De BTW op schoolgebouwen: enkele verduidelijkingen en een stimulans voor het openstellen van school(sport)infrastructuur.

De BTW op schoolgebouwen: enkele verduidelijkingen en een stimulans voor het openstellen van school(sport)infrastructuur.

31 januari 2018

Bij circulaire 2018/C/6 van 18 januari 2018 wordt het toepassingsgebied van rubriek XL ('Gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding') van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake de btw-tarieven nader toegelicht. Deze rubriek werd reeds eerder besproken in de btw-beslissingen nrs. E.T.129.073 en E.T.129.882 van 27 januari 2016 respectievelijk 9 mei 2016, die door de huidige circulaire worden vervangen. In deze nieuwsbrief wordt voornamelijk ingegaan op de nieuwe toelichtingen.

De algemene principes

Middels artikel 1 van het KB van 14 december 2015 werd een nieuwe rubriek “XL. Schoolgebouwen” ingevoegd in tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 inzake de btw-tarieven. Deze bepaling voerde derhalve een verlaagd btw-tarief van 6% in voor de aankoop, bouw of leasing van schoolgebouwen.

Middels artikel 1 van het KB van 3 augustus 2016 werd het toepassingsgebied van de rubriek XL uitgebreid tot de gebouwen bestemd voor de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding. Artikel 2 van voornoemd KB voorziet dat deze uitbreiding van het toepassingsgebied eveneens in werking treedt op 1 januari 2016.

Reeds met ingang van 1 januari 2016 geldt aldus een verlaagd btw-tarief van 6% voor:

de leveringen van schoolgebouwen, bestemd voor het school- of universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, §2, 4° a) WBTW is vrijgesteld, alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, §3, 1° WBTW zijn vrijgesteld;

de leveringen van gebouwen bestemd voor de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding, die op grond van artikel 44, § 2, 2°, tweede lid, zesde streepje, van het Btw-Wetboek zijn vrijgesteld alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, §2, 2de lid WBTW, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen bedoeld in rubriek XXXI, §3, 3° tot 6°, verricht aan schoolgebouwen;

de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, §3, 2°, b) WBTW die betrekking heeft op de schoolgebouwen.

Centra voor leerlingenbegeleiding

Onder centra voor leerlingenbegeleiding wordt verstaan de centra die leerlingen helpen met het leren en studeren, schoolloopbaanbegeleiding, psychische en sociale problemen en preventieve gezondheidszorg. Ouders, kinderen, leraren en directies kunnen er gratis terecht bij een team van artsen, verpleegkundigen, psychologen, pedagogen en maatschappelijk werkers.

De wijziging van rubriek XL met terugwerkende kracht heeft tot gevolg dat voor de levering, de werken in onroerende staat en de onroerende financieringshuur met betrekking tot deze gebouwen bestemd voor de centra voor leerlingenbegeleiding en de psycho-medische-sociale centra mogelijks een te hoog btw-tarief werd toegepast.

De circulaire 2018/C/6 benadrukt expliciet dat de leverancier of dienstverrichter het recht heeft om teruggaaf te bekomen van de teveel geheven belasting, conform artikel 77, §1, 1° WBTW, in de mate dat de voorwaarden van KB nr. 4 voldaan zijn. Hierbij dient de verjaringstermijn bepaald in artikel 82bis WBTW in acht te worden genomen: de vordering tot teruggaaf verjaart na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan.

Gebouwen met een gemengd gebruik

Reeds eerder werd verduidelijkt dat wanneer een gebouw of een gedeelte van een gebouw voor meerdere doeleinden wordt gebruikt, dit gebouw of gedeelte van een gebouw ook in aanmerking komt voor het verlaagd tarief wanneer het hoofdzakelijk gebruikt wordt voor respectievelijk het verstrekken van vrijgesteld onderwijs of van vrijgestelde leerlingenbegeleiding.

Daarbij werd wel opgemerkt dat de infrastructuur die door onderwijsinstellingen of een CLB wordt gebruikt maar beheerd wordt door een derde niet in aanmerking komt.

Middels de circulaire 2018/C/6 wordt hieromtrent toch enige nuancering aangebracht. De circulaire verduidelijkt immers dat deze infrastructuur daarentegen wel wordt beoogd door rubriek XL wanneer de onderwijsinstelling de infrastructuur huurt en exclusief gebruikt tijdens de normale schooluren, doch waarbij de infrastructuur buiten de normale schooluren door de onderwijsinstelling of de eigenaar aan derden (bv. sportverenigingen) ter beschikking wordt gesteld.

Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan een sporthal, opgericht door een lokaal bestuur, die wordt verhuurd aan een onderwijsinstelling die deze exclusief gebruikt tijdens de normale schooluren, doch waarbij het lokaal bestuur deze sporthal buiten de normale schooluren kan ter beschikking stellen aan derden / sportverenigingen.

Ook een gebouw dat tijdens de normale schooluren exclusief wordt gebruikt door de onderwijsinstelling, doch buiten de normale schooluren wordt ter beschikking gesteld voor de BKO wordt beoogd door rubriek XL.

Het valt toe te juichen dat de Administratie hiermee het openstellen van schoolgebouwen voor andere activiteiten stimuleert.

Werken in onroerende staat

De circulaire 2018/C/6 verstrekt eveneens nadere toelichting over het begrip werk in onroerende staat, zoals bedoeld in rubriek XL, 3° van tabel A van het KB nr. 20. Werk in onroerende staat houdt in:

Alle werkzaamheden die bestaan in het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele van een uit zijn aard onroerend goed, alsmede elke handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt. Te denken valt aan de dakbedekking, trappen, deuren, vensterramen van een gebouw of de inwerking van goederen in de muur, de vloer of het plafond. Ook het werk in onroerende staat met betrekking tot terreinen die deel uitmaken van de bedoelde gebouwen, geeft aanleiding tot het btw-tarief van 6%.

Het verlaagde tarief van 6% wordt hoofdzakelijk bepaald door het criterium onroerend uit zijn aard, eigen aan het burgerlijk recht. De levering van een roerend goed dat echter niet wordt ingelijfd in een gebouw maar dat op eenvoudige wijze wordt vastgemaakt (aangehecht) aan een gebouw (vb. bevestigd met schroeven of bouten aan de muur/plafond/vloer, toestellen die louter worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, ...) blijft in beginsel roerend of wordt ten hoogste onroerend door bestemming.

Deze handelingen kunnen niettemin toch worden behandeld als met onroerende handelingen gelijkgestelde handelingen, indien ze uitdrukkelijk zijn opgesomd in §3, rubriek XXXI. Deze lijst is limitatief.

Vallen bijvoorbeeld buiten het verlaagde tarief van 6%, de diensten verstrekt door de architecten, bouwingenieurs of veiligheidscoördinatoren, alsook de levering met plaatsing van meubilair (bv. kaptafels, leraarstafels, vergadertafels ...) waarbij de bekabeling uit de vloer of muur in het meubel wordt bevestigd zodoende het een vaste plaats krijgt in het lokaal.

GD&A Advocaten volgt, als partner van de lokale besturen, deze materie op de voet. Indien u vragen heeft, aarzel dan niet om ons te contacteren.

Auteurs: Steven Michiels en Nathalie Wouters

Meer info?
Contacteer Steven Michiels

Advocaat-vennoot
t 015/40 49 40 of steven.michiels@gdena-advocaten.be