwerpdecreet). Zij dienen aldus hun aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing te corrigeren om bij een verhoging van de Vlaamse gewesttarieven hetzelfde bedrag te ontvangen als met het huidig aantal gemeentelijke opcentiemen. Indien er geen aanpassing wordt doorgevoerd, dan zullen de gemeentelijke opbrengsten uit de onroerende voorheffing in dezelfde verhouding stijgen als de nieuwe gewesttarieven ten opzichte van de huidige tarieven. Ook in 1991, toen het gewestelijk tarief van 1 naar 2,5% werd opgetrokken, werd een dergelijke aanpassing van gemeentelijke opcentiemen bij decreet verplicht gesteld.

Voor de gemeenten houdt deze decretale verplichting dus in dat zij, voor dezelfde OV-opbrengst, hun tarieven vanaf 2018 zullen moeten delen door 1,59. Ingeval deze decretale aanpassing niet wordt toegepast, dan zou dit er toe kunnen leiden dat voor de belastingplichtigen de onroerende voorheffing disproportioneel wordt verhoogd. Artikel 31 van het ontwerpdecreet wilt bijgevolg voorkomen dat de verhoging van de Vlaamse basisheffing leidt tot bijna een verdubbeling van fiscale druk op de belastingplichtige zonder dat dit de bedoeling is van de gemeenteraad.

Aangestipt dient te worden dat het Vlaams Parlement het ontwerpdecreet nog moet goedkeuren. De inhoud ervan is nog steeds vatbaar voor mogelijke wijzigingen. Een aanpassing van de gemeentelijke opcentiemen kan aldus nog wel even worden uitgesteld.

Auteur: Gloria Di Bernardo

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be