29 november 2017: De Codextrein wordt goedgekeurd in het Vlaams Parlement: “Dames en heren, onze trein nadert zijn eindbestemming”.

29 november 2017: De Codextrein wordt goedgekeurd in het Vlaams Parlement: “Dames en heren, onze trein nadert zijn eindbestemming”.

30 november 2017

De codextrein dendert richting eindstation. Op 14 november 2017 keurde de commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn, de laatste amendementen van het 'Ontwerp Decreet houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving', beter bekend als de 'Codextrein', goed. De langverwachte eindstemming in het Vlaams parlement gebeurde op woensdag 29 november. Voorafgaand aan de stemming vond er nog een debat plaats. Vooral de regeling dat burgers nu eerst een gegrond bezwaar moeten indienen tijdens het openbaar onderzoek, willen zij nadien nog een administratief dan wel een jurisdictioneel beroep kunnen indienen, dan wel naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen stappen, blijft de gemoederen beroeren. Verder zal de Codextrein een groot aantal wijzigingen inhouden van verschillende bepalingen in de VCRO en de regelgeving omtrent de omgevingsvergunning.
Jawel, nog voor de omgevingsvergunning in alle gemeenten in werking is getreden, staan er al een heel aantal veranderingen op til. Zoals het de meeste treinreizen in Vlaanderen betaamt, kreeg ook de Codextrein af te rekenen met wat technische problemen en extra vertragingen. GD&A Advocaten volgde deze treinreis op de voet en analyseerde voor u de belangrijkste nieuwigheden.

“Beste reizigers, de Codextrein heeft een onvoorziene vertraging opgelopen. Wij excuseren ons voor het ongemak”.

In onze eerdere nieuwsbrief van 12 mei 2017 maakten we reeds voor de eerste maal een analyse op van de Codextrein. Op dat moment had de Vlaamse regering immers net haar goedkeuring over het ontwerp van het “Decreet houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving” gegeven. De volgende halte waar de Codextrein stopte was het Vlaams parlement. Binnen de Commissie Ruimtelijke Ordening en Milieu zou er over het ontwerp van de Codextrein gedebatteerd worden. Met de indiening van in totaal net geen 100 amendementen op het ontwerpdecreet, werd het al snel duidelijk dat de Codextrein vertraging zou oplopen en veel later dan voorzien zijn eindbestemming naderen ...

Rekening houdende met de vele extra wagonnetjes-amendementen die aan de Codextrein werden vastgehaakt, besliste het Vlaams parlement bovendien om de Codextrein opnieuw richting afdeling Wetgeving van de Raad van State en de Strategische Adviesraad te sturen voor een nieuw advies. Per vergissing spoorde de Codextrein echter eerst onnodig naar het Rekenhof, om nadien met extra vertraging, we waren ondertussen al 20 oktober, dan toch aan te komen bij de Raad van State.

De langverwachte eindstemming gebeurde op woensdag 29 november en de Codextrein werd aangenomen in het Parlement, inclusief de verstrengde regels omtrent de inspraak van de burgers tijdens vergunningsprocedures.  

Hierna worden de belangrijkste wijzigingen opgesomd welke op 29 november 2017 werden goedgekeurd:

Vaarwel gemeentelijk ruimtelijke structuurplan. Welkom gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan!

De ruimtelijke structuurplannen, opgemaakt door gemeenten, zullen verdwijnen. Voortaan zullen er gemeentelijke ruimtelijke beleidsplannen gemaakt worden.

Niet alleen de naam verandert, maar ook de inhoud. Een ruimtelijk beleidsplan is opgebouwd uit een strategische visie en een set van beleidskaders. De strategische visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van de belangrijkste beleidsopties op lange termijn. Beleidskaders zijn operationeel van aard en hebben een kortere looptijd. Daarnaast zal voor de opmaak van deze plannen samengewerkt moeten worden tussen de verschillende bestuursniveaus. Vlaanderen hoopt hiermee een meer dynamische vorm van ruimtelijke planning te verwezenlijken, dewelke het toelaat om vlotter te kunnen ingrijpen en inspelen op onverwachte gebeurtenissen en wijzigingen.

