De omgevingsvergunning in zicht: De Raad voor Vergunningsbetwistingen zet zich schrap!

De omgevingsvergunning in zicht: De Raad voor Vergunningsbetwistingen zet zich schrap!

31 januari 2017

Op dinsdag 24 januari 2017 werd het decreet van 9 december 2016 houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuurscolleges betreft in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Door dit decreet treden verschillende maatregelen in werking ten aanzien van de 3 Vlaamse Bestuurscolleges, zijnde de Raad voor Vergunningsbetwistingen, het Milieuhandhavingscollege en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, ter optimalisatie van hun werking zoals geregeld in het DBRC-decreet uit 2014. In werkelijkheid spitst het decreet zich vooral toe op de Raad voor Vergunningsbetwistingen die zich hiermee lijkt schrap te zetten voor de komst van de omgevingsvergunning. Vanaf 23 februari 2017 wordt de Raad immers ook bevoegd voor beroepen inzake milieudossiers. Met deze wijziging van de procedureregels lijkt de Vlaamse Regering een laatste ultieme poging te willen doen om de doorlooptijd van dossiers bij de Raad te verkorten. Graag stellen wij aan u voor, de Raad voor Vergunningsbetwistingen 2.0!

Verhoging rolrecht.

Wie vandaag een verzoekschrift tot vernietiging indient bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen betaalt een rolrecht ten bedrage van 175 euro. Een aanvullend verzoekschrift tot schorsing, al dan niet met uiterst dringende noodzakelijkheid, kost een verzoekende partij momenteel 100 euro. De tussenkomende partij betaalt altijd 100 euro, ongeacht of hij tussenkomt in een procedure tot schorsing, dan wel tot vernietiging. Deze bedragen worden momenteel om de vijf jaar aangepast overeenkomstig de ABEX-index. De eerste indexering was voorzien voor 1 januari 2019.

Het wijzigingsdecreet voert echter vaste bedragen in en ziet bijgevolg af van de indexeringsformule. Bovendien voorziet het decreet in een verhoging van het rolrecht voor de verzoekschriften tot vernietiging. Een verzoekende partij zal 200 euro moeten betalen om een vernietigingsprocedure op te starten. De bedragen voor de schorsingsverzoeken en voor de tussenkomende partij blijven ongewijzigd. Met de verhoging van het rolrecht voor de verzoekschriften tot nietigverklaring lijkt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de drempel om een verzoek in te dienen te willen verhogen. Anno 2017 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog steeds een zeer grote achterstand. Deze achterstand is deels te wijten aan het feit dat een groot deel van de ingediende dossiers nadien ongegrond blijken te zijn of enkel en alleen zijn ingediend om dilatoire redenen. Met de komst van de omgevingsvergunning zal de bevoegdheid van de Raad voor Vergunningsbetwistingen enkel maar uitbreiden. Met de verhoging van het rolrecht voor de verzoekende partij hoopt de overheid de toevloed aan nieuwe dossiers voor de Raad enigszins te kunnen beperken.

Daarnaast voorziet het wijzigingsdecreet in een aparte procedure voor de betaling van het rolrecht bij een verzoek tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Het rolrecht zal in deze procedure opgevraagd worden in de beschikking of in het arrest tot bepaling van de rechtsdag en dient binnen de 8 dagen betaald te worden. Het bewijs van storting of overschrijving moet nadien voorgelegd worden ter zitting waar de vordering behandeld zal worden. Niet tijdige betaling leidt tot opheffing van de schorsing of de opgelegde voorlopige maatregelen.

Geen middel zonder voldoende belang.

Het aanpassingsdecreet voorziet in een aanvulling van het belangvereiste. De partij die een middel aanvoert in haar verzoekschrift, moet ook belang hebben bij de vernietiging op grond van die betrokken rechtsregel. Zo zal geen schending van de regels omtrent de bekenmaking van het openbaar onderzoek kunnen worden ingeroepen, indien blijkt dat de partij wel een bezwaar heeft kunnen indienen en bijgevolg kennis had van het openbaar onderzoek. De Raad volgt hiermee de reeds bestaande rechtspraak van de Raad van State. Ook met deze regel lijkt de overheid het aantal beroepen te willen beperken.

De algemene regel dat in geval van een schending van een regel die de openbare orde behelst de verzoekende partij geen belang moet aantonen, blijft onveranderd.

Mogelijkheid tot inkorting van de termijn tot tussenkomst in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid.

De huidige regels stellen een termijn van ten minste 20 dagen vast voor iedere belanghebbende die wil tussenkomen in een hangende procedure. Deze termijn kan nu ingekort worden tot 'minder dan 20 dagen' indien het gaat om een schorsingsprocedure bij uiterste dringende noodzakelijkheid.

Was het nu bij 'hoogdringendheid' of bij 'uiterst dringende noodzakelijkheid'?

Het aanpassingsdecreet voorziet in een verduidelijking van de regels omtrent de vordering tot schorsing bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De huidige regels zorgden namelijk voor erg veel verwarring.

Hoogdringendheid moet worden aangetoond in het kader van de 'gewone' schorsingsprocedure. De verzoekende partij dient te bewijzen dat zij nadeel zal lijden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en dat de afhandeling van de vernietigingsprocedure te laat zal komen om de verwezenlijking van dit nadeel te voorkomen.  Daarnaast dient minstens één ernstig middel te worden aangevoerd ter verdediging van de vernietiging van de bestreden beslissing.

