Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteitsinrichtingen.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteitsinrichtingen.

11 juli 2017

Op 5 mei 2017 gaf de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan het ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteitsinrichtingen en tot wijziging van artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. Het besluit bevat de stedenbouwkundige voorschriften voor het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf de openbare weg.

Het openbaar onderzoek aangaande dit besluit is net afgelopen, zodat het uitkijken is welke aanpassingen nog zullen worden doorgevoerd aan de heden voorliggende teksten.

Het besluit haalt volgens de voorbereidende teksten, haar grondslag in het streven naar meer verkeersveiligheid. Tegelijk wordt de bestaande en verouderde wetgeving inzake publiciteitsinrichtingen opgeheven.

Toepassingsgebied

Het besluit is van toepassing op het plaatsen, wijzigen of aanbrengen van alle publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf de openbare weg. Enerzijds de ruime definitie van “publiciteitsinrichting”, namelijk 'elk visueel middel met als doel het publiek te informeren of de aandacht ervan te trekken, met inbegrip van alle onderdelen ervan', en anderzijds het algemene criterium “herkenbaar vanaf de openbare weg”, maken dat het een breed toepassingsgebied betreft. Een publiciteitsinrichting zal dan ook op basis van de voorliggende teksten al gauw onderworpen zijn aan de voorschriften van de verordening.

De voorschriften

Hoofdstuk 3 omvat de algemene bepalingen. Zo mogen publiciteitsinrichtingen niet hinderlijk zijn voor de zichtbaarheid of voor de doeltreffendheid van, of gelijkenissen vertonen met de reglementaire verkeerssignalisatie of de reglementair aangebrachte straatborden.

Er worden bepaalde beperkingen en verboden opgelegd met betrekking tot de meer technisch geavanceerde publiciteitsinrichtingen. Zo moeten in- of uitwendig verlichte publiciteitsinrichtingen voldoen aan volgende voorwaarden:

Contrastverhouding met het omgevingslicht is niet groter dan 1,10;

Knipperende of flitsende boodschappen en bewegende beelden mogen niet worden weergegeven;

Het gebruik van speciale effecten, zoals vervagen, slepen in- of uitzoomen, is niet toegelaten bij de overgang van de ene boodschap in een andere boodschap;

Minimum weergavetijd van een boodschap bij wisselende boodschappen bedraagt 15 seconden;

Wisselende boodschappen aan autosnelwegen, primaire en secundaire wegen waar de rijtaak complex is, zoals knooppunten, weefvakken, in- en uitvoegingen en routekeuzepunten, zijn niet toegelaten.

Met deze bepaling worden de mogelijkheden van technische reclametechnieken behoorlijk ingeperkt. Ook wordt de verlichting van publiciteitsinrichtingen aan banden gelegd. Het luminantieniveau wordt immers afhankelijk gemaakt van het omgevingslicht.

Hoofdstuk 4 omvat de regels voor zaakgebonden publiciteitsinrichtingen. Onder zaakgebonden publiciteitsinrichting dient te worden verstaan een publiciteitsinrichting voor de identificatie of bekendmaking van een product, dienst of activiteit die onlosmakelijk verbonden is met de locatie waar ze is aangebracht.

Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf gewestwegen mogen niet in de eerste 4 meter van de achteruitbouwstrook worden geplaatst.

Hoofdstuk 5 zet de reglementering uiteen met betrekking tot niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen.

Deze blijven verboden op plaatsen waar de publiciteitsinrichting herkenbaar is vanaf autosnelwegen.

Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf gewestwegen kunnen uitsluitend worden toegestaan op een van de volgende plaatsen:

Op een gevel van een vergund (geacht) gebouw. Slechts één bord met een maximale oppervlakte van 20 m² per gevel of gevelgeheel is toegelaten.

Publiciteitsinrichtingen die geïntegreerd zijn in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen, tijdens de werkzaamheden, voor maximaal 35 % van de totale oppervlakte


In het KB van 14 december 1959 was voorzien dat aanplakbrieven op werfafsluitingen konden worden toegelaten tijdens de ruwbouwfase. Volgens het verslag aan de Vlaamse Regering bij het besluit wordt nu ook de afwerkingsfase inbegrepen. De uitzondering is wel slechts enkel van toepassing tijdens de werken. Zo wordt vermeden dat publiciteit wordt gemaakt op werfafsluitingen op percelen waar de werken lange tijd stilliggen.

