Over het Decreet Lokaal Bestuur en Friedrich Nietzsche: “In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten?” Van uitvoeringsbesluiten en de eerste wijzigingstrein.

Over het Decreet Lokaal Bestuur en Friedrich Nietzsche: “In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten?” Van uitvoeringsbesluiten en de eerste wijzigingstrein.  

24 mei 2018

Sinds de publicatie van het Decreet Lokaal Bestuur (B.S. 15/02/2018), dat grotendeels pas op 1 januari 2019 in werking zal treden, heeft de Vlaamse regering al verschillende uitvoeringsbesluiten genomen. Daarnaast werd ook reeds het eerste voorstel tot wijziging van het decreet goedgekeurd en een tweede voorstel tot wijziging van het DLB ingediend in het Vlaams Parlement.

- Allereerst werd het omvangrijke Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen genomen.

De nota aan de Vlaamse regering stelt daarbij dat “de belangrijkste aanpassingen betrekking [hebben] op de inhoud en de presentatie van de beleidsrapporten (meerjarenplan, aanpassing van het meerjarenplan en jaarrekening), het scheppen van een aantal bijkomende vrijheidsgraden voor de lokale besturen, het niveau van de (machtigende) kredieten en het opnemen van aanvullende indicatoren over het financieel evenwicht.”

Concreet bepaalt het besluit onder meer de integratie van het budget in het meerjarenplan en het opnemen van het financieel evenwicht op geconsolideerd niveau in de beleidsrapporten.

- Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones voegt een aantal stukken toe aan de lijst met besluiten welke door de burgemeester of de voorzitter van het vast bureau dienen bekendgemaakt te worden via de website van de gemeente.

Het betreft onder meer de agenda en de notulen van de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en de districtsraad, maar ook bijvoorbeeld de rechtspositieregeling van het personeel, de deontologische codes, de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen en diverse documenten betreffende de extern verzelfstandigde agentschappen.

Het besluit bepaalt daarbij ook de duurtijd waarbinnen de documenten - inclusief stukken van de politieraad - beschikbaar moeten blijven, en legt de precieze datering van bepaalde stukken vast.

- Van dezelfde datum is het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de wijze van communicatie tussen het lokaal bestuur, de indiener van de klacht en de toezichthoudende overheid in het kader van het bestuurlijk toezicht op het lokaal bestuur.

Het DLB bepaalt dat de toezichthoudende overheid zal bestaan uit de Vlaamse Regering of, namens de Vlaamse Regering, de provinciegouverneur. Bij de uitoefening van het toezicht zullen de bestaande werkafspraken behouden blijven, waardoor de gouverneur in principe de klacht behandelt, dit tenzij de minister ervoor opteert dit te doen. Bepaalde klachten (klachten waarin een beleidsstandpunt of een nieuw principieel standpunt vereist is, klachten tegen besluiten die de bestuurlijke organisatie van een lokaal bestuur vormgeven of klachten tegen beslissingen van de provincie) worden echter steeds door de minister behandeld.

De communicatie tussen de toezichthoudende overheid, het lokaal bestuur en de klager zal steeds gebeuren via een 'beveiligde zending'. Het besluit bepaalt de verschillende types van 'beveiligde zending' (digitaal loket en digitaal formulier op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur, andere digitale systemen, de aangetekende zending en de afgifte tegen ontvangstbewijs) en wanneer deze dienen gebruikt te worden.

- Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2018 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 603 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat artikel 603 van het DLB in werking zal treden op de dag na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad.

Het bewuste artikel creëert de mogelijkheid voor gemeenten om nog gedurende de lopende gemeentelijke bestuursperiode een keuze van distributienetbeheerder te maken voor een termijn van 18 jaar, en voor de Vlaamse Regering om onder bepaalde voorwaarden in te stemmen met een verzoek van de algemene vergadering van een distributienetbeheerder om in de loop van het jaar 2018 de einddatum van de statutaire duur van de betrokken vereniging te verschuiven naar 1 april 2019.

- Tot slot is er het Besluit van de Vlaamse Regering van 18 mei 2018 betreffende de organisatie van een gemeentelijke volksraadpleging en een volksraadpleging in het district, en betreffende de samenstelling en de werking van de Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen, dat een aantal praktische zaken omtrent onder meer de deelnemerslijsten, de stembureaus en telbureaus, de oproeping en het verloop van de stemming regelt.

Tevens worden een aantal bepalingen van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 omtrent het verloop van de stemming van toepassing verklaard op de volksraadpleging. Inzake de Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen, zoals beschreven in artikel 308 DLB, wordt onder meer het aantal leden (vijf) en de wijze van beraadslaging bepaald.


Interessant is dat, ondanks het feit dat het DLB grotendeels nog in werking moet treden, er toch reeds een (bescheiden) wijzigingsdecreet goedgekeurd werd. Meer bepaald werd aan artikel 41, tweede lid, 14° DLB, dat stelt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan niet aan het college van burgemeester en schepenen kan toevertrouwd worden, toegevoegd dat dit eveneens het bepalen van verminderingen en vrijstellingen inhoudt.

