Decreet Lokaal Bestuur kent tweede goedkeuring: strooit de Raad van State alsnog roet in het eten?

Decreet Lokaal Bestuur kent tweede goedkeuring: strooit de Raad van State alsnog roet in het eten? 

10 juli 2017

Op 24 februari 2017 keurde de Vlaamse Regering een eerste keer het voorontwerp van het nieuwe Decreet over het Lokaal Bestuur principieel goed. Na de bespreking van dit ontwerp binnen de syndicale overlegcomités en het advies van de Sociaal Economische Raad (SERV) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), volgde op 30 juni 2017 -nog net voor het zomerreces- een tweede principiële goedkeuring in de schoot van de Vlaamse Regering.

Samengevat beoogt dit voorontwerp 1) de verdere integratie van het OCMW en de gemeente, 2) de hervorming en vereenvoudiging van het bestuurlijk toezicht, 3) het bijsturen van de regels over de beleids- en beheerscyclus, 4) het bijsturen of verstrengen van een aantal regels rond intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en hun filialen, 5) de coördinatie van alle organieke regels over gemeente, OCMW en samenwerkingsverbanden, 6) de organieke regels te vereenvoudigen, dereguleren en digitaliseren en tot slot 7) meer ruimte voor lokale autonomie en maatwerk te bieden aan de lokale besturen.

Besloten werd om het licht gewijzigde ontwerp goed te keuren en voor advies aan de Raad van State voor te leggen.

Wijzigingen op personeelsvlak.

Ten opzichte van het eerder goedgekeurde ontwerp, werd naar aanleiding van het syndicaal overleg voornamelijk gesleuteld aan de bepalingen op het vlak van de ambtelijke organisatie.

Zo werden een aantal vernieuwingen met betrekking tot de tuchtregeling teruggeschroefd, wegens onaanvaardbaar voor de vakbonden. De korte terugkeer van de tuchtstraffen herplaatsing en terugzetting in de graad lijkt dan ook geen lang leven beschoren. Ook de inperking van de beroepsmogelijkheden met uitsluiting van de lichte tuchtstraffen, werd ongedaan gemaakt. De beroepsmogelijkheid bij de Beroepscommissie voor Tuchtzaken blijft dan ook voor alle tuchtstraffen gegarandeerd.

Voorts wordt binnen de overgangsbepalingen voor de decretale graden het vage selectiebegrip 'vergelijking van titels en verdiensten' achterwege gelaten. Voortaan zal de nieuwe algemeen en financieel directeur door de gemeenteraad gekozen dienen te worden in functie van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten, met toetsing aan welbepaalde voorwaarden.

Tot slot wordt de voorrangsregeling voor de zittende graden -onder voorbehoud van wijzigingen na een derde lezing- verlaten en kan de gemeenteraad onmiddellijk opteren voor de invulling van het ambt via aanwerving of bevordering. Voor de titularis die nu reeds gemeente en OCMW bedient, blijft wel een van rechtswege aanstelling als algemeen of financieel directeur voorzien.

Fusies en (inter)gemeentelijke participaties.

In het huidige Fusiedecreet wordt een financiële bonus (maximaal 500 euro per inwoner) voorzien voor gemeenten die voor 31 december 2017 een gezamenlijk voorstel tot samenvoeging vanaf 1 januari 2019 hebben ingediend bij de Vlaamse Regering.

Mogelijks mede door het groeiende succes van deze vrijwillig gestimuleerde fusieoperatie en het naderen van deze einddatum, wordt thans voorzien dat ook gemeenten die deze datum niet zouden halen nog van deze schuldovername kunnen genieten, voor zover 1 januari 2019 als samenvoegingsdatum wordt genomen.

Tot slot laten ook de recent aan het licht gekomen schandalen de Vlaamse Regering niet onberoerd. In navolging van de visienota (inter)gemeentelijke participaties worden een aantal aanpassingen doorgevoerd aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en hun filialen.

Zo zal het aantal bestuursleden van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging niet meer dan vijftien mogen bedragen en mogen de leden van de onderliggende comités geen vergoeding meer ontvangen. Ook wordt de minister-presidentnorm ingeschreven wat het salaris en de vergoedingen betreft voor de personeelsleden van dergelijke verenigingen.

Raad van State als scherprechter?

Thans zal de afdeling wetgeving van Raad van State zich over dit voorontwerp buigen. Daarbij dient de Raad minstens de bevoegdheid van de steller van de handeling, de rechtsgrond en de voorgeschreven vormvereisten te onderzoeken.

Hiervoor beschikt de Raad over een termijn van zestig dagen, welke echter tot vijfenzeventig dagen wordt verlengd indien een tussenkomst van de verenigde kamers -die zich over eventuele bevoegdheidskwesties buigt- vereist is. Bijgevolg mag uiterlijk medio september dit advies worden verwacht.

Hamvraag is uiteraard of dit plan B (integratie met behoud van afzonderlijke rechtspersonen) de Raad kan smaken. In het eerdere advies van 9 mei 2016 waarschuwde de Raad er immers voor dat de integratie van de OCMW's deze dreigde om te vormen tot een lege schelp, met miskenning van de bevoegdheid van de bijzondere federale wetgever.

De grote bezorgdheid hierover in het werkveld blijkt ook nogmaals uit de bekomen adviezen. Daar waar de vakbonden spreken van een 'feitelijke bevoegdheidsoverschrijding' en het omvormen van het OCMW tot 'een lege doos', stellen ook de VVSG en SERV zich luidop de vraag of dit ontwerp wel juridisch waterdicht is en geen afbreuk doet aan de feitelijke autonomie van de OCMW's.

De Vlaamse Regering wuift deze bezorgdheid echter weg en maakt zich sterk dat de bevoegdheidsverdelende regels worden gerespecteerd. Aangezien de voorgenomen integratie het zwaartepunt van dit nieuwe Decreet vormt, wordt dit advies dan ook met belangstelling tegemoet gekeken.

GD&A Advocaten volgt dit alvast verder voor U op.

Auteur: Jonas De Wit

Meer info ?
Contacteer Cies Gysen

Advocaat-Vennoot
t 015/40 49 40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Steven Michiels
Advocaat-Vennoot
t 015/40 49 40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be

Contacteer Jonas De Wit
Advocaat
t 015/40 49  40 of jonas.dewit@gdena-advocaten.be