Klare wijn over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

Klare wijn over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

7 december 2016

Hoewel er op het moment van het schrijven van deze nieuwsbrief nog geen definitief akkoord is over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (kortweg BRV), lijkt het reeds aangewezen om dit BRV eens onder de loep te nemen, vooral gezien de grote media-aandacht voor het onderwerp en de daaruit volgende (des)informatie.

Een  strategische langetermijnvisie, dat is wat de Vlaamse regering ambieert. De eerste stappen in die richting werden reeds gezet in 1997, met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Twintig jaar later, in 2017, zou het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen het startschot moeten geven voor het Vlaanderen van de toekomst - alleszins als het op ruimtelijke ordening aankomt. Waar het RSV een omvattend planningsdocument is, met gedetailleerde beleidsuitspraken over heel Vlaanderen, legt het BRV eerder strategische klemtonen.

Groenboek wordt witboek

Het Groenboek BRV werd reeds in 2012 goedgekeurd, als basis voor een maatschappelijk debat. In dit beleidsdocument werd de ruimtelijke toestand geschetst, evenals de toekomstige uitdagingen. In de laatste twee jaren - 2014 en 2015 - hebben tien regiogebonden werkingsgroepen de strategieën en principes van het Groenboek getest en aanbevelingen overgemaakt. Met deze aanbevelingen werd dan rekening gehouden bij het opstellen van het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Door de goedkeuring door de Vlaamse Regering van dit Witboek op 30 november 2016 zijn de krachtlijnen voor de organisatie van het Vlaams grondgebied voor de komende decennia uitgetekend. Dit Witboek bestaat uit twee delen: een visiedeel, met strategische doelstellingen, en een operationeel deel, met concrete acties. Momenteel bestaan er in het witboek zes beleidskaders, maar in de toekomst kunnen er hier nog meer bij komen.

De lat wordt, zo de Vlaamse Regering, bij het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen hoger gelegd dan bij het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Een logische evolutie, aangezien het Beleidsplan een antwoord moet bieden op de grootste uitdagingen op het vlak van de ruimtelijke ordening in het Vlaanderen van morgen, met name de steeds schaarser wordende (vrije) ruimte, de klimaatverandering, en het dichtslibben van de Vlaamse wegen.

Het eigenlijke Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zal uit dit Witboek voortvloeien. Burgers en lokale besturen zullen nog worden geconsulteerd over de inhoud van het BRV, vooraleer in 2017 (volgens de huidige planning) over te gaan tot de inhuldiging van het eigenlijke Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, in gefinaliseerde staat.

Het BRV onder de loep

Bepaalde principes waren bij het uitstippelen van het BRV van doorslaggevend belang: ten eerste blijft de maximale waardering van eigendomsrechten en patrimonium van cruciaal belang, in samenhang met de nodige stimuli op fiscaal en financieel vlak om rationeel en gemengd ruimtegebruik aan te moedigen. Toekomstige technologieën zullen ten tweede ook hun plaats hebben in het BRV - denk maar aan hernieuwbare energiebronnen. Het versterken van de stads- en dorpskernen is tenslotte een derde pijler waarop het huis van het BRV is gebouwd. Het uitbouwen van het openbaar vervoernetwerk en blauwgroene netwerken kunnen helpen deze doelstellingen te bereiken.

De nabijheid van basisvoorzieningen zoals scholen, stads- en winkelcentra en kinderopvang is daarbij van cruciaal belang; de kernen zelf moeten goed bereikbaar zijn en zijn zo ingericht dat alles bij elkaar ligt. De Vlaamse regering zal op verschillende wijzen (beleidsmatig, financieel, fiscaal) trachten deze knooppunten zo interessant mogelijk te maken. De concrete omvang van een ideale kern zal geval per geval worden beoordeeld, afhankelijk van omvang, bereikbaarheid en voorzieningsniveau.

De laatste stap die werd gezet in het ontstaan van het BRV was aldus het goedkeuren van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen door de Vlaamse Regering op 30 november 2016. De titel van dit witboek, “Samen aan de slag om Vlaanderen te transformeren - een opstap naar een volwaardig omgevingsbeleid” maakt alvast één ding duidelijk: de Vlaamse regering heeft grootse plannen.

Het witboek, alsook het beleidsplan, zijn niet strikt bindend voor de burgers. Het toont wel duidelijk aan in welke richting de Vlaamse regering wil inslaan met de ruimtelijke ordening in Vlaanderen. Het is een strategisch instrument, waaruit de concrete maatregelen zullen volgen. Het kan dus perfect zijn dat bepaalde strategieën worden aangepast of verwijderd, na overleg met middenveldorganisaties, burgers of andere belanghebbenden, of wanneer de Vlaamse regering zelf merkt dat wijzigingen zullen moeten aangebracht worden om de plannen in de realiteit om te kunnen zetten. Om het met een metafoor te verduidelijken: indien de ruimtelijke ordening in Vlaanderen een taart is, is het BRV het recept: het duidt al op voorhand aan wat er wanneer moet worden toegevoegd om het gewenste resultaat te bereiken, maar een kok kan gaandeweg nog steeds bepaalde wijzigingen doorvoeren, moest de noodzaak bestaan.

