Nieuwsflash - Zorg: “De woonzorgvereniging van ballast en franje ontdaan?”

Nieuwsflash - Zorg
“De woonzorgvereniging van ballast en franje ontdaan?”

8 juni 2018

Reeds in verschillende bijdragen uitte GD&A Advocaten haar visie over de wijze waarop het goedkeuringstoezicht omgaat met de oprichting van een woonzorgvereniging (privaatrechtelijke OCMW-vereniging, overeenkomstig Titel VIII, Hoofdstuk IV van het OCMW-decreet). Begin dit jaar werd onder andere nog het artikel 'Samenwerken in de zorgsector: een huwelijk onder voorwaarden' gepubliceerd in het Tijdschrift Viewz (2008/1). Maar wat hebben deze kritische bijdragen tot hiertoe opgeleverd?

De bevoegde Minister wordt bevraagd ...

Begin dit jaar werd de viceminister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van binnenlands bestuur, inburgering, wonen, gelijke kansen en armoedebestrijding, Liesbeth Homans, geconfronteerd met een aantal vragen uit het Vlaamse Parlement rond woonzorgverenigingen[1]:

Staat de minister nog steeds achter het standpunt dat door alle regeringspartijen unisono verkondigd werd in de parlementaire debatten van 7 januari 2015?

Hoeveel dossiers tot oprichting van een Titel VIII, Hoofdstuk IV-vereniging werden tot hiertoe ingediend bij de minister?

Welke doorlooptijd kent een gemiddeld goedkeuringsdossier? Hoe verliep dit bij de drie goedgekeurde dossiers?

Welke diensten kunnen er nu precies verzelfstandigd worden in een Titel VIII, Hoofdstuk IV-vereniging? Is er dienaangaande een wijziging geweest van standpunt? Zo ja, waarom en door wie?

Welke formele vereisten zijn er voor de oprichting van een Titel VIII, Hoofdstuk IV-vereniging?

In welke mate worden bijkomende eisen gesteld aan oprichtingsdossiers die niet expressis verbis voorzien zijn in de regelgeving? Op welke grond?

Kan een openbaar bestuur een minderheidspositie opnemen in het kader van een Titel VIII, Hoofdstuk IV-vereniging? Zo ja, hoe kan deze minderheidspositie worden verantwoord?

Met welke expertise worden verslagen van revisoren en experts in financiële planning bij het toezicht ter discussie gesteld op het vlak van inbreng en meerjarenplanning?

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de toezichthoudende overheid voldoende expertise in huis heeft om technisch ingewikkelde dossiers te beoordelen?

Hoewel de minister in haar antwoord een aantal vragen wegwuifde, zijn er toch ook wel belangrijke (nieuwe) standpunten die uit haar antwoord kunnen worden gedistilleerd[2]:

(i) De Minister geeft aan dat het OCMW-decreet een verzelfstandiging in het kader van een Hoofdstuk IV-vereniging toelaat voor “woon- en zorgcentra”. Ze stelt (terecht) vast dat de inhoud van het begrip “woon- en zorgcentra” niet wordt afgebakend in het decreet. Dit kan volgens de Minister ruimer gaan dan het klassieke “rusthuis” sensu strictu en ook de daarmee verbonden dienstverlening behelzen. Dit is in lijn met de evolutie op het werkveld.

De Minister bevestigt hiermee het standpunt dat reeds door het Agentschap Binnenlands Bestuur op een studiedag van Zorgnet Icuro[3] werd verkondigd, met name dat de zgn. Hoofdstuk IV-verenigingen ook kunnen worden opgericht voor de exploitatie van andere zorgdiensten (bv. thuiszorg, assistentiewoningen, gezinszorg, schoonmaak, oppashulp, karwijhulp, gastopvang ...) dan de exploitatie van een woonzorgcentrum.

De Minister komt hiermee in feite terug op het standpunt dat de Vlaamse Regering in voorgaande oprichtingsdossiers heeft ingenomen.

(ii) Daarnaast bevestigt de Minister dat er naast de formele vereisten opgenomen in de artikelen 247/1 en 247/2 alsook in de artikelen 245 en 246 van het OCMW-decreet, binnenkort de gelijknamige artikelen 513 en 514 alsook de artikelen 510 en 511 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, geen bijkomende vereisten opgelegd worden aan het dossier dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

Dit betekent dat het dossier dat aan de Vlaamse Regering wordt voorgelegd enkel de volgende documenten dient te bevatten :

Een grondige motiveringsnota waarin de noodzaak om een private partner aan te trekken wordt aangetoond en de meerwaarde van de gekozen privaatrechtelijke rechtsvorm wordt aangetoond;
Een duidelijk bestuursplan met omschrijving van de opdrachten van de vereniging en een toelichting bij de organisatie van de vereniging en eventuele rechten en plichten en waarborgen van de publieke en private partners;
Een financieel plan voor zes jaar, met een omschrijving van de bedrijfsopdrachten, de financiële structuur en de in te zetten middelen en de controlemogelijkheden op de uitvoering;
Een ontwerp van statuten waarin melding wordt gemaakt van :