Vereenvoudigde procedure tot wijziging van verouderde inrichtingsvoorschriften van BPA's, APA's en gemeentelijke RUP's.

Net zoals de Vlaamse Regering, is ook het Parlement ervan overtuigd dat al te verouderde of te gedetailleerde voorschriften van BPA's en APA's of sommige voorschriften uit gemeentelijke RUP's meer kwaad dan goed doen op het terrein ...

De Codextrein voorziet in een versoepelde wijzigingsprocedure voor voorschriften van BPA's en APA's van 15 jaar of ouder en sommige voorschriften van gemeentelijke RUP's.

Verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar zijn in sommige gevallen niet langer verbindend.

Wie vandaag een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag indient, moet deze in overeenstemming brengen met de geldende verkavelingsvoorschriften. De niet-overeenstemming kan immers leiden tot de weigering van de vergunning overeenkomstig artikel 4.3.1 VCRO. De Codextrein wijzigt ook deze regeling.

Het voorstel voorziet dat in principe enkel nog de verkavelingsvoorschriften die recenter zijn dan 15 jaar als weigeringsgrond kunnen dienen bij vergunningsaanvragen. Het ontwerpdecreet voorziet echter in heel wat uitzonderingen, want verkavelingsvoorschriften die de leeftijd van 15 jaar bereiken “verdwijnen” niet uit het rechtsverkeer.

Elk verkavelingsvoorschrift, hoe oud deze ook mag zijn, blijft bestaan en wie zich eraan houdt zal ook nog steeds van de procedurele voordelen genieten die dit met zich meebrengt. Daarnaast blijven de verkavelingsvoorschriften met betrekking tot de openbare wegenis of het openbaar groen altijd een weigeringsgrond, ongeacht hun leeftijd. Tot slot kunnen ook eigenaars van loten in zonevreemde, oude verkavelingen nog steeds genieten van de rechtszekerheid die een oude, niet vervallen verkaveling met zich meebrengt.

Beperkingen van de toegang tot de beroepsprocedure tegen vergunningsbeslissingen: Zowel de Commissie als het Parlement blijven volharden in hun standpunt!

Iedere belanghebbende derde kan momenteel tegen een vergunningsbeslissing een bestuurlijk beroep instellen bij de bevoegde overheid of een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De vraag of deze persoon bezwaar heeft ingediend tijdens het voorafgaande openbaar onderzoek is hierbij van weinig belang.

De Codextrein bepaalt nu echter definitief dat 'het indienen van een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek een ontvankelijkheidsvereiste zal uitmaken voor een later bestuurlijk dan wel wettigheidsberoep tegen de uiteindelijke vergunningsbeslissing. Met andere woorden, een derde die nalaat een bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek, zal nadien ook geen beroep meer kunnen instellen bij de bevoegde overheid, noch bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De Codextrein geeft echter ook meteen aan dat hierop 'uitzonderingen' zullen worden toegestaan. Zo kan er op basis van het voorstel nog steeds een administratief beroep ingediend worden wanneer de aanvraag gewijzigd is na het openbaar onderzoek of wanneer de opgelegde voorwaarden in de uiteindelijke vergunning een dergelijke impact hebben op de omwonenden, dat deze alsnog beroep willen instellen. Daarnaast voorziet het ontwerpdecreet ook uitzonderingen op bovenstaande regelingen indien een omwonende een maand op vakantie was in het buitenland, in het ziekenhuis lag, in de gevangenis zat of wanneer de betrokken persoon het aanpalende pand gekocht of gehuurd heeft na het openbaar onderzoek, maar voor het nemen van de definitieve beslissing door de bevoegde overheid.

De Afdeling Wetgeving van de Raad van State uitte in haar beide adviezen, zij het in haar tweede advies nog krachtiger, felle kritiek op deze wijziging. De Raad is immers van oordeel dat deze omvorming van het inspraakrecht (overeenkomstig de tweede pijler van het Verdrag van Aarhus) naar een inspraakplicht om een recht op toegang tot de rechter te behouwen (overeenkomstig de derde pijler van het Verdrag van Aarhus) een tekortkoming vormt aan de verplichtingen van België als verdragsstaat - voortvloeiend uit artikel 9, lid 2 van het Verdrag.

