2019: nieuw jaar, nieuwe start. Ook voor het lokaal tuchtrecht.Keep calm and keep up to date met deze top 4 wijzigingen.

2019: nieuw jaar, nieuwe start. Ook voor het lokaal tuchtrecht.
Keep calm and keep up to date met deze top 4 wijzigingen.

28 september 2018

Ingevolge de nakende inwerkingtreding van het Decreet Lokaal Bestuur op 1 januari 2019, leek het nuttig om voor uw bestuur de voornaamste nieuwigheden inzake tucht even op een rijtje te zetten.

Weldra vervangt het Decreet Lokaal Bestuur (hierna: DLB) de toepasselijke bepalingen inzake tucht zoals opgenomen in het Gemeentedecreet en het OCMW-decreet. Dit echter niet geheel blindelings.

Bijgevolg is een bespreking van de meest opmerkelijke aanpassingen aan de orde.

1.

Een eerste noemenswaardige wijziging is artikel 201 DLB. Dit artikel inzake de delegatie van de (aanstellings- en) tuchtbevoegdheid voert een bijzondere voorwaarde in. De bevoegdheid kan alleen toevertrouwd worden aan een personeelslid met minstens dezelfde of een gelijkwaardige graad als het personeelslid dat de tuchtprocedure ondergaat.

2.

U vraagt, wij draaien. Zo redeneerde de decreetgever bij het redigeren van artikel 202 DLB. Lokale besturen drongen aan op de mogelijkheid om beroep te kunnen doen op een externe tuchtonderzoeker, in plaats van op de algemeen directeur. In het gewijzigde artikel wordt gehoor gegeven aan deze vraag, door in een ruim aanbod van potentiële tuchtonderzoekers te voorzien.

Op die manier biedt het DLB meer autonomie aan lokale besturen inzake het aanstellen van de tuchtonderzoeker.

Het gaat met name om “elk personeelslid van een gemeente of een OCMW”. Bewust koos de decreetgever hierbij voor personeelsleden die werkzaam zijn in een lokaal bestuur.

Dit artikel betekent een juridische grondslag voor een reeds bestaande praktijk in het voordeel van uw bestuur.

3.

Een derde nieuwigheid heeft betrekking op de preventieve schorsing, met name artikel 209 DLB.

Waar momenteel een preventieve schorsing wordt uitgesproken voor een maximale termijn van vier maanden, wordt dat vanaf 1 januari 2019 zes maanden. Deze wijziging houdt rekening met de tijd die een tuchtprocedure in de praktijk in beslag neemt.

4.

Een laatste belangrijke wijziging betreft artikel 214, in fine DLB.

Een beroep tegen een tuchtstraf schorst niet langer de uitvoering van de beslissing van de tuchtoverheid.

In geval van beroep tegen een preventieve schorsing, zal de uitvoering van de beslissing nog steeds niet geschorst worden, zoals ook voordien reeds het geval was.

Met het oog op uitvoering van enkele artikelen van het DLB nam de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 het Besluit tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire personeel van het lokaal bestuur en tot vaststelling van de werking, de samenstelling en de vergoeding van de leden van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken. De bespreking van dit eerste uitvoeringsbesluit is voer voor een volgende nieuwsbrief.

Op (een ontwerp van) het nieuw Rechtspositieregelingsbesluit van de Vlaamse Regering blijft het voorlopig nog even wachten...

Voor meer en ander recent nieuws, stay tuned via onze website. 

Auteur: Lisa Van Landschoot

Meer info?
Gitte Laenen

Advocaat-vennoot
t 015/40.49.40 of gitte.laenen@gdena-advocaten.be