De deelgenoten

De inbreng van de deelgenoten

De verbintenissen en bijdragen van de deelgenoten

De bestemming van het vermogen van de vereniging bij ontbinding

De inbreng in geval een lid ontslag neemt

Het stemmenaantal waarover elke deelgenoot beschikt in de verschillende organen, rekening houdende met de inbreng van elke deelgenoot

De wijze waarop het OCMW op de hoogte wordt gebracht van de agenda en de beslissingen van de organen van de vereniging en van het jaarverslag, de begroting en de rekeningen van de vereniging.

Ook dit lijkt een wending te zijn in het goedkeuringstoezicht, daar uit voorgaande weigeringsbeslissingen blijkt dat er vaak nog andere argumenten tot niet-goedkeuring werden aangehaald, zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van de impact van de responsabiliseringsbijdrage vandaag en in de toekomst voor het lokaal bestuur.

(iii) Tenslotte bevestigt de Minister nog dat de publieke partner een minderheidspositie kan opnemen in de woonzorgvereniging. Op de vraag hoe deze minderheidspositie kan worden verantwoord, wordt daarentegen geen antwoord geboden.

Ons lijkt deze minderheidspositie het best te kunnen worden verantwoord middels een objectieve waardering van de inbreng van de deelgenoten, uitgevoerd door een onafhankelijke bedrijfsrevisor.

Echter, uit de praktijk blijkt dat deze objectieve verslagen vaak in vraag worden gesteld door de toezichthoudende overheid ondersteund door het Agentschap Binnenlands Bestuur, samengesteld uit het multidisciplinair  team van juristen, personeelsdeskundigen en experts in de financiën van de lokale besturen (cfr. antwoord op vraag 7 en 8).

En toen werden er plots twee woonzorgverenigingen goedgekeurd ....

Nadat er twee jaar lang geen enkel dossier tot oprichting van een woonzorgvereniging werd goedgekeurd, ontvingen twee OCMW's in het voorjaar alsnog een goedkeuringsbeslissing in hun brievenbus. Zowel het OCMW Wuustwezel als het OCMW Arendonk mogen zich voortaan deelgenoot noemen van een woonzorgvereniging of een privaatrechtelijke OCMW-vereniging overeenkomstig Titel VIII, Hoofdstuk IV van het OCMW-decreet.

Maar hoe ver heeft de Vlaamse Regering de deur voor de oprichting van een woonzorgvereniging open gezet?

Door de verruiming van het toepassingsgebied naar andere zorgdiensten dan woonzorgcentra, kan er worden verwacht dat er meer en meer OCMW's de privaatrechtelijke verzelfstandiging zullen overwegen.

De vraag is hoe gaat de vakbond hierop reageren? Het is duidelijk dat een aantal vakbonden, vaak onder druk van hun koepelorganisaties, reeds te kennen hebben gegeven zich in het algemeen te verzetten tegen elke privaatrechtelijke verzelfstandiging en dit ongeacht de (positieve of negatieve) gevolgen voor het personeel.

En hoe gaat de Vlaamse Regering op haar beurt omgaan met de kritiek van de vakbonden, resulterende in een protocol van niet-akkoord of zelfs een klacht bij de toezichthoudende overheid?

Het is te hopen dat Vlaamse Regering haar standpunten op beredeneerde wijze heeft ingenomen en de deur op een wel overwogen afstand heeft open gezet, zodat de woonzorgvereniging niet binnen de kortste keren kapseist ...

GD&A Advocaten heeft juridisch advies verleend aan drie van de vijf woonzorgverenigingen die tot hiertoe zijn opgericht, waaronder de twee recent goedgekeurde verenigingen. GD&A Advocaten wordt in deze materie frequent geraadpleegd door lokale besturen beginnende bij de opmaak van een SWOT-analyse, advisering rond personeel en onderhandelingen met de vakbond, opmaak oprichtingsstatuten,  verdedigen van de belangen van het lokaal bestuur in procedures bij de toezichthoudende overheid of bij de Raad van State, ....

[1] Schriftelijke vraag nr. 218 van Freya Saeys, datum 17 januari 2018.
[2] Antwoord op vraag nr. 218 van Freya Saeys op datum van 17 januari 2018.
[3] Studiedag 'Verzelfstandiging en samenwerking tussen OCMW's en vzw's'.

Auteur: Stéphanie Taelemans

Meer info?
Contacteer Stéphanie Taelemans

Advocaat
t 015/40 49 40 of stephanie.taelemans@gdena-advocaten.be