Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf kunnen tot 1 december 2016 een nieuwe erkenningskalender indienen: in extremis een sprankeltje hoop voor sommigen?

Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf kunnen tot 1 december 2016 een nieuwe erkenningskalender indienen: in extremis een sprankeltje hoop voor sommigen?

2 november 2016

In uitvoering van het besluit van 16 september 2016 (zie ook onze nieuwsbrief d.d. 26 september 2016 “Een tweede kans voor afgewezen erkenningskalenders?”) heeft de Vlaamse Regering op 24 oktober 2016 een bijzondere oproep in het Belgisch Staatsblad geplaatst om voor bepaalde woongelegenheden woonzorgcentrum en centra voor kortverblijf een erkenningskalender in te dienen.

Met deze bijzondere oproep voorziet de Vlaamse Regering in de mogelijkheid om vóór 1 december 2016 een erkenningskalender voor de jaren 2017 en 2018 in te dienen.

Zoals reeds uiteengezet in onze nieuwsbrief van 26 september jl., is huidige bijzondere oproep echter niet van toepassing op elke initiatiefnemer die houder is van een voorafgaande vergunning voor woongelegenheden.

Voor wat betreft de categorieën van woongelegenheden die voor deze bijzondere oproep in aanmerking komen, alsook de toepasselijke bewijsvereisten, de prioriteringscriteria en de maximale capaciteit, wordt in de oproep namelijk uitdrukkelijk verwezen naar het eerdere besluit van 16 september 2016, dat in de aanhef van de oproep bijkomend wordt toegelicht.

Kort samengevat volgt hieruit het volgende stramien:

1. Voor de woongelegenheden die behoren tot de pilootprojecten, geselecteerd bij het ministerieel besluit van 6 maart 2013 (1ste categorie), kan een erkenningskalender worden ingediend voor 2017 of 2018. 

2. Voor de woongelegenheden waarvan de in 2014 aangevraagde erkenningskalender voor 2017 werd afgewezen of uitgesteld naar een later trimester én waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden (2de categorie), kan een erkenningskalender worden ingediend voor 2018.

Indien voor deze woongelegenheden echter het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw uiterlijk op 30 april 2015 was gerealiseerd, kan per uitzondering een erkenningskalender worden ingediend voor 2017.

3. Voor de woongelegenheden waarvoor nog geen erkenningskalender is ingediend én waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden (3de categorie), kan een erkenningskalender worden ingediend voor 2018.

Indien voor deze woongelegenheden echter het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw uiterlijk op 30 april 2015 was gerealiseerd, kan per uitzondering een erkenningskalender worden ingediend voor 2017.

4. Bij een combinatie van woongelegenheden uit voormelde 2de en de 3de categorie, kan een erkenningskalender worden ingediend voor 2018. Indien voor alle woongelegenheden uit beide categorieën het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw uiterlijk op 30 april 2015 was gerealiseerd, kan per uitzondering een erkenningskalender worden ingediend voor 2017.

Bovendien wordt in de oproep uitdrukkelijk herhaald dat het maximaal aantal te erkennen woongelegenheden voor de jaren 2017 en 2018 samen, in totaal 1.389 bedraagt.

Indien er naar aanleiding van de oproep erkenningskalenders worden ingediend voor meer dan 1.389 woongelegenheden, zullen op deze erkenningskalenders de prioriteringscriteria worden toegepast die worden vermeld in artikel 6 van het besluit van 16 september 2016.

Desgevallend zal er voor de initiatiefnemers die een erkenningskalender indienen, wederom geen zekerheid zijn dat hun erkenningskalender daadwerkelijk zal worden goedgekeurd.

Gelet op de specifieke categorieën van woongelegenheden die in aanmerking komen voor de bijzondere oproep, alsook de mogelijke toepassing van prioriteringscriteria, komt het voor dat deze oproep geen afdoende oplossing kan betekenen voor al de initiatiefnemers wiens erkenningskalender, ofwel ingevolge de jaarlijkse maxima voor nieuwe woongelegenheden uit het capaciteitsbesluit van 24 april 2015, ofwel ingevolge het moratorium uit het besluit van 13 november 2015 om nog een erkenningskalender voor 2018 of 2019 in te dienen, werd afgewezen.

De initiatiefnemers die in aanmerking komen moeten uiterlijk op 30 november 2016 hun erkenningskalender(s) indienen bij het Agentschap Zorg en Gezondheid aan de hand van het formulier “Indienen van een erkenningskalender voor bijkomende woongelegenheden in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de bijzondere oproep”, dat samen met de oproep werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De initiatiefnemers met woongelegenheden van de 2de en/of de 3de categorie dienen hierbij tevens het bewijs te leveren dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken, dan wel dat uiterlijk op 30 april 2015 de ruwbouw was gerealiseerd. Dit bewijs dient overigens te geschieden middels de bewijsstukken die worden opgesomd in artikel 5 van het besluit van 16 september jl. (zie tevens onze nieuwsbrief van 26 september jl.).

Tot slot wordt in de bijzondere oproep meegedeeld dat het Agentschap Zorg en Gezondheid vermoedelijk een verwerkingstijd van 120 dagen nodig zal hebben om alle ingediende erkenningskalenders te verwerken en daarover uitsluitsel te kunnen geven.

Initiatiefnemers die in uitbating zouden gaan in de eerste drie maanden van 2017 en die op basis van huidige oproep een erkenningskalender indienen die wordt goedgekeurd, kunnen vervolgens uitzonderlijk een erkenning met terugwerkende kracht aanvragen op voorwaarde dat de erkenningsaanvraag zelf wordt ingediend vóór 31 maart 2017.

Auteurs: Ann-Sofie Custers en Janina Vandebroeck

Meer info? 
Contacteer Stéphanie Taelemans

Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of stephanie.taelemans@gdena-advocaten.be