Horeca-omzet lokale dienstencentra vrijgesteld tot 80.000 EUR

Horeca-omzet lokale dienstencentra vrijgesteld tot 80.000 EUR


29 september 2016

De Beslissing BTW nr. E.T.130.608 d.d. 23.09.2016 biedt een oplossing voor de lokale dienstencentra die dranken en maaltijden serveren: de btw-vrijstelling van art. 44, §2, 2° WBTW blijft van toepassing wanneer de door het lokaal dienstencentrum gerealiseerde jaarlijkse omzet in het kader van de exploitatie van een dergelijke drank- of eetgelegenheid niet meer bedraagt dan 80.000 EUR. Op het eerste zicht lijkt dit een interessante geste vanwege de fiscus. Nochtans rijzen nieuwe vragen.

De administratieve beslissingen van de fiscus over horeca-activiteiten in instellingen, die op zich zijn vrijgesteld van btw, volgen elkaar in sneltempo op.

Horeca-beslissing 1

De Beslissing Btw nr. E.T.128.015 dd. 12.02.2016, beter gekend als de “FAQ”, gaat in de nummers 4 en 4bis in op de situatie van cafetaria's bij woonzorgcentra. Deze beslissing stelt dat de exploitatie van een cafetaria door een OCMW-woonzorgcentrum van btw is vrijgesteld volgens art. 44, §2, 2° WBTW voor zover de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

1) de cafetaria is slechts toegankelijk voor personen die in die instelling verblijven en hun bezoekers wat impliceert dat er geen directe toegang bestaat van buitenaf naar het cafetarialokaal en dat dit lokaal uitsluitend gedurende de openingsuren van die instelling toegankelijk is;

2) de exploitant geen andere belastbare werkzaamheden uitoefent en bovendien geen maaltijden verschaft andere dan lichte maaltijden;

3) de ontvangsten van de cafetaria geen concurrentieverstoring veroorzaken en dus betrekkelijk gering blijven in vergelijking met de gezamenlijke vrijgestelde ontvangsten. Aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de ontvangsten van de cafetaria het bedrag van 25.000 euro niet overschrijden, of als dit bedrag toch overschreden is, wanneer deze ontvangsten hoogstens 10% van de globale (vrijgestelde) ontvangsten van het woonzorgcentrum bereiken.

De beslissing benadrukt dat het voorgaande mutatis mutandis van toepassing is ten aanzien van de exploitatie van een cafetaria door een dienstencentrum.

Deze beslissing trad, samen met de Circulaire AAFisc Nr. 42/2015 (nr. E.T.125.567) dd. 10.12.2015, in werking op 1 juli 2016.

Horeca-beslissing 2

De zeer recente Beslissing Btw nr. E.T.130.298 dd. 12.09.2016 gaat opnieuw in op de exploitatie van een drankgelegenheid in een btw-vrijgestelde instelling. In deze beslissing aanvaardt de fiscus dat de uitbating van een drank- of eetgelegenheid van btw kan zijn vrijgesteld mits navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan:

1) de uitbating van de drank- of eetgelegenheid gebeurt door een belastingplichtige wiens handelingen hierna worden beoogd:

a) ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen of dergelijke instellingen waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 1°, a), eerste lid WBTW;
b) instellingen die bejaardenzorg of de gehandicaptenzorg tot doel hebben waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 2° WBTW;
c) exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 3° WBTW;
d) exploitanten van musea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 7° WBTW;
e) organisatoren van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, tentoonstellingen, concerten of conferenties waarvan de activiteiten zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 9° WBTW.

2) de exploitatie van de drank- of eetgelegenheid gebeurt op de site van de inrichtring waar de vrijgestelde handelingen worden verricht;

3) de vrijgestelde handelingen vormen een overwegend deel van de door de betrokken inrichting verrichte handelingen. Dit impliceert dat het totaalbedrag, per kalenderjaar, van de vrijgestelde handelingen groter is dan het totaalbedrag van de overige door die betrokken inrichting verrichte handelingen, zijnde zowel de belaste als overige vrijgestelde handelingen (met inbegrip van de drank- of eetgelegenheid);

4) de drank- of eetgelegenheid is in principe slechts toegankelijk voor personen die eveneens afnemer zijn van de hiervoor bedoelde vrijgestelde diensten (bv. patiënten, bewoners, sporters, toeschouwers...), hun bezoekers of genodigden, alsook voor het personeel dat werkzaam is in de betrokken inrichting.

Deze voorwaarde is in elk geval voldaan wanneer de drank- of eetgelegenheid niet toegankelijk is buiten de openingsuren van de inrichting én niet rechtstreeks toegankelijk is van buiten af (men moet met andere woorden eerst de hiervoor bedoelde inrichting betreden, alvorens men toegang heeft tot de drank- of eetgelegenheid). Het voldoen van deze voorwaarde kan evenwel ook worden aangetoond aan de hand van andere feitelijke elementen.

5) de ontvangsten uit de uitbating van de drank- of eetgelegenheid bedragen niet meer dan 10 % van de omzet van de in het eerste streepje beoogde vrijgestelde handelingen van de betrokken inrichting.