Uiterst dringende noodzakelijkheid kan enkel worden toegepast indien de verzoekende partij kan aantonen dat zelfs de behandelingstermijn van een 'gewone' vordering tot schorsing ontoereikend is voor de betrokken zaak. De voorwaarde dat op zijn minst één ernstig middel dient te worden aangevoerd ter verdediging van de schorsing van de bestreden beslissing, blijft ook hier van toepassing.

Behandeling van àlle aangevoerde middelen die nuttig zijn.

In het kader van het aanpassingsdecreet krijgt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de gelegenheid om meerdere middelen te beoordelen, ook al was slechts één van die middelen voldoende om tot de vernietiging van de bestreden beslissing over te gaan. Deze nieuwe regel zal leiden tot een betere motivering van de arresten. Rechters krijgen nu immers de mogelijkheid geboden om élk nuttig middel te beantwoorden. De Raad sluit zich hiermee opnieuw aan bij het reeds bestaande contentieux voor de Raad van State.

Achter deze regel schuilt opnieuw een poging om de toevloed aan nieuwe dossiers bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen zo veel als mogelijk te beperken. Door rechters de mogelijkheid te geven om alle nuttige middelen te beoordelen, zal uit het arrest duidelijker blijken welke van de aangehaalde rechtsregels, procedurehandelingen of motieven een grond bieden voor vernietiging. Zodanig zal de vergunningverlenende overheid onmiddellijk kunnen uitmaken welke elementen in de nieuwe beslissing dienen te worden rechtgetrokken.

Verplichting tot weglating van onregelmatige of kennelijk onredelijke motieven.

Volgens de huidige regelgeving had de Raad voor Vergunningsbetwistingen reeds de mogelijkheid om, bij een gehele of gedeeltelijke vernietiging, het vergunningverlenend orgaan het bevel te geven om een nieuwe beslissing te nemen rekening houdend met de overwegingen uit het arrest. Bijkomend konden eventueel voorwaarden worden opgelegd zoals het doorlopen van bepaalde procedurestappen, het in rekening nemen van bepaalde rechtsregels bij het nemen van de nieuwe beslissing enz ...

Het nieuwe aanpassingsdecreet voorziet nu dat de Raad ook de voorwaarde kan opleggen om bepaalde onregelmatige of kennelijk onredelijk motieven niet meer in overweging te nemen bij het opstellen van de nieuwe beslissing. Zo hoopt de overheid om het aanvechten van 'nieuwe beslissingen' zo veel als mogelijk te vermijden.

Dwangsom maakt onderdeel uit van het vernietigingsarrest.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen kan momenteel reeds dwangsommen opleggen ten aanzien van de in het ongelijk gestelde partij.  Dit kan echter enkel indien de in het gelijk gestelde partij hiervoor een nieuw verzoekschrift indient.

De nieuwe regels vermijden deze extra procedure door de Raad de bevoegdheid te geven om, naast het opleggen van een termijn waarbinnen een nieuwe beslissing moet worden genomen, eveneens onmiddellijk dwangsommen te bevelen in het uitgesproken arrest.

Rechtsplegingsvergoeding.

Volledig nieuw is de mogelijkheid tot toekenning van een rechtsplegingsvergoeding aan de in het gelijk gestelde partij. Net zoals bij de Raad van State, wordt er nu ook bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen voorzien in een gedeeltelijke tussenkomst in de kosten van een advocaat.

Wanneer de eerste rechtsplegingsvergoeding zal worden uitgesproken door de Raad is nog onzeker. Het is namelijk nog wachten op een uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering waarin het basisbedrag en de minimum- en maximumbedragen bepaald zullen worden.

Eens deze bedragen bepaald zijn, heeft de Raad zelf de mogelijkheid om het basisbedrag te verlagen of te verhogen. Ze mag daarbij enkel de vastgestelde minimum- en maximumgrens niet overschrijden. Criteria waarmee de Raad voor Vergunningsbetwistingen moet rekening houden bij het opleggen van de vergoeding zijn: complexiteit van het dossier, de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij ...

Tot slot wordt er bepaald dat een tussenkomende partij nooit een rechtsplegingsvergoeding kan vragen, noch deze kan ontvangen. 

Inwerkingtreding.

De nieuwe procedureregels zullen in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum, en uiterlijk drie maanden na publicatie van het decreet in het Belgisch Staatsblad.

Hoewel de rechters bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen hadden aangegeven dat zij de inwerkingtreding van de nieuwe procedureregels graag hadden gezien op 1 september 2017, is de uiterste datum van inwerkintreding bijgevolg voorzien op 24 april 2017.

Alle verzoekschriften die worden ingediend vóór 24 april 2017, zullen nog onder het toepassingsgebied van de 'oude' regels vallen. MAAR de vernietigingsarresten die worden uitgesproken vanaf de datum van inwerkingtreding vallen wel onder het toepassingsgebied van de nieuwe regels. Bijgevolg kunnen in deze arresten wel onmiddellijk dwangsommen worden opgelegd en kan de Raad het bevel geven aan de vergunningverlenende overheid om de kennelijk onredelijk en onregelmatige motieven niet meer bij haar beoordeling te betrekken.

De toekomst zal nu moeten uitwijzen of deze procedureaanpassing voldoende zal zijn om de achterstand bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen enigszins weg te werken.                                                                                           

Auteur: Lara Hendrix

Meer info?
Contacteer Tom Swerts

Advocaat-Vennoot
t 015/40.49.40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be

Contacteer Alisa Konevina
Advocaat
t 015/40.49.40 of alisa.konevina@gdena-advocaten.be