No interest, no party.

No interest, no party.

30 januari 2017

Middels arrest nr. 236.931 van 27 december 2016 oordeelde de Raad van State dat wie geen verdere belangstelling toont in de “hergunningsprocedure” zijn belang verliest bij het aanvechten van de voorafgaandelijke beslissing tot stopzetten van de gunningsprocedure en tot opstarten van een nieuwe procedure in het kader van een zelfde opdracht.

Context

De Stad Antwerpen schreef een open aanbesteding uit voor het uitvoeren van (restauratie)werken aan de Sint Carolus Borromeuskerk. Vier ondernemingen dienden een offerte in.

Drie inschrijvers, waaronder verzoekende partij (NV François Goedleven), werden uitgesloten omdat ze niet voldeden aan de kwalitatieve selectie-eisen. De vierde offerte werd geweerd omwille van de niet-regelmatige ondertekening van de offerte.

Aangezien aldus geen van de offertes in aanmerking kwam voor gunning werd beslist om de opdracht stop te zetten, de opdracht niet te gunnen en een nieuwe opdracht uit te schrijven via de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in toepassing van artikel 26, §1, 1°, e), Overheidsopdrachtenwet 2006. Dit betreft de voor de Raad van State bestreden beslissing.

Voor de nieuwe gunningsprocedure werden twee firma's uitgenodigd die reeds eerder een offerte hadden ingediend bij de aanbesteding evenals drie nieuwe aannemers.

Verzoekende partij werd niet uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Zij wilde nochtans graag bij de nieuwe gunningsprocedure betrokken worden en stuurde in die zin dan ook een schrijven aan de aanbestedende overheid. De Stad kon echter niet (meer) ingaan op het verzoek aangezien de offertes in het kader van de onderhandelingsprocedure op het ogenblik van voormeld schrijven reeds ruime tijd dienden ingediend te zijn.

De opdracht werd gegund aan een andere aannemer. Deze nieuwe gunningsbeslissing werd echter niet ten gronde aangevochten door verzoekende partij (er werd wel een procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid gevoerd doch de Raad oordeelde dat de vordering diende te worden verworpen - verzoeker diende echter geen annulatieberoep meer in tegen de gunningsbeslissing). De Raad van State is dan ook van oordeel dat verzoekende partij geen belang meer kan laten gelden bij het aanvechten van de beslissing van de Stad waarbij wordt afgezien van de lopende gunningsprocedure en tot een nieuwe procedure wordt beslist betreffende een zelfde opdracht. Verzoekende partij heeft volgens de Raad geen afdoende belangstelling meer getoond voor de nieuwe procedure, daar zij zich ervan heeft onthouden de beslissing (blijvend) te betwisten waarbij de opdracht aan een concurrent wordt gegund.

Door dit na te laten, is de desbetreffende beslissing definitief geworden. De Raad van State oordeelde dan ook dat de verzoekende partij geen belang, ook geen moreel belang, meer heeft bij het aanvechten van de bestreden beslissing aangezien zij zichzelf elke kans heeft ontnomen om de opdracht, zelfs niet bij een hypothetische evaluatie, gegund te zien krijgen.
 

Auteur: Yasmine D'hanis

Meer info?
Contacteer Gitte Laenen
Advocaat
t 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be