Belangrijk is dat het besluit voorziet in een aantal uitzonderingen wat betreft de hoofdstukken 4 en 5. De hoofdstukken 4 en 5 zijn niet van toepassing op:

Publiciteitsinrichtingen aangebracht op nutsvoorzieningen (bv. stedelijke informatieborden, stratenplanborden, bushokjes) die behoren tot het openbaar domein en die geplaatst zijn in opdracht van een overheid, op voorwaarde dat de reclame maximaal de helft van de oppervlakte of tijd inneemt;

Publiciteitsinrichtingen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire bepalingen (bv. aankondiging van een openbaar onderzoek);

Publiciteitsinrichtingen die alleen informatie van de overheid bevatten of die deel uitmaken van sensibiliseringscampagnes van de overheid (bv. BOB-campagne, uurregeling openbaar vervoer);

Door de overheid beschikbaar gestelde dragers met het oog op socioculturele en politieke affichage;

Verkiezingspubliciteit voor een verkiezing van het Europees, Federaal of Vlaams Parlement, of voor provincie-, gemeente- of districtsraadsverkiezingen;

Publiciteitsinrichtingen, aangebracht op een onroerend goed, waarmee wordt bekendgemaakt dat het goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan vier vierkante meter en dat de publiciteitsinrichting uiterlijk veertien dagen na de verhuring of verkoping wordt verwijderd;

Niet-verlichte publiciteitsinrichtingen, waarmee het publiek geïnformeerd wordt over socioculturele activiteiten in de gemeente waar de activiteit plaatsvindt, en zijn aangrenzende gemeenten, maximaal 60 dagen voor het begin van de activiteit tot maximaal 30 dagen na afloop van de activiteit (bv. aankondigingen van eetfestijnen van lokale verenigingen).

Besluit

Het openbaar onderzoek aangaande het besluit werd afgerond op 29 juni 2017. Thans is het nog wachten op de definitieve versie en vaststelling van het besluit. Het ontwerp van besluit, zoals deze nu voorligt, kan nog worden aangepast op basis van de adviezen van de SARO en de Mobiliteitsraad en de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en opmerkingen. In de adviezen werd alvast de nadruk gelegd op het voeren van onderzoek naar de impact van het besluit op de innovatieve reclamemiddelen, zoals de (bewegende) beelden op LED-schermen of neonlichten en het gebruik van speciale effecten. Interactieve en digitale informatiedragers vervullen immers een belangrijke rol in de opkomst van de “smart city”. Er moet op worden toegekeken dat deze innovatie niet wordt onderdrukt.

Niet zelden hebben ook lokale besturen baat bij publiciteitsinrichtingen in hun gemeenten. Zo wordt dikwijls gebruik gemaakt van (digitale) reclamepanelen om bepaalde boodschappen van algemeen nut te verspreiden of om bepaalde aankondigingen, bijvoorbeeld voor culturele activiteiten, te doen. Daarnaast worden stedelijke infrastructuur en straatmeubilair, zoals tram- en bushokjes, dewelke voorzien worden van reclame, vaak gefinancierd en onderhouden door de reclamesector. Tenslotte halen lokale besturen ook inkomsten uit publiciteitsvoorzieningen op hun grondgebied onder de vorm van taksen en vergoedingen, zodat de verordening mogelijks ook een financiële impact teweegbrengt op steden en gemeenten.

De verordening zoals deze thans voorligt, lijkt op sommige punten streng te zijn, voornamelijk wat betreft de meer technische en innovatieve reclametechnieken. Het is dan ook aangewezen om de evolutie in dit wetgevend initiatief nauwkeurig op te volgen.

Auteur: Jan Van Hauwaert

Meer info?
Contacteer Tom Swerts

Advocaat-Vennoot
t 015/40 49 40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be

Contacteer Jan Van Hauwaert
Advocaat
t 015/40 49 40 of  jan.vanhauwaert@gdena-advocaten.be