Minister bevestigt: doorfacturatie personeelskosten niet noodzakelijk.

Minister bevestigt: doorfacturatie personeelskosten niet noodzakelijk.

11 oktober 2017

De administratieve Beslissing Btw nr. E.T.129.288 dd. 19.01.2016 heeft de belangrijke verdienste dat de steden en gemeenten en hun autonome gemeentebedrijven de krijtlijnen kennen, waarbinnen zij zonder discussies met de fiscus actief kunnen zijn in de sectoren sport en cultuur. De lokale besturen juichen deze duidelijkheid toe. De Beslissing Btw nr. E.T.129.288 dd. 19.01.2016 spreekt zich evenwel niet uitdrukkelijk uit over de behandeling van de personeelskost van personeelsleden die door de gemeente gratis worden ter beschikking gesteld aan het autonoom gemeentebedrijf. De minister heeft nu ter zake een voor de lokale besturen gunstig standpunt ingenomen.

De Beslissing Btw nr. E.T.129.288 dd. 19.01.2016 bepaalt dat, om uit te maken of een autonoom gemeentebedrijf al dan niet moet aangemerkt worden als een instelling zonder winstoogmerk, men voor het bepalen van de winst rekening moet houden met het boekhoudkundig resultaat (met inbegrip van afschrijvingen, aanleggen van provisies ...), waarbij men niet louter mag vergelijken tussen het boek voor inkomende facturen enerzijds en het boek voor uitgaande facturen/dagboek voor ontvangsten anderzijds.

Aan de minister van Financiën werd door kamerlid Dierick gevraagd of uit deze Beslissing Btw nr. E.T.129.288 dd. 19.01.2016 moet worden afgeleid dat de personeelskosten van gemeentelijke personeelsleden die voor het AGB actief zijn, maar waarvan de gemeente de personeelskosten niet aan het AGB doorrekent, niet fictief bij de kosten van het AGB moeten worden gevoegd om te beoordelen of het AGB al dan niet winst realiseert.

De minister van Financiën bevestigt dat, indien personeel door de gemeente gratis ter beschikking wordt gesteld, de waarde hiervan niet in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat. Het fictief bijrekenen van personeelskosten die er niet zijn, zou volgens de minister vereisen dat ook voor andere kosten en investeringen moet worden nagegaan of ze tegen de "juiste" waarde in de resultatenrekening zijn opgenomen. Dit zou in de praktijk ongewenste problemen creëren, waardoor de doelstelling van de beslissing van de btw-administratie, met name rechtszekerheid en duidelijkheid scheppen zonder al te veel administratieve rompslomp, volledig zou worden uitgehold. Gemeenten, die in het verleden wel personeelskosten doorrekenden maar dit vanaf 2016 niet meer wensen te doen, kunnen dezelfde interpretatie toepassen.

GD&A Advocaten is uiteraard graag bereid om de impact van dit ministeriële standpunt in concrete situaties verder toe te lichten.

Auteurs: Steven Michiels, Nathalie Wouters en Andrej Kurliuk

Meer info?
Contacteer Steven Michiels

Advocaat-Vennoot
t 015/40 49 40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be