Deze beslissing houdt dus een versoepeling in tegenover de Beslissing Btw nr. E.T.128.015 dd. 12.02.2016. Meer bepaald is niet meer vereist dat de exploitant geen andere belastbare werkzaamheden uitoefent en bovendien geen maaltijden verschaft andere dan lichte maaltijden. Thans volstaat het dat vrijgestelde handelingen een overwegend deel vormen van de door de betrokken inrichting verrichte handelingen. Ook de voorwaarde, die bepaalde dat de cafetaria slechts toegankelijk is voor personen die in die instelling verblijven en hun bezoekers, wordt soepeler geïnterpreteerd door toe te laten dat het bewijs aan de hand van andere feitelijke elementen wordt geleverd, dan louter de openingsuren en de niet-toegankelijkheid van buitenaf.

Horeca-beslissing 3

Nauwelijks enkele dagen later werd een aanverwante Beslissing BTW nr. E.T.130.608 d.d. 23.09.2016 genomen.

De administratie gaat er in deze beslissing “bij wijze van tolerantie” van uit dat de exploitatie van een drank- of eetgelegenheid door een lokaal dienstencentrum haar sociale doelstelling niet schendt en aldus geen belemmering vormt voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 44, §2, 2° WBTW wanneer de door het lokaal dienstencentrum gerealiseerde jaarlijkse omzet in het kader van de exploitatie van een dergelijke drank- of eetgelegenheid niet meer bedraagt dan 80.000 EUR. Deze drempel wordt beoordeeld per vestigingseenheid.

Indien dit drempelbedrag in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, zal het betrokken lokaal dienstencentrum gehouden zijn de door hem verrichte handelingen in het kader van de exploitatie van een drank- of eetgelegenheid aan de belasting te onderwerpen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar en dit voor zover betreffende overschrijding niet als toevallig kan worden aangemerkt.
De eerste keer dat moet worden nagegaan of het drempelbedrag van 80.000 EUR is overschreden, heeft betrekking op de omzet gerealiseerd in het kalenderjaar 2016.

Tot slot merkt de fiscus op dat elke administratieve commentaar (circulaires, beslissingen, antwoorden op parlementaire vragen, ...) die strijdig is met de in deze beslissing opgenomen bepalingen wordt opgeheven.

Deze nieuwe beslissing is duidelijk geïnspireerd op de Beslissing Btw nr. E.T.128.632 dd. 05.11.2015 inzake jeugdhuizen, waar dezelfde omzet-drempel van 80.000 EUR van toepassing is. Dit voorjaar hadden wij deze piste reeds aan VVSG gesuggereerd.

Facultatief of verplicht?

De Beslissing BTW nr. E.T.130.608 d.d. 23.09.2016 lost ongetwijfeld het gekende knelpunt op dat er in bestond dat de voorwaarden van de Beslissing Btw nr. E.T.128.015 dd. 12.02.2016 (hoogstens lichte maaltijden) onverenigbaar leken met de erkenningsvoorwaarden inzake lokale dienstencentra (volwaardige maaltijden).

Deze nieuwe beslissing werpt evenwel ook nieuwe vragen op. Verschillende lokale dienstencentra zijn immers reeds belastingplichtig en hebben de btw op (een gedeelte van) hun investeringen in aftrek gebracht. Indien de fiscus de tolerantie niet ziet als een optie, maar eerder als een verplichting, zou dit betekenen dat de in aftrek gebrachte btw geheel of gedeeltelijk moet worden herzien (lees terugbetaald). Ook dienstencentra die vandaag nog in oprichting zijn en in de bouwfase reeds btw in aftrek namen, zouden bij een verplichte “tolerantie” hun bouwkost aanzienlijk zien toenemen.

De centrale diensten bevestigden intussen op onze vraag dat de administratieve tolerantie facultatief van aard is. De keuze om al dan niet van betreffende tolerantie gebruik te maken, is in principe onherroepelijk behoudens wanneer betrokkene het onomstotelijke bewijs levert van een grondig gewijzigde economische situatie die een herziening van de initiële keuze rechtvaardigt.

Talrijke OCMW's (en gemeenten) hebben zich naar aanloop van de inwerkingtreding op 1 juli 2016 van Circulaire AAFisc Nr. 42/2015 (nr. E.T.125.567) dd. 10.12.2015 en de Beslissing Btw nr. E.T.128.015 dd. 12.02.2016 tijdig aangepast (btw-nummer geactiveerd, witte kassa, zich administratief georganiseerd,...). De twee beslissingen van september zorgen er in vele gevallen voor dat deze inspanningen een maat voor niets waren en de btw-vrijstelling toch kan behouden blijven. Dit is uiteraard te betreuren. Bovendien riskeert een zekere laksheid te ontstaan ten aanzien van andere fiscale aanpassingen die lokale besturen moeten doorvoeren (bv. invoering van prijssubsidies bij AGB's) wanneer de standpunten van de fiscus dermate snel wijzigen.

Wat met cafetaria woonzorgcentra?

De Beslissing BTW nr. E.T.130.608 d.d. 23.09.2016 heeft enkel betrekking op lokale dienstencentra en rept met geen woord over cafetaria's van woonzorgcentra, ziekenhuizen of andere zorginstellingen. Nochtans is niet zelden een dienstencentrum gehuisvest in het gebouw van een woonzorgcentrum. De cafetaria van het woonzorgcentrum en het dienstencentrum overlappen elkaar dan ook vaak geheel of gedeeltelijk. Uiteraard rijst ook hier de vraag naar de interpretatie van de btw-vrijstelling. Eén en ander zal andermaal moeten worden verduidelijkt.

GD&A advocaten staat tot uw dienst om deze gordiaanse btw-knopen te ontwarren.

Auteur: Steven Michiels, Stéphanie Taelemans en Andrej Kurliuk

Meer info?

Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat-vennoot
Tel 015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be