Decreet Lokaal Bestuur definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering: In dezelfde rivier stappen wij en stappen wij niet.

Decreet Lokaal Bestuur definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering: In dezelfde rivier stappen wij en stappen wij niet.

30 oktober 2017

Zoals in onze nieuwsbrief van 16 oktober 2017 werd aangekondigd adviseerde de Raad van State ondertussen over het ontwerp Decreet Lokaal Bestuur. De Vlaamse Regering laat er geen gras over groeien en keurt de aangepaste ontwerpteksten op 27 oktober 2017 opnieuw goed. Parlementaire behandeling zal nu niet lang meer op zich laten wachten.

Bij de advisering door de Raad van State dd. 9 oktober 2017 (61.794/3) werden er een aantal fundamentele legistieke problemen gesignaleerd rond de eerder door de Vlaamse Regering goedgekeurde teksten.

Volgende kritieken sprongen in het oog:

De Gemeenteraad beslist mee over de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties die in het meerjarenplan van het OCMW worden weergegeven, evenals over de financiële vertaling van die beleidsopties. De Gemeenteraad kreeg bij onenigheid het laatste woord. Hetzelfde geldt voor de aanpassingen van het meerjarenplan dat de kredieten voor het volgende boekjaar - en derhalve het budget van het OCMW bevat. Hierdoor werd de beleidsruimte van het OCMW uitgehold.

De financiering van het OCMW zou volledig afhangen van het door de gemeente gevoerde beleid. De dotatie aan het Vlaams Gemeentefonds werd enkel nog verdeeld over gemeenten en niet over de OCMW's van het Vlaams Gewest. Er werden met andere woorden geen financiële middelen meer toegekend aan  OCMW's voor hun werking  in het algemeen. Ook de bepaling dat bij tekorten in hoofde van  het OCMW het verschil werd bijgepast door de gemeente sneuvelde. De Raad van State gaf aan dat de voorziene regeling ertoe strekte dat middelen door gemeenten konden aangewend worden voor het voeren van een sociaal beleid waarvoor niet zij, maar enkel de OCMW's ,bevoegd waren.

De Raad wees er op dat de bepalingen die de bevoegdheid van de Raad van State en de procedure voor dat rechtscollege regelden , waarbij bijvoorbeeld in het ontwerpdecreet wordt voorzien in de stuiting van de termijn om beroep in te dienen bij de Raad van State ten voordele van diegene die een klacht indient bij de toezichthoudende overheid, een aan de federale wetgever voorbehouden aangelegenheid was.

De gemeenschappen werden niet bevoegd gevonden om te bepalen aan welk sociaal zekerheidsstelsel de personeelsleden van een welzijnsvereniging onderworpen werden.

De afschaffing van de mogelijkheid van burgers om namens de gemeente op te treden als het college van burgemeester en schepenen nalaat op te treden werd door de Raad van  State ter discussie gesteld.

De bepaling waarbij een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet werd benoemd, niet meer tijdens dezelfde bestuursperiode kon worden voorgedragen moest volgends de Raad worden heroverwogen.

Waar de teksten voorzagen dat gemeenten met een inwonersaantal dat gelijk of hoger is dan 200.000 gemotiveerd konden afwijken van de minimale voorwaarden die de Vlaamse Regering had vastgesteld voor aspecten van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel werd verwezen naar een eerder advies van de Raad waarbij werd geoordeeld dat die regeling niet bestaanbaar was met het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie nu deze afwijkingsmogelijkheid niet begrensd werden door inhoudelijke criteria.

De Vlaamse Regering past het eerder ontwerp  nu met enkele gerichte en door spoed bevleugelde pennetrekken aan. Vooral voor wat de beleidsrapportering en de financiering van OCMW's betreft heeft dit een grondige wijziging van de initiële uitgangspunten tot gevolg. Wij beperken ons navolgend tot de hoofdlijnen.

Zo wordt nu voorzien dat een geïntegreerd beleidsrapport wordt voorgelegd aan beide raden, waarbij elk zijn deel ervan vaststelt. Bedoeling is dat elke raad daarbij het beleid bepaalt van de eigen rechtspersoon.

Nadat beide raden elk voor hun deel het beleidsrapport hebben vastgesteld keurt de gemeenteraad het rapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het geïntegreerd beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld en kan het uitwerking krijgen. In het, volgens de Vlaamse Regering, uitzonderlijke geval dat de gemeenteraad één en ander niet goedkeurt, bijvoorbeeld wanneer de raad voor maatschappelijk welzijn keuzes maakt die niet haalbaar zijn voor het gemeentebestuur, moet de hele procedure van vaststelling van het beleidsrapport opnieuw worden opgestart.

Om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad van State over de financiering van het OCMW wordt het terug mogelijk gemaakt dat het OCMW een rechtstreeks aandeel krijgt in de verdeling van de middelen van het gemeentefonds. Anderzijds wordt een gemeentelijke vrijwaringsplicht ingeschreven. De gemeente moet de naleving van de financiële verplichtingen van het OCMW waarborgen, waardoor de goede werking van het OCMW mee verzekerd wordt.

Het wordt nu afwachten hoe het Grondwettelijk Hof omgaat met de globale federale bevoegdheidsthematiek als het Hof door een partij zou worden gevat na desgevallende goedkeuring van dit Decreet in het Vlaams Parlement.

Wat betreft de niet-benoeming van een voorgedragen burgemeester wordt op basis van het advies van de Raad van State teruggegrepen naar de formulering van het Gemeentedecreet.

De afschaffing van de mogelijkheid van burgers om namens de gemeente op te treden als het college van burgemeester en schepenen nalaat op te treden werd, ondanks het advies van de Raad van  State, ongemotiveerd behouden.
   
GD&A Advocaten hoopt samen met de lokale besturen op een, desnoods kort, grondig debat in het Vlaams Parlement zodanig dat de teksten juridisch verfijnd kunnen worden. Eerder werden dienaangaande door diverse beroepsfederaties en de VVSG aanbevelingen geformuleerd en aanpassingen gesuggereerd die nog niet werden doorvertaald in de teksten.  Zoals eerder gezegd is met rechtszekerheid en werkbaarheid iedereen gebaat nu de betrokken wijzigende regeling moet voorzien in een passend kader waarmee besturen enkele legislaturen verder kunnen. De uitdagingen voor lokale besturen, die zichzelf gaan moeten heruitvinden, zijn immers niet te onderschatten.  

Op al wat in de rivier gaat stroomt immer nieuw water toe. Panta Rhei!

GD&A volgt de ontwikkelingen rond het Decreet Lokaal Bestuur voor U verder op de voet.

Auteurs: Cies Gysen en Jonas De Wit

Meer info?
Contacteer Cies Gysen
 
Advocaat - Vennoot 
t 015/40 49 40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be

Contacteer Steven Michiels
Advocaat - Vennoot 
t 015/40 49 40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be

Contacteer Jonas De Wit
Advocaat - Departementshoofd Global
t 015/40 49 40 of jonas.dewit@gdena-advocaten.be