Het BRV brengt dus niet zelf een wijziging van de geldende regelgeving met zich mee, noch zal het bestemmingen wijzigen, zoals sommigen reeds vrezen. Woongebied blijft dus gewoon woongebied: u kan (daar) dus op beide oren slapen. Hetzelfde voor bouwgrond: er wordt niets veranderd aan de rechten van de eigenaars. Echter worden richtlijnen ingevoerd om “meer” te doen met minder grond, bijvoorbeeld door flexibel wonen mogelijk te maken. Woonuitbreidingsgebieden blijven dus officieel ook bestaan onder het BRV.

Een van de goedgekeurde beleidsmaatregelen, die momenteel veel stof doet opwaaien, is de zogenaamde “betonstop”. Om onmiddellijk hierop in te pikken: het woord “betonstop” komt niet aan bod in het BRV - het is ook simpelweg niet correct dat er niet meer mag worden gebouwd.

Tegen 2040 zou de inname van nieuwe ruimte wel gestopt moeten zijn, met een beperking van het bijkomend ruimtebeslag tot 3 hectare per dag in 2025, in plaats van de huidige 5 à 6 hectare. Ruimtebeslag is daarbij de oppervlakte die wordt ingenomen door wonen, werken, ontspanning en transport. Vanaf 2040 zal de Vlaming concreet geen nieuwe ruimte meer mogen aansnijden, en niet meer kunnen toevoegen aan dit ruimtebeslag. Er zal dus moeten worden gebouwd op reeds bebouwde percelen, bijvoorbeeld door de woningen dichter te groeperen.

Het BRV: ook van belang voor lokale besturen

Ook voor lokale besturen is dit Beleidsplan Ruimte Vlaanderen van zeer groot belang. Daar waar het BRV een set principes, strategieën of idealen voorstelt, is het aan de lokale besturen om deze op maat toe te passen. Het is namelijk de bedoeling dat alle lokale besturen op termijn een eigen Beleidsplan Ruimte ontwikkelen, in plaats van de huidige gemeentelijke Ruimtelijke Structuurplannen. Ze zullen daartoe niet verplicht worden, maar wel aangemoedigd. De beleidsplannen zijn dynamisch, en kunnen makkelijker worden aangepast aan wijzigende inzichten, belangen en technologieën dan de structuurplannen. De lange procedures om lokale structuurplannen aan te passen zouden aldus in de toekomst verleden tijd moeten zijn.

Daar waar het RSV vertrekt van een soort planningscascade - van bovenaf zijn selecties gemaakt en taakstellingen stromen door naar een lager niveau, zoals de gemeente - ziet het BRV de ruimtelijke ontwikkeling als een resultaat van samenwerking. Het BRV laat daarbij ruimte voor maatwerk, waarbij de Vlaamse overheid samen met de gemeenten meezoekt naar oplossingen binnen bepaalde principes en kaders die opgenomen zijn in het BRV. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de Vlaamse overheid daarbij optreden als regulator. Gemeenten zullen ook boven de gemeentegrenzen heen samenwerken om de ontwikkelingsprincipes van het BRV uit te voeren, met voldoende inspraak en participatie van middenveldorganisaties, burgers en ondernemingen.

Ook op het vlak van lokale uitdagingen zullen de steden en gemeentes voldoende vrijheid krijgen. Evenwel zal hierbij ook rekening kunnen gehouden worden met plancapaciteit- en noodwendigheid. Kleine gemeenten zullen dus bijvoorbeeld niet worden verplicht om onnodige plannen op te stellen, maar grotere gemeenten zullen dit zo nodig kunnen doen. Ieder bestuursniveau zal daarbij voor zichzelf uitmaken welke uitdagingen het zal aanpakken, zo lang deze uitdagingen een lokale of bovenlokale dimensie hebben. Voorbeelden: groenblauwe dooradering realiseren, het tegengaan van leegstand, de leefbaarheid van landelijke kernen bevorderen,... 

Concluderend kunnen we stellen dat er in het toekomstige Beleidsplan Ruimte Vlaanderen aan ambitie geen gebrek is. Als totaalvisie op de toekomstige manier van wonen, werken, leven en verplaatsen van elke Vlaming, lijkt het een startschot te zijn om de huidige uitdagingen in de ruimtelijke ordening met beide handen aan te pakken en een kentering teweeg te brengen. De vraag naar de concrete verwezenlijking van deze plannen is echter een terechte vraag, waar gelet de aard van het planningsinstrument nog geen duidelijk antwoord op geformuleerd kan worden. Het is dan ook afwachten op de finalisatie van het BRV in 2017 en de verdere concrete uitvoering op (boven)lokaal niveau.

Auteur: Arnout Van den Steene

Meer info?
Contacteer Alisa Konevina

Advocaat
Tel. 015/40.49.40 of alisa.konevina@gdena-advocaten.be