Ook bij het begin van dit nieuwe jaar staan er voor Uw bestuur heel wat nieuwigheden inzake onroerend erfgoed klaar!

Ook bij het begin van dit nieuwe jaar staan er voor Uw bestuur heel wat nieuwigheden inzake onroerend erfgoed klaar!

12 januari 2017

Door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016 houdende wijziging van het Onroerenderfgoedbesluit van de Vlaamse Regering met het oog op het uitvoeren van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed en andere financiële en technische aanpassingen (BS 23 december 2016) treedt het 'decreet van 15 juli 2016 houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van diverse decreten wat betreft de uitvoering van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend en wat betreft financiële en technische aanpassingen' in werking. Door deze wijziging breidt onder andere het takenpakket van erkende onroerenderfgoedgemeenten vanaf 1 januari 2017 uit en brengt dit besluit tevens een aantal gevolgen voor lokale overheden met zich mee. Hieronder worden een aantal nieuwigheden aangehaald.

Erkende erfgoedgemeenten kunnen voortaan archeologie(nota's) bekrachtigen

De erkende erfgoedgemeente is voortaan zowel bevoegd om een vergunningsaanvraag waarbij het archeologisch traject dient te worden gevolgd, te beoordelen, evenals het archeologisch traject zelf.

(Archeologie)nota's die worden bekrachtigd, dienen te worden bezorgd aan het agentschap Onroerend Erfgoed en in voorkomend geval aan de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst door opname in het digitaal register van meldingen, archeologienota's en nota's. Dit dient te gebeuren binnen een ordetermijn van 10 dagen volgend op de beslissing respectievelijk volgend op de 15 dagen na ontvangst van de melding.

Situeert het perceel waarop de melding of (archeologie)nota betrekking heeft zich op het grondgebied van meerdere gemeenten, dan is het agentschap Onroerend Erfgoed bevoegd.

Beslissingen van erkende erfgoedgemeenten over meldingen en archeologie(nota's) kunnen net zoals de beslissingen van het agentschap Onroerend Erfgoed worden aangevochten bij de Vlaamse Regering.

Een nog niet bekrachtigde archeologienota kan worden toegevoegd aan de vergunningsaanvraag

Bij vergunningsaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2017 en waarvoor een archeologienota is vereist, kan een archeologienota worden toegevoegd die nog niet is bekrachtigd door het agentschap, maar wel al voor bekrachtiging is ingediend.

De vergunningsaanvraag zal ontvankelijk en volledig dienen te worden verklaard indien deze een nog niet-bekrachtigde archeologienota bevat op voorwaarde dat een bewijs wordt bijgevoegd dat de archeologienota ter bekrachtiging werd voorgelegd.

De bekrachtigde archeologienota moet uiteraard worden ingediend voordat de vergunningsaanvraag door de vergunningverlenende overheid wordt beoordeeld. Indien er uiteindelijk geen bekrachtigde archeologienota wordt ingediend, moet de vergunning worden geweigerd.

Minder adviezen van het agentschap Onroerend Erfgoed vereist

In een aantal gevallen zullen er geen adviezen meer moeten worden gevraagd aan het agentschap Onroerend Erfgoed, waardoor de volledige beslissingsbevoegdheid aan de vergunningverlenende overheid toekomt. Geen advies is vereist voor:

de sloop van een onroerend goed opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed of voor de kap van een onroerend goed, opgenomen in de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde een vergunning vereist is;

aanvragen over functiewijzigingen voor zonevreemde gebouwen opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed;

aanvragen voor werken op percelen palend aan beschermde monumenten.

Bijkomende administratieve verplichtingen voor de vergunningverlenende overheid

Indien uw bestuur een vergunning verleent waarin een bekrachtigde archeologienota als voorwaarde wordt opgenomen, dient aan het agentschap Onroerend Erfgoed een afschrift te worden bezorgd van de vergunning.

Daarnaast dient in zoverre het gemeentelijk RUP een erfgoedlandschap wordt afgebakend of gewijzigd een afschrift van het gemeentelijk RUP en van het vaststellingsbesluit te worden gestuurd naar het agentschap Onroerend Erfgoed.

Kerkenbeleidsplannen

Middels het decreet van 5 juli 2016 worden ook de kerkenbeleidsplannen (parochiekerkenplannen) decretaal verankerd.  Dit decreet voorziet tevens in de gevolgen van het ontbreken van dergelijk kerkenbeleidsplan voor restauratiedossiers waarvoor een premie werd aangevraagd voorafgaand aan de inwerkingtreding van hoofdstuk 10, afdeling 2, van het Onroerenderfgoeddecreet en conform artikel 12.3.12 van het Onroerenderfgoeddecreet nog worden behandeld overeenkomstig het Monumentendecreet. Als het agentschap op 1 oktober 2017 geen kennis heeft genomen van een actueel kerkenbeleidsplan, moet een nieuwe premieaanvraag overeenkomstig artikel 10.2.1 worden ingediend.

Een tijdig opgemaakt en goedgekeurd kerkenbeleidsplan is dan ook uiterst belangrijk. Een gewaarschuwd bestuur is er twee waard!

Andere wijzigingen

Vereenvoudiging van de procedure voor de opmaak en goedkeuring van de beheersplannen;

Voor de handelingen aan of in een beschermd onroerend erfgoed waarvoor een toelating is vereist en waarvoor een beheersplan is opgemaakt, dient bij de toelatingsaanvraag een uitdrukkelijke motivering te worden opgenomen waarin wordt aangegeven hoe de handelingen voortbouwen op de visie op het beheer van het beschermde goed zoals bepaald in het goedgekeurde beheersplan;

Er geldt een toelatingsplicht voor sloop en het optrekken van gebouwen in beschermde stads- en dorpsgezichten voor zowel de oude als de nieuwe beschermingsbesluiten;

Zorg- en motiveringsplicht voor de ankerplaatsen definitief aangeduid overeenkomstig het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en worden beschouwd als een vaststelling van de landschapsatlas als vermeld in hoofdstuk 4 van dit decreet en als onroerenderfgoedrichtplannen als vermeld in hoofdstuk 7 van dit decreet.

Voor de premiedossiers van beschermde monumenten, die volgens de oude regelgeving werden ingediend én die nog op de wachtlijst staan, komt de BTW niet langer in aanmerking voor betoelaging;

Het plafond van de premie voor buitensporige opgravingskosten van 40.000 euro wordt geschrapt;

Voor elke fase van een meerjarenpremieovereenkomst kan op vraag van de premienemer de betreffende toegekende premie integraal aan hem als voorschot worden betaald, met uitzondering van de premie voor de laatste, waarvoor slecht een voorschot van 50% kan worden uitbetaald;

Vanaf de Onroerenderfgoedprijs 2018 kunnen enkel projecten over beschermd erfgoed of erfgoedlandschappen deelnemen;

Enz.

Tot slot wenst GD&A u het allerbeste toe voor het nieuwe jaar en zullen wij u ook in 2017 op de hoogte blijven houden van de nieuwigheden inzake onroerend erfgoed!


Auteur
: Nathalie Mortelmans

Meer info?
Contacteer Alisa Konevina
Advocaat
t 015/40.49.40 of alisa.konevina@gdena-advocaten.be