Bovendien werd op 14 mei 2018 door een aantal Vlaams parlementsleden uit de meerderheid nog een voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de decreten van 4 mei 2018 over het samenvoegen van welbepaalde gemeenten, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 en van het Provinciedecreet van 9 december 2005 ingediend. Het voorstel bevat een aantal zeer uiteenlopende punten tot wijziging van onder meer het DLB. Een overzicht:

- Een lokaal mandataris die werd afgezet, kan pas na twee jaar opnieuw worden aangesteld als burgemeester, schepen, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 156 DLB). Dit dient ook te gelden voor het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad.

- De rechtsgrond voor de Vlaamse Regering om het presentiegeld en de vergoedingen in de bestuurlijke werking van het autonoom gemeentebedrijf te begrenzen werd onbedoeld geschrapt en dient hersteld te worden (art. 238 DLB).

- Bij samenvoeging van twee of meerdere gemeenten legt artikel 343, 9° DLB de samenvoegingsdatum vast op 1 januari van het jaar dat volgt op de eerste verkiezing van de nieuwe gemeenteraad. Dit kan echter problemen opleveren indien bezwaar wordt ingediend tegen de verkiezing van de nieuwe gemeenteraad bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.

In afwachting van een definitieve uitspraak, moeten de bestuursorganen van de afzonderlijke gemeenten immers hun bevoegdheden blijven uitoefenen tot de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd wordt. De datum van samenvoeging en de daaraan verbonden rechtsgevolgen dienen in dat geval uitgesteld te worden tot de verkiezingsuitslag definitief is en er dus geen rechtsmiddelen meer openstaan tegen het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State.

Er wordt ook voorgesteld om de inwerkingtreding van het DLB uit te stellen indien er bezwaar tegen de verkiezingsuitslag wordt ingediend en er op 1 januari 2019 nog geen definitieve uitspraak is. Er is dan ook een overgangsregeling vereist tot de dag waarop de uitslag van de verkiezingen definitief is.

- De overgangsregeling en het statuut van de adjunct-financieel directeur dient analoog met die van de adjunct-algemeen directeur geregeld te worden.

- Het aantal bestuurders in de raad van bestuur van een intergemeentelijk samenwerkingsverband dat op voordracht van andere dan gemeentelijke deelnemers (bvb. een OCMW) is benoemd mag conform het DLB nooit meer bedragen dan een vierde van het aantal bestuurders dat op voordracht van de deelnemende gemeenten benoemd is.

Dit dient echter enkel te gelden voor bestuurders die louter op voordracht van andere deelnemers worden benoemd, nu de meervoudige voordacht geschrapt werd en een bestuurder bijvoorbeeld door een gemeente en een OCMW zou kunnen voorgedragen worden (artikel 435, tweede lid DLB).

- Voor beslissingen betreffende het goedkeuringstoezicht op de verenigingen en de vennootschappen voor maatschappelijk welzijn, dient te gelden dat de toezichthoudende overheid geacht wordt een goedkeuring te hebben verleend indien er bij het verstrijken van de voorziene termijn geen beslissing is verstuurd (artikel 474 DLB).

- De overgangsbepalingen met betrekking tot de mogelijkheid om uit te treden, toe te treden of de deelneming te verlengen bij energiegerelateerde intergemeentelijke samenwerking wordt uitgebreid naar watergerelateerde samenwerking.

- De raden van bestuur van dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen mogen vanaf 1 januari 2019 maximaal 15 leden tellen. Echter hebben heel wat intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vaak pas na 1 januari 2019 een algemene vergadering, waardoor er strikt genomen vanaf 1 januari een aantal bestuurders zou moeten ontslagen worden. Daarom wordt voorgesteld dat de raden van bestuur, tot ze uiterlijk op 31 maart 2019 opnieuw samengesteld zijn, als zaakwaarnemers de continuïteit van het bestuur waarnemen. Deze bepaling zou eveneens gelden voor de raden van bestuur van OCMW-verenigingen met enkel publieke deelnemers.

- De participatiemogelijkheden en mogelijkheden voor terbeschikkingstelling of overdracht van personeel voor openbare ziekenhuisverenigingen dienen reeds vanaf 1 juni 2018 in werking te treden, in plaats van op 1 januari 2019.


Daarnaast werden ook nog enkele kleinere wijzigingen voorgesteld aan de fusiedecreten van 4 mei 2018 (analoge regeling bij bezwaren tegen de verkiezingsuitslag van de eerste gemeenteraad van een samengevoegde gemeente), het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 (herstelt de mogelijkheid voor een kandidaat om op de kieslijst de achternaam van de echtgeno(o)t(e) naast zijn eigen naam te vermelden) en het Provinciedecreet (maximaal zes gedeputeerden in de huidige bestuursperiode, zonder de verplichting om een opengevallen mandaat opnieuw in te vullen).

In elk geval zal het Decreet Lokaal Bestuur nog enige tijd hoog op de juridische agenda staan. GD&A staat Uw besturen in deze lokale transitiefase met raad en daad bij in deze contingente en boeiende tijden. Panta rhei.

Auteur: Wim Mommaers

Meer info?
Contacteer Cies Gysen
Advocaat-vennoot
t 015/40 49 40 of cies.gysen@gdena-advocaten.be