Evenwel blijft de Commissie ook na het tweede advies van de Raad van State bij haar besluit. Het gaat hier, aldus de Commissie, niet om een verstrenging van de regels met betrekking tot de toegang tot de rechter, maar om een verduidelijking.

Voorafgaand aan de hoofdelijke stemming in het Parlement werd er nogmaals vurig gedebatteerd over dit onderdeel van de Codextrein en werden de argumenten, zowel pro als contra, nogmaals duidelijk uiteengezet. De bevoegde minister beëindigde het debat door nogmaals te benadrukken dat deze regel niet de bedoeling heeft om de burgers monddood te maken, maar als doel heeft om aan de vergunningverlenende overheid reeds van bij de start duidelijk te maken waar de mogelijke knelpunten van een bepaald project liggen en die eventueel nog bij te sturen.

Deze discussie wordt duidelijk vervolgd ...

En nog meer wijzigingen ...

Naast bovenstaande wijzigingen, sommen wij voor u hieronder nog een aantal kleinere veranderingen op die de inwerkingtreding van de Codextrein met zich mee zal brengen:

Het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 cm zal beschouwd worden als een aanpassingswerk binnen het bestaande bouwvolume;

Verduidelijking én verruiming van de mogelijkheden voor landbouwbedrijfsgebouwen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, evenals de uitwerking van mogelijkheden om hobbydieren in agrarisch gebied te kunnen stallen;

Er worden extra mogelijkheden voorzien om in bepaalde ontginningsgebieden, naast de ontginning van primaire grondstoffen ook effectief over te gaan tot de mechanische bewerking van de ontgonnen delfstoffen. De tijdelijke infrastructuur voor ontginning en mechanische behandeling is daarmee toegelaten. 

...

De achtergebleven wagonnetjes: De sanctionering in het geval van niet-naleving van de beslissingstermijn voor de bevoegde overheid en de integratie van de socio-economische vergunning in de omgevingsvergunning.

De Codextrein voorzag aanvankelijk in de verplichting voor de betrokken vergunningverlenende overheid om een effectieve beslissing omtrent de aanvraag van een omgevingsvergunning te nemen binnen de daarvoor voorziene decretale termijn. Vandaag staat het uitblijven van een beslissing gelijk aan een 'stilzwijgende weigering van de vergunning'. De Vlaamse regering was echter van oordeel dat enkel de burger hiermee het slachtoffer wordt van het stilzitten van de overheid en zette in op een sanctioneringsmechanisme. Er werd voorzien in financiële sancties voor overheden die niet tijdig een beslissing hebben genomen over een vergunningsaanvraag door het opleggen van een geldboete of een dwangsom. Op deze manier hoopte de Vlaamse regering het aantal stilzwijgende weigeringen terug te dringen.

De Commissie heeft dit sanctiemechanisme echter geschrapt uit het decreet.

Tot slot werd er op het allerlaatste moment nog beslist om de integratie van de vergunning voor kleinhandelsactiviteiten (de 'socio-economische vergunning') in de omgevingsvergunning uit te stellen naar een later tijdstip. De Vlaamse Regering kan tegen 1 januari 2018, de datum van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning, immers niet meer het vereiste uitvoeringsbesluit opmaken om deze integratie te voltooien.

Er is nu beslist dat de integratie van de socio-economische vergunning in de omgevingsvergunning parallel zal lopen met de integratie van de vergunning voor vegetatiewijzingen.

Eindstop in zicht?

De Codextrein overleefde zijn eindstemming in het Vlaams Parlement.

De trein spoort nu verder richting Vlaamse regering voor de bekrachtiging en afkondiging van het ontwerp van decreet, om dan eindelijk aan te komen in zijn eindstation: De publicatie in het Belgisch Staatsblad en de uiteindelijke inwerkingtreding.

GD&A advocaten reist uiteraard mee en houdt u op de hoogte!

Auteur: Lara Hendrix

Meer info?
Contacteer Tom Swerts

Advocaat-Vennoot
t 015/40 49 40 of tom.swerts@gdena-advocaten.be