De belasting op tweede verblijven: is de kust veilig?

De belasting op tweede verblijven: is de kust veilig?

 18 oktober 2016

Goed nieuws voor de kustgemeenten. Op 27 september 2016 velde het Hof van Beroep te Gent een voor de lokale besturen positief arrest in verband met de gemeentebelasting op tweede verblijven van de gemeente Knokke-Heist. In dit arrest, dat een grote voorbeeldwaarde heeft voor andere gelijkaardige belastingreglementen, besloot het Hof dat de bescherming van residentiële bewoning en het behoud van een boeiend en coherent sociaal leven een valabele verantwoording vormen voor de belasting op tweede verblijven. Een motivering die voornamelijk de nadruk legt op de permanente bewoning en het sociale leven van de gemeente, kan als legitieme basis dienen voor het invoeren of behouden van een belastingreglement op tweede verblijven. 

Het arrest in kwestie heeft betrekking op een studio die door de belastingplichtige deels gebruikt wordt als advocatenkantoor. De eigenaar van de studio is bovendien ook inwoner van de gemeente Knokke-Heist daar hij naast de studio ook zijn vaste verblijfsplaats heeft in deze kustgemeente. In casu meende de betrokken eigenaar dan ook dat de motivering van het belastingreglement, namelijk “het beschermen van het residentieel wonen in de dorpskernen” niet op hem van toepassing is gezien hij reeds inwoner is van de gemeente en hij met de uitoefening van zijn vrij beroep ook bijdraagt tot de sociale cohesie van de gemeente.

Daarnaast werpt de belastingplichtige op dat het belastingreglement discriminatoir is. Volgens de betrokken eigenaar is er immers geen objectieve reden aanwezig om de kosten, die het belastingreglement wil dekken, uitsluitend te innen ten laste van de eigenaars van tweede verblijven en niet ten laste van de inwoners.

Inzake de toepassing van het belastingreglement ten aanzien van de betrokken studio

Het Hof volgt de redenering van de belastingplichtige inzake de toepassing van het belastingreglement niet. Doordat niemand is ingeschreven in de desbetreffende studio die gebruikt wordt voor een vrij beroep, draagt deze woongelegenheid volgens het Hof niet bij tot een boeiend en coherent sociaal leven middels het residentieel wonen. Het bijkantoor van de belastingplichtige zal volgens het Hof, net zoals het geval is voor vakantiehuizen of appartementen voor toeristen wel klanten naar de gemeente brengen, maar die klanten zullen evenmin zoals de toeristen werkelijk bijdragen tot het beoogde behoud van een “boeiend en coherent sociaal leven” middels “het residentieel wonen”.

Inzake de schending van het gelijkheidsbeginsel

Wat betreft de opgeworpen discriminatie oordeelt het Hof dat de belasting niet is ingevoerd als compensatie voor de bijdragen waarvoor de inwoners van de gemeente zorgen. Het belastingreglement is daarentegen volgens het Hof aangenomen op basis van een woonbeleidsplan waarbij de gemeente Knokke-Heist wil vermijden dat woongelegenheden lange tijd leeg staan. Daarnaast heeft het belastingreglement als doel om een boeiend en coherent sociaal wonen in de gemeente te bevorderen. Op basis van deze motieven is het volgens het Hof verantwoord om een bijdrageplicht in te voeren voor eigenaars van tweede verblijven. Daarbij is het criterium van de (al dan niet) inschrijving in het bevolkingsregister, naar de mening van het Hof, een objectief, relevant en pertinent criterium om te bepalen of een woongelegenheid bijdraagt tot een sociale cohesie binnen de dorpskernen van de gemeente.

Hiermee bevestigt het Hof de rechtspraak van de Raad van State die stelt dat het aanvaardbaar is om een belasting te heffen op tweede verblijven gezien de druk die er van tweede verblijven uitgaat op de permanente bewoning en het sociaal leven dat te lijden heeft door woningen die gedurende lange tijd onbewoond zijn. Het is daarbij volgens de Raad van State irrelevant of de tweede verblijven groot dan wel klein zijn of een groot dan wel bescheiden kadastraal inkomen hebben.

Besluitend kan men stellen dat op basis van deze rechtspraak een belastingreglement op tweede verblijven perfect te verantwoorden valt wanneer dit belastingreglement gesteund is op motieven die verwijzen naar de bekommernis om het residentieel wonen te beschermen en het sociale leven in de gemeente te bevorderen.

Dit arrest is een opsteker voor de steden en gemeenten met een gemeentebelasting op tweede verblijven, vooral voor die besturen zonder aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Dit arrest is een belangrijke kentering sinds het vonnis van de rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge van 24 juni 2015 (Oostende) en de Cassatiearresten van 3 september 2015 (Koksijde), die bij de lokale besturen enige ongerustheid deden ontstaan omtrent de mogelijkheid om een gemeentebelasting op tweede verblijven te kunnen blijven heffen.

GD&A advocaten volgt deze materie op de voet en is graag bereid u ter zake verder te informeren en bij te staan.

 Auteurs: Gloria Di Bernardo en Steven Michiels

Meer info?
Contacteer Steven MICHIELS
Advocaat
015/40.49.40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be