Overheidsopdrachten. Opletten geblazen: verplichte controle op eerbiediging van sociaal-, arbeids- en milieurechtelijke verplichtingen bij een prijzen- of kostenbevraging.

Opletten geblazen: verplichte controle op eerbiediging van sociaal-, arbeids- en milieurechtelijke verplichtingen bij een prijzen- of kostenbevraging.

19 juli 2018

Het mocht u zo maar eens zijn ontgaan - gelet de vele wijzigingen in de nieuwe overheidsopdrachtenreglementering: de nieuwe verplichting “verdoken” in artikel 36, §2, KB Plaatsing 2017.

Het KB Plaatsing verwacht van de aanbestedende overheid immers ook dat zij de eerbiediging controleert van de sociaal-, arbeids- en de milieurechtelijke verplichtingen in hoofde van de inschrijver die aan een prijs- of kostenbevraging wordt onderworpen.

Er is, sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Overheidsopdrachtenwet 2016 en het bijhorende KB plaatsing 2017, geen ontsnappen meer aan. Offertes dienen aan een algemeen prijzen- of kostenonderzoek te worden onderworpen, voor welke plaatsingsprocedure er ook wordt gekozen. Geen uitzonderingen meer.

Er werd enkel in een uitzondering voorzien voor wat betreft de verplichtingen genoemd in artikel 36 KB Plaatsing. Het onderstaande geldt dienvolgens niet voor de mededingingsprocedure met onderhandeling, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 500.000 euro.  In dat geval is de toepassing van artikel 36 KB Plaatsing facultatief: het bijzonder bestek kan dit artikel van toepassing verklaren.  (artikel 36, § 6, KB Plaatsing 2017)

Voor alle andere opdrachten geldt dat, wanneer uit het prijzen- of kostenonderzoek blijkt dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken, de betrokken inschrijver aan een prijzen- of kostenbevraging dient te worden onderworpen.  De inschrijver wordt een termijn van in beginsel twaalf kalenderdagen gegund om schriftelijk het vermoeden van abnormaliteit te (trachten te) weerleggen.

Nieuw is daarbij dat de aanbestedende overheid nu ook verplicht is om deze inschrijver te verzoeken om “de schriftelijke verantwoordingen over te maken inzake de eerbiediging van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, die van toepassing zijn in de domeinen van het sociaal, arbeids- en milieurecht, met inbegrip van de verplichtingen die van toepassing zijn op het vlak van welzijn, lonen en sociale zekerheid.”

Moeten aldus nagezien worden: de juiste berekening van de loonkosten, de correcte betaling van de sociale bijdragen, het bestaan van een globaal preventieplan (wanneer dit vereist is) in hoofde van de inschrijver, correcte logementsvoorwaarden (niet op de werf), de eerbiediging van de gestelde grenzen aan de arbeidstijd, van de wekelijkse rusttijd,...

Deze voorbeelden worden genoemd in het verslag aan de Koning bij bedoeld artikel 36.  Maar het betreft duidelijk slechts enkele voorbeelden.  Er zal telkens, in functie van de opdracht, dienen te worden nagegaan aan welke verplichtingen van sociaal-, arbeids- en milieurechtelijke aard de inschrijvers meer precies zijn onderworpen teneinde een correct onderzoek te (kunnen) voeren.

Vervolgens zal de aanbestedende overheid, aan de hand van de door de inschrijver ingediende verantwoording(sstukken), dienen te oordelen of de inschrijver voldoet aan de bedoelde verplichtingen.

Zij is namelijk verplicht de offerte af te wijzen wanneer zij heeft vastgesteld dat het totale offertebedrag abnormaal laag is omdat de offerte niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de Overheidsopdrachtenwet 2016, bedoelde verplichtingen. De offerte is alsdan behept met een substantiële onregelmatigheid.  (artikel 36, § 3, KB Plaatsing 2017)

In bepaalde gevallen zal de aanbestedende overheid zelfs verplicht zijn dit te melden aan Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst, m.n. indien het federaal sociaal- of het arbeidsrecht met de voeten werd getreden door de inschrijver.  (artikel 36, § 5, KB Plaatsing 2017)

Het is niet duidelijk welke de gevolgen zullen zijn indien de aanbestedende overheid deze verplichtingen over het hoofd zou zien. Het lijkt wel reeds voor de hand te liggen dat een niet-gekozen inschrijver hieruit een argument zou kunnen putten om de gunningsbeslissing aan te vechten. 

Zoals ook geldt in het kader van het prijzen- of kostenonderzoek in het algemeen, dient er derhalve over te worden gewaakt dat het gunningsverslag / de gemotiveerde gunningsbeslissing uitdrukkelijk melding maakt van het resultaat van dit bijkomende, verplichte onderzoek.

U weze (nogmaals) gewaarschuwd als aanbestedende overheid...

Auteur: Els Gypen  

Meer info?
Contacteer Gitte Laenen

Advocaat-vennoot
t 015/40